Etappe 24/27: Beverwijk - Castricum (21,6 km)

Etappe 24/27: Beverwijk - Castricum (21,6 km)
21 oktober 2015

“Wat fijn dat jullie er zijn!”

Ik stap met een opgewekt gevoel vanuit m’n bed de vroege ochtend in. Tijdens mijn tweede pelgrimsetappe, richting de zee, mag ik mij verheugen in het wandelgezelschap van Veronica, mijn collega uit Venlo maar bovenal vriendin en ‘zuster in de Heer’, zoals dat zo mooi heet. Jaren geleden kwamen wij, via het ‘Landelijk Netwerk van Christenen in de Spoorbranche’, middels de elektronische snelweg, met elkaar in contact. Wat volgde was een maandenlange e-mailuitwisseling tussen ons beiden, waarin het ‘wel en wee des levens’ met elkaar werd gedeeld. Onze eerste échte ontmoeting vond plaats tijdens de ‘NS-Gebedsgroep Heerlen’. Sindsdien is er een soort broer/zus relatie ontstaan en verheugen we ons inmiddels in een hechte vriendschap. Nadat ik Veronica al eens had opgezocht tijdens mijn ‘Pieterpad’, trekken we vandaag een dag samen op, voor een ‘pelgrimage’ naar de zee. We willen ons samen een dag gaan bezinnen over het thema ‘vriendschap’. Wat betekent vriendschap tussen ons mensen en hoe mogen we kijken naar de vriendschap tussen de mens en God, onze ‘Schepper’. Bossen, duinen, het strand en de ontmoeting met de zee, zijn de ingrediënten, om te genieten van een dag vol bemoediging.

Het beschuitje met kaas is snel gemaakt en met m’n kop melk in de hand struin maar weer eens de teletekstpagina’s af. Opvallend genoeg hebben de meeste berichten niets met vriendschap te maken. Misschien komt het wel doordat sommigen nooit hebben gezien hoe echte vriendschap werkt. Het geeft mij in alle vroegte aan hoe belangrijk vriendschap is. Maar ook hoe belangrijk het is om vriendschap over te brengen op elkaar. Ik pak m’n rugzakje verder in en leg als laatste mijn kleine reisbijbeltje bovenop de rest van mijn spulletjes. Om zes uur trek ik de voordeur achter me dicht en wandel door een miezerig regentje naar het station van Landgraaf, voor de eerste trein van de dag. Op het kleine station ontmoet ik, bijna traditiegetrouw, mijn Ned Train collega’s, op weg naar hun ‘hobby’. “Waar ga je vandaag weer heen, Ad?”; is hun eerste vraag. “Naar Beverwijk, en naar de zee.”; is mijn korte antwoord. “Ga je nog wat anders doen dan wandelen?” “Ja, ik ga mijn vriendschap versterken.”; en ik leg hen uit dat ik met Veronica op pad ga, een vriendin voor het leven. In de stilte die daarop volgt zie ik, vanuit mijn ooghoeken, enkele brede glimlachen die hun opluchtende gedachten prijsgeven; “Vriendschap,… het bestaat nog!”

Op station Heerlen stap ik in de intercitytrein richting het ‘hoge noorden’. De trein is al behoorlijk druk. Via onze ‘app’ spreken Veronica en ik af dat we elkaar ergens onderweg zullen opzoeken, als het wat rustiger is geworden in de trein. Uiteindelijk begroet ik Veronica met een ferme knuffel, als de trein in ’s Hertogenbosch vertrekt. De koffie die zij voor mij heeft meegebracht is inmiddels lauw geworden. We raken in gesprek en kletsen onze laatste perioden aan elkaar. Onze vriendschap geeft ons de ruimte om in alle openheid en in alle vertrouwen met elkaar te spreken. We zijn het er ook snel over eens dat dat een van de belangrijkste eigenschappen hoort te zijn van een hechte vriendschap,…. vertrouwen. Op station Utrecht en station Amsterdam Centraal stappen we over in de richting van Haarlem, waar we de overstap maken naar ons startpunt op station Beverwijk. Om half tien is mijn Gps ingesteld en vertrekken we, langs de bioscoop ‘Cineworld’, voor onze pelgrimage van ruim eenentwintig kilometer, met als eindpunt station Castricum.

De luchten zijn grijs, maar toch is de wereld om ons heen gehuld in de ‘veelkleurige deken’ die wij herfst noemen. Ondanks de drukte van het vele autoverkeer geeft deze deken iets van rust in de ziel. “Het is een knipoogje van ‘De Tuinman’.”; zeg ik tegen Veronica, en zij stemt er met een tevreden lach mee in. Al snel gaan twee genietende mensen samen op ‘de kiek’, als zij langs de rand van ‘Velsen-Noord’ aankomen. Beverwijk ligt al snel achter ons en we volgen de eerste markeringen van het ‘Nederlandse Kustpad’. Het eerste houten bruggetje wordt overgestoken. We doorkruisen een prachtige beukenlaan, om via een tweede bruggetje bij kinderboerderij ‘De Baak’ uit te komen. We worden er begroet door twee witte bokken die stijf met de koppen tegen elkaar staan. “Dat is nou niet bepaald een vriendschappelijke houding.”; is de gedachte die in mij opkomt. Als vrienden op die manier tegenover elkaar staan staat de vriendschap op het spel. Met openheid en eerlijkheid kun je voorkomen dat je als vrienden op zo’n manier tegenover elkaar komt te staan.

Het brengt Veronica bij een gebeurtenis die zij onlangs meemaakte in de trein, tijdens haar werk. Daar zag zij hoe een jongeman op heel vriendelijke wijze een wat oudere slobberige man te woord stond. Daar waar anderen de oudere man het liefst wilden ontwijken, nam de jongeman juist alle tijd, voor iemand die misschien wel helemaal geen vrienden had. Op de vraag van Veronica aan de jongeman; “Waarom heb je dat gedaan, dat was heel aardig van jou?” zei de jongeman; “Ik wil gewoon iets laten zien wat Jezus ons heeft laten zien. Vriendelijkheid voor alle mensen.” Later bleek de jongeman een muzikant te zijn van de Christelijke muziekband ‘Selah’. En Veronica vertelt hoe ze de jongeman enige tijd later opnieuw ontmoette, tijdens een concert van de band. Hij herkende die aardige conductrice meteen weer terug. En we zijn het beiden eens dat, als je vriendschap op de juiste wijze aan anderen laat zien, dat doorwerkt op meer mensen. Mijn eigen gedachten gaan naar die oude slobberige man; “Hoe zou die zich hebben gevoeld? Dat moet bijzonder voor hem geweest zijn?”

Ik vertel hoe ik voor de wandeling van vandaag op zoek was naar de muziek bij de diashow. Opvallend genoeg kwam ik uit bij het mooie “I Will Carry You’ van…. ‘Selah’. Sommigen noemen het toeval, wij noemen het Gods vriendschap voor ons. Voorbij een nostalgische boerderij bereiken we de ‘Zeestraat’ richting ‘Wijk aan Zee’. Aan de rand van de weg worden we opgewacht door een grijze reiger, die ons nogal schuw nakijkt. Al wandelend langs de Zeestraat valt mijn oog op een gigantische banner aan een ijzeren hekwerk, met daarop de tekst: ‘Samen halen we eruit wat erin zit.’ Het is een prachtige symboliek van de manier waarop je je vriendschap met de ander gestalte geeft. Je doet het samen en je beseft dat je elkaar nodig hebt. Het geeft mij ook een beeld dat je niet geforceerd moet proberen eruit te halen wat er níet in zit. Ik heb vriendschappen zien stranden, doordat er teveel van elkaar werd verwacht en geëist. Het is de uiteindelijke ‘doodsteek’ van jarenlange hechte vriendschappen. Het gevolg is dat mensen er een gebroken leven aan overhouden. Het brengt Veronica en mij bij de vriendschap die God op zó’n momenten wil geven. Hij wil mensen graag in hun gebrokenheid tegemoetkomen, en eenvoudig weg alleen dát eruit halen wat er ook daadwerkelijk in zit, niets meer en niets minder. God accepteert je zoals je bent, en zo hoort dat ook te zijn bij de vriendschappen onder mensen.

Bij de eerste bebouwing van ‘Wijk aan Zee’ verbazen we ons over een enorme muurschildering, op de gevel van een woonhuis. Met in de tuin een heuse totempaal kijkt een indiaanse opperhoofd grimmig voor zich uit. Ik denk plotseling aan de mooie film ‘Dances With Wolves’, en zie hoe een indianenstam op bijzondere vriendschappelijke wijze met elkaar omgaat. Maar ook hoe zij bouwen aan de vriendschap met die vreemdeling, die plotseling hun land binnendringt. En de gedachte komt in me op dat sommige Nederlanders zich een voorbeeld kunnen nemen aan deze indianen, als het gaat over het aangaan van vriendschap met de vreemdelingen die momenteel ons land binnenkomen. Want van echte vriendschappelijke toenadering heeft de vluchteling nog niet veel gemerkt. Als ik daarover met Veronica in gesprek ga worden we geconfronteerd met het plaatsnaambord van ‘Wijk aan Zee’. We staan beiden enigszins perplex van de begeleidende tekst onder de plaatsnaam: ‘Fijn dat u er bent’. En bijna zonder woorden spreken wij dezelfde gedachte uit; “Zó zouden we de vluchteling welkom moeten heten.” Maar ook; “Dat is wat we als vrienden, collega’s, kennissen of je kinderen, vaker tegen elkaar zouden moeten zeggen, ‘Wat fijn dat je er bent’.

Vanaf de dorpsweide in ‘Wijk aan Zee’ slaan we rechtsaf en wandelen bij ‘De Rellen’ het Noordhollands Duinreservaat binnen. Al snel worden we verrast door fraaie doorkijkjes over de eerste duintjes, waar de begroeiing nog weelderig is. De veelzijdigheid aan kleuren, van struiken en bloemen, voelen als een tweede knipoogje van ‘De Tuinman’. “Wat zijn we toch bevoorrechte mensen, hé?”; is onze gezamenlijke conclusie. De bevoorrechte gevoelens maken al snel plaats voor enkele angstige kreten bij Veronica, als we ons door een kudde Galloway runderen moeten worstelen. Een van de koeien maakt nogal dreigende bewegingen, wellicht door de felle kleuren van Veronica’s rode jas. Ze zoekt beschutting achter mijn rug en ik probeer haar gerust te stellen dat deze koeien niemand kwaad doen. “Ze zijn hoogstens een beetje nieuwsgierig.”; zo stel ik haar gerust. Als ik tussen de dreigende koe en Veronica in ga staan bedenkt het kolossale dier zich en druipt stilletjes af, terug naar het gras. “Dat was je maar geraden ook juffrouw.”; fluister ik haar, niet al te vriendschappelijk, toe. Voorzichtig passeren we de rest van de kudde en wandelen via een zandpad verder de duinen in.

We worden getrakteerd op een kleurrijke wereld van grassen, struiken en paddestoelen. Op de splitsing van de ‘Kaagweg’ en de ‘Scheivlakweg’ wandelt een paard over het graspad. Het heeft een aandoenlijke aanblik. Het geeft mij een beeld van een gebroken vriendschap waarbij je hopeloos op zoek bent naar nieuwe vrienden, die je eigenlijk nergens meer kunt vinden. Diep van binnen voel ik enige ontroering, als ik bedenk dat dit het geval is bij heel veel mensen in deze wereld. Sterker nog, ik zie ook eenzaamheid bij mensen die dichter bij me staan. En voor even vraag ik mij zelfs af; “Waar is míjn helpende hand? Wanneer heb ik voor het laatst tegen iemand gezegd ‘wat fijn dat je er bent’?” We praten er even samen over en stellen een beetje somber vast dat de eenvoudige woorden, ‘wat fijn dat je er bent’, veel te weinig worden gebruikt. Deze eenvoudige woorden vertellen dat je geaccepteerd wordt zoals je bent, en dat je welkom bent zonder aanzien des persoons. Deze gedachten brengen ons bij de momenten waarop we ons al biddend tot ‘De Tuinman’ keren en Hij dan zegt; “Wat fijn dat je er bent.”

Het lange graspad brengt ons tot bij een klein zweefvliegveld temidden van de duinen. Als we enkele duinvennen passeren worden we opgeschrikt door een enorme zwerm spreeuwen, die vanuit de duinen omhoog schieten. We zijn overweldigd door dit schitterende natuurfenomeen. De mystiek straalt er vanaf als de zwerm, afgetekend tegen de donkere luchten, links en rechts heen en weer vliegt. Via het ‘Paadje van Dorus’ bereiken we een hooggelegen uitzichtspunt. Hoewel het hoogste punt iets van de route afligt besluiten we de beklimming over het steile klinkerpad te maken. Veronica is helemaal onderste boven van de prachtige kleuren die het wijdse landschap toont. “Wat mooi, wat mooi!”; is het enige dat ze kan zeggen. En ik denk; “Ja, soms hoef je niet meer te zeggen.” En zo is het met hechte vriendschappen ook. Vrienden voor het leven hebben vaak genoeg aan een enkel woord om elkaar te begrijpen. Soms is zelfs een instemmende knik al voldoende. Het is misschien wel een van de mooiste eigenschappen van een vriendschap. En het overweldigende landschap dat voor ons ligt, voelt als zo’n uiting van vriendschap door God ‘De Tuinman’. En opnieuw roept Hij ons toe; “Wat fijn dat jullie er zijn!”

Terug in de duinen staan we even stil bij een van de duinvennen die we doorkruisen. We genieten van de vele vogels die zich huisvesten in de dorre takken langs het water. Een groepje zwanen met hun jongen en een kudde schapen en geiten maken het rustgevende tafereel, in dit kwetsbaar duingebied, compleet. Bij ‘Strandslag 39’ begint Veronica als eerste aan de klim over de hoge duin naar het strand. Door het mulle zand worstelt zij zich een weg naar boven. Om een of andere reden zijn we beiden even wat stiller. Vanaf een afstand zie ik hoe zij zichtbaar geniet. Het brengt mij bij de gedachte dat dit ook een uiting van vriendschap is. Blij zijn voor de ander. En ik ben blij voor haar, al helemaal als ik haar vreugdekreet hoor, bovenop de duin, en zij oog in oog staat met de woelige zee. Bovenop de duin kijken we samen uit over de uitgestrekte zee. Alsof we samen kijken naar een ontroerende voorstelling, over het ontstaan van de aarde. In stilte denk ik aan de woorden die zijn opgetekend in ‘Mijn Tuingids’, over het ontstaan van deze aarde. Het boek Genesis verwoord het zo: En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge tevoorschijn kome; en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën. En God zag, dat het goed was. En bovenop deze duin kijken Veronica en ik uit naar wat goed is.

Via een smal strandpaadje langs de duingrassen dalen we af naar het strand. Halverwege zie ik hoe een man te paard zich, voorover gebogen, al zwoegend voortbeweegt over het strand. Het is een geweldige symboliek van het gevecht tussen mens en natuur. Het geeft mij ook een beeld van de moeiten, die we soms moeten doen, om een hechte vriendschap in stand te houden. Even later sta ik met Veronica stil bij de branding van de zee. Het is winderig en de golven slaan onstuimig uiteen op het strand. Met op de achtergrond het gebulder van de golven praten we over de relatie tussen de mens en God als Vader. Hierbij stellen we ons de vraag; “Hoe laat God de Vader zijn vriendschap zien aan Ad of Veronica?” We komen tot vele antwoorden, die we meenemen in onze harten voor de komende tijd. Eén ding staat voor ons echter vast: God laat zijn vriendschap zien door de hele Schepping heen. En hier op het strand van Castricum is God intens aanwezig, om Zijn vriendschap te tonen, met de woorden; “Fijn dat je er bent. Samen halen we eruit wat erin zit.”

