Etappe 19/27: Breukelen - Hilversum Media Park (27,8 km)

Etappe 19/27: Breukelen - Hilversum Media Park (27,8 km)
1 september 2015

“Ja, hoe zou de vluchteling zich voelen?”

Om precies vijf uur in de ochtend gaat mijn wekker af. Met een handige armbeweging maak ik een eind aan het oorverdovende gepiep. Het bed is heerlijk warm en ik rek me nog een paar keer lekker uit. Tien minuten later sta ik op de badkamer aan de wastafel voor mijn opfrisbeurt. Buiten is het nog donker en in het licht van de lantaarnpaal voor mijn deur zie ik hoe een miezerig regentje naar beneden dwarrelt. Het schemerlampje tovert de woonkamer om in sprookjesachtige sferen, alsof ik in m’n eigen huis in een andere wereld terecht ben gekomen. In gedachten kijk ik al vooruit op de wandeletappe die vandaag voor me ligt. Mij wacht daarin ook een andere wereld, de onbekende wereld langs rivier ‘De Vecht’ en de ‘Loosdrechtse Plassen’. De oversteek van ‘De Plassen’ wordt een veelbelovende doortocht. Tussen enkele grotere wateren door, het onbekende tegemoet.

Heel even denk ik weer aan de duizenden vluchtelingen die ook het onbekende tegemoet gaan. In hun geval echter zijn zij noodgedwongen onderweg moeten gaan. Ik heb de vrijheid om zelf een klein stukje onbekend Nederland vrijwillig tegemoet te gaan. Het contrast tussen twee verschillende leefomstandigheden kan daarmee niet groter zijn. En ik bedenk hoe dankbaar wij in ons ‘vrije land’ wel mogen zijn voor deze vrijheid. Vreemd genoeg dwalen mijn gedachten af naar het grote Bijbelverhaal van Mozes, die met het volk van Israël Egypte verliet, op reis naar het ‘Beloofde Land’. Ook hier gingen vele duizenden mensen het grote onbekende tegemoet. Met achter zich aan het gewelddadige leger van de Farao. En zo stel ik mij ook de vlucht voor van al die vluchtelingen van vandaag. Op de vlucht voor het geweld en de ellende, op de hielen gezeten door de gewelddadