'Ik wandel veilig'

AKTIVIA vzw kiest voor veilig wandelen, en jij? AKTIVIA vzw, dé wandelsportfederatie en ‘Verenigingen voor verkeersveiligheid’ kiezen voor veilig wandelen. Met de ‘IK WANDEL VEILIG’-campagne willen we de wandelaars en wandelclubs bewuster maken van de gevaren op de weg en een aantal tips meegeven om die gevaren zo goed mogelijk uit te sluiten. IK VAL OPIK LET OP en IK STAP WAAR HET MOET zijn daarbij de belangrijke thema’s. Zowel wandelaars en wandelclubs vinden op deze website informatie en tips terug hoe we samen naar een veiligere wandelsport kunnen streven. We willen dan ook een oproep doen aan alle wandelaars en alle wandelclubs om hun verantwoordelijkheid op te nemen. IK WANDEL VEILIG is geen loze uitspraak, het is een belofte en een engagement. Wie veilig wandelt respecteert zichzelf en de wandelsport!
 

Thema 1: Ik val op!

Opvallen in het verkeer is de boodschap! 
Kleurrijke, fluorescerende en reflecterende kledij zijn een must voor elke wandelaar. Wil je weten waarom? Lees dan vooral verder.

 

Kies voor kleurrijke kledij

Een ongeval gebeurt verraderlijk snel. Elk jaar opnieuw worden er mensen aangereden, vaak omdat de chauffeur van een motorvoertuig de wandelaars te laat heeft gezien. Kies daarom als wandelaar steeds voor kleurrijke kleren. Deze vallen beter op, ook overdag. In het donker, bij regen of mist is opvallen nog extra belangrijk. Het dragen van reflecterende kledij of accessoires is dan geen overbodige luxe. Onderzoek leert dat wanneer het donker is, automobilisten je met donkere kledij pas vanop twintig meter in hun koplampen opmerken. Je bent dus zelfs voor oplettende chauffeurs, zo goed als onzichtbaar. Een wandelaar met kleurrijke opvallende kledij wordt al vanop 50 meter opgemerkt. Een wandelaar die de kleuren ook aanvult met reflecterend materiaal wordt al gezien op 150 meter. En dat is, als het erop aankomt, een wereld van verschil. Kiezen voor kleur en reflectie kan dus je leven redden.

 

Fluo of reflecterend?

Overdag ben je met fluorescerende kleuren goed zichtbaar, ook als het regent. Een fluohesje aantrekken is dan een goede keuze. Fluokleren hebben echter ook hun beperking, want ze werken enkel met het zonlicht. Reflectoren daarentegen kaatsen alle licht terug naar de lichtbron. De reflectie door autolichten gebeurt bij reflecterend materiaal het beste ter hoogte van de lichtbron. Voor wandelaars betekent dit dus redelijk laag, ter hoogte van de lichten van de auto's. Een reflecterende band rond de enkels is dus erg effectief. Zorg ook voor reflectie op de voor-, achter- en zijkant van je lichaam. Je weet immers niet van welke kant het mogelijke gevaar kan komen.

 

Kies voor kwaliteit 

De bekendste uitvoering om je zichtbaarheid te verbeteren in het verkeer, is het fluohesje. Deze hesjes werken zeer effectief, want ze combineren fluorescerend en reflecterend materiaal. Toch is niet elke wandelaar te overtuigen om het wat onhandige en soms weinig flatterende hesje te dragen. Maar er bestaan natuurlijk ook heel wat andere mogelijkheden om te reflecteren in het verkeer. Denk maar aan de vele gadgets en accessoires die op de markt zijn: reflecterende sleutelhangers, arm-en beenbanden, stickers, tape, petjes,... Maar je kunt natuurlijk ook bewust je wandeluitrusting gaan kiezen. Heel wat jassen, softshells, rugzakken, maar ook broeken en schoenen hebben vaak ingewerkte reflecterend elementen. Let bij de aankoop van reflecterend materiaal wel op de kwaliteit van het product. Gekleurde reflectoren weerkaatsen het licht bijvoorbeeld een stuk minder dan zilvergrijze reflectoren. De gekleurde filmlaag slikt namelijk een deel van het licht op. Goed reflecterend materiaal herken je aan de Europese kwaliteitsnorm, aangeduid met de letters CE.

 

Verplichte verlichting voor groepen 

Bij duister, felle regen of mist (zonder goede zichtbaarheid tot op 200 meter) moet een groep wandelaars volgens de wegcode verplicht verlicht zijn. De wetgever heeft de term 'groep' niet duidelijk afgebakend, maar je kiest natuurlijk het best voor optimale veiligheid. Extra zichtbaarheid kan nooit geen kwaad! Als een groep met begeleiding ervoor kiest om rechts op de rijbaan te stappen, dan moet het witte licht links vooraan te vinden zijn, het rode licht rechts achteraan. Loopt de groep links op de rijbaan (verplicht achter elkaar) dan bevindt het rode licht zich rechts vooraan, het witte licht rechts achteraan. Is de groep lang, dan is het bovendien verplicht om op de flanken bijkomende witte lichten te voorzien die in alle richtingen zichtbaar zijn.

 

Thema 2: Ik stap waar het moet!

Waar moet je nu als wandelaar stappen op de weg, links of rechts? Het blijft voor velen een discussiepunt, toch legt de wet duidelijk regels op.  In het thema 'Ik stap waar het moet' gaan we hierop in.

 

Wat als er geen voetpad is? 

Als wandelaar ben je verplicht om eerst en vooral op het voetpad te stappen. Een voetpad is het deel van de weg dat speciaal is voorbehouden aan voetgangers. Is er geen voetpad, dan moet je wandelen op de begaanbare berm (verhoogd of gelijkgronds). Pas als ook dat niet mogelijk is, mag je een parkeerzone of ook het fietspad gebruiken. Let wel op: op een fietspad hebben de fietsers blijvend voorrang. Geef hen dus voldoende ruimte. Zijn ook het fietspad of de parkeerzone geen optie, dan mag je op de rijbaan stappen.

De eerste regel op die rijbaan is om zo links mogelijk achter elkaar te wandelen. Ook als je deelneemt aan een georganiseerde wandeltocht, moet je deze regels respecteren. Enkel als er zich een situatie voordoet, waarbij het erg goed te verantwoorden is om toch rechts achter elkaar op de rijbaan te stappen, dan mag dit. Dat kan bijvoorbeeld de veiligste optie zijn in een bocht, waar de zichtbaarheid aan de linkerkant erg beperkt is. Maar maak zo'n keuze steeds weloverwogen!

 

Groepen zonder/met begeleider

Wat groepen wandelaars betreft, wordt er in de wet een onderscheid gemaakt tussen groepen met en zonder begeleider. Groepen zonder begeleider (zoals bij de meeste wandeltochten) volgen de regels die gelden voor de individuele wandelaars m.a.w. deze groepen moeten links achter elkaar op de rijbaan stappen (als er geen veiliger optie zoals voetpad, berm of parkeerzone of fietspad mogelijk is). 
Enkel voor een groep met begeleider maakt de wet een uitzondering. Daarom is het belangrijk om te weten wanneer er van een groep kan gesproken worden en wat men verstaat onder begeleider. Helaas maakt de wet geen duidelijke afbakening wat het minimum aantal deelnemers van een groep betreft. Maar meestal spreekt men al over een groep als de samenstelling meer dan vijf leden plus de begeleider telt. Deze begeleider draagt de verantwoordelijkheid over de groep en wordt geacht de rechten en plichten te kennen. Bovendien heeft hij/zij het traject voorbereid en gedacht aan de veiligheid van de groep (bv. door het dragen van een oversteekbordje C3 of verlichting bij slechte zichtbaarheid).

De groepen met begeleider vormen een uitzondering op de wet en mogen, ook als er een fietspad is, rechts op de rijbaan stappen. Dan moet dat niet verplicht achter elkaar, maar wel rechts en zonder meer dan de helft van de rijbaan in te nemen. Maak daarvan enkel gebruik als de omvang van de groep dat verantwoordt. Op een drukkere weg blijft het aangewezen om steeds voor het voet-of fietspad te kiezen en als dat niet kan alsnog links achter elkaar te gaan stappen. Ook hier geldt: maak elke keuze weloverwogen en in functie van de veiligheid!

 

Hoe en waar steek je over?

Als er op minder dan 30 meter afstand een oversteekplaats (zebrapad) te vinden is, dan ben je verplicht om die te gebruiken. Als overstekende voetganger heb je voorrang, maar toch moet je dat volgens diezelfde wet voorzichtig doen en dus rekening houden met de naderende voertuigen. Oversteken moet haaks op de rijbaan gebeuren, de korste schuine route is dus geen wetttelijke optie. De voetganger mag bovendien niet slenteren of onnodig blijven staan op een zebrapad. Als het voetgangerslicht op rood springt tijdens het oversteken, dan mag je verder lopen. Wie voor het rood licht staat moet wachten, ook al maak je deel uit van een groep wandelaars. Begeleiders mogen het verkeer stil leggen met verkeersbord C3 om de groep te laten oversteken. Zebrapaden op minder dan 30 meter moeten ook dan verplicht gebruikt worden, aanwijzingen met het bordje mogen niet in strijd zijn met verkeerstekens of verkeersregels.

 

Thema 3: Ik let op!

Kijk vooruit

Een goede wandelaar gaat altijd goed voorbereid op stap. Een regenjasje voor een plotse bui, wat zonnecrème voor overdadige zonnestralen, voldoende eten en drinken voor onderweg,... Maar ook om je in het verkeer te bewegen moet je voorbereidingen treffen. Als het toch fout zou lopen tijdens een wandeling, dan moet je als wandelaar uit de slag kunnen trekken. Neem daarom steeds je identiteitskaart mee. Die kaart zorgt er immers voor dat je bij een ongeval snel geïdentificeerd kan worden. Ook je SIS-kaart meenemen is geen overbodige luxe, die is handig bij de apotheek of het ziekenhuis. Bij een ongeluk is het erg belangrijk om snel de hulpdiensten te bereiken. Vandaag is de gsm daartoe het perfecte middel. Vergeet je mobiele telefoon dus niet en zorg ervoor dat hij volledig is opgeladen. Wil je liever niet gestoord worden tijdens het wandelen, zet de telefoon dan gewoon op stil en geniet van de rust in de natuur. Ook wat geld bij je hebben kan nooit kwaad. Bij warm weer kan je jezelf op een verfrissing trakteren, maar die centen kunnen ook nuttig blijken in een noodsituatie.



Kijk je ogen uit 

Laat je aandacht, ook op trage wegen of binnen de valse veiligheid van de groep, niet verslappen. Wie met het hoofd in de wolken loopt, merkt te weinig van wat er rond zich gebeurt. Alert zijn en blijven, is in het verkeer levensbelangrijk. Anticipeer actief aan het verkeer. Signaleer aankomende manoeuvres tijdig aan andere weggebruikers. Dat kan met een simpel handgebaar. Doe dit niet blindelings, maar verzeker je  ervan dat de andere weggebruikers de bedoeling van je handgebaar opgemerkt hebben. Zoek daarom steeds oogcontact met de betrokken chauffeur. De voetganger heeft voorrang op het zebrapad. Toch moet je altijd rekening houden met naderende voertuigen en is blindelings oversteken echt geen goed idee. Kan die auto nog stoppen? Komt daar geen roekeloos voorbijstekende bestuurder aan? Ook hier geldt: zoek oogcontact! Een dankjewel met een wuifgebaar of hoofdknikje doet altijd deugd... Hoffelijkheid werkt aanstekelijk! Wanneer er geen oversteekplaats voor voetgangers in de buurt is, steek dan over op een plaats waar je goed ziet en goed gezien wordt. Steek niet over in een bocht, op een helling, onder een brug of tussen geparkeerde voertuigen. Let op met de tram. De tram heeft altijd voorrang. Een zebrapad over de rails mag je dus niet zomaar oversteken als de tram nadert. Elke weggebruiker moet voorrang geven.

 

Kijk uit met alcohol, drugs en medicatie

Na een stevige kuitenbijter kan een frisse pint echt deugd doen. Op zich kan dat verfrissende glas geen kwaad, maar te veel is ook voor de wandelaar te veel. Veel alcohol maakt je roekelozer en doet geen goed aan je evenwichtsgevoel en reactiesnelheid. Dat is geen goede combinatie in het verkeer ook voor de voetganger. Een dronken wandelaar kan overigens een boete krijgen. Drugs zijn vanzelfsprekend geen goed idee, maar kijk ook uit met de neveneffecten van bepaalde medicamenten. Heel wat wandelaars komen met de auto naar de wandeltocht. Alcohol - maar natuurlijk ook drugs en bepaald geneesmiddelen - en rijden gaan niet samen. Zo breng je jezelf en anderen in gevaar. Vanaf een alcoholconcentratie van 0,5% in je bloed ben je strafbaar als je een voertuig bestuurt. Hoeveel je kunt drinken voor je dit percentage bereikt, hangt af van verschillende factoren. Het veiligste is nog steeds de keuze om geen alcohol te drinken als je moet rijden. 

 

Bron: www.ikwandelveilig.be