De wandeling over het strand maakt ons beiden nogal stil. Het is een soort diep respect voor wat de Schepping voor ons beiden betekent, en hier op majestieuze wijze zichtbaar wordt. Voor een moment deel ik met Veronica de woorden uit Psalm.104: ‘Des Heren heerlijkheid in de schepping’. En in de stilte die volgt klinkt het vanuit ons hart: ‘Loof de Here, mijn ziel, en alles wat in mij is’. De regen en de straffe wind hebben inmiddels bezit genomen van de zee en het strand. Bij ‘Castricum aan Zee’ zoeken we het strandpaviljoen ‘Club Zand’ op, en we zakken diep onderuit op een van de houten banken bij het raam, met uitzicht op zee. De warmte in het paviljoen doet het lichaam goed, en al snel zijn we bediend met een heerlijke kop romige ‘Pompoensoep’. Na de koffie en een heerlijk bokbiertje zetten we onze pelgrimage voort door de duinen in de richting van ‘Castricum’. De regen valt gestaag en het wordt tijd voor de paraplu. Via de ‘Zeeweg’ bereiken we het gemengde bos nabij Castricum. En opnieuw genieten we in stilte van de rustgevende omgeving. Als Veronica even voor me uitwandelt staat ze plotseling stil. Het is een plaatje alsof ze wil zeggen; “Ik wil hier niet meer weg!” Als ik haar nader zie ik haar sprankelende ogen, die zichtbaar haar vreugde verraden, over deze bemoedigende dag.

Even later nemen we, ondanks nog wat lichte regen, plaats op een zitbank, langs een van de bospaden. Het is nog maar een kort stukje tot aan het station van Castricum. Het is het gezamenlijke besef, dat deze bemoedigende dag ten einde loopt, die ons tot dankbaarheid brengt, die wij samen in gebed willen uitspreken naar onze God. Op het bankje, onder de bladeren van een doorregende boom, vouwen we onze handen en gaan samen in gebed. We spreken onze dank uit voor de vriendschap die we met elkaar mogen genieten. We bidden, dat we onze vriendschap ook mogen tonen aan andere mensen, die verlangend zijn naar een beetje vriendschap in hun leven. En bovenal spreken we onze dankbaarheid uit voor de vriendschap tussen ons en God, die zo zichtbaar is in Zijn Schepping, zoals de zee. Met de kerktoren van Castricum in zicht beginnen we aan het laatste stukje van deze pelgrimsdag. Een huis, met de woorden ‘Kijk-Uit’ op de gevel, waarschuwt ons voor de gevaren die op de loer liggen, waarmee een hechte vriendschap kan worden verbroken.

Het is iets voor half vijf in de avond als we samen het perron opwandelen van station Castricum. In de trein komen we op adem en vooral weer op temperatuur, na de koude regen. Ook aan mooie dagen komt een eind, zo ook deze. Op station Roermond nemen we, met een warme knuffel, afscheid van elkaar. Voor het laatste stuk in de trein zet ik toch even mijn mp3-spelertje aan. En ik zoek het liedje van ‘Selah’ op, ‘I Will Carry You’. De tonen van het lied brengen mij meteen tot diepe ontroering. Het brengt mij tot het besef welk een geweldige bemoedigende dag ik mocht beleven met Veronica. Het brengt mij tot het besef welk een liefdevolle vriendschap ik geniet met ‘God de Vader’. Het brengt mij tot het besef dat vriendschap, tussen mensen, en de vriendschap tussen mens en God, de grootste schat op aarde is om voor te leven. Het lied ‘I Will Carry You’, laat horen dat wij mensen niet voor onszelf horen te leven, maar elkaar meer dan hard nodig hebben. En échte vrienden dragen en helpen elkaar, door de moeilijke perioden van het leven heen. Als ik in Landgraaf uitcheck en richting mijn huis wandel, zingt het lied van God door me heen; “Wat fijn dat jullie er waren!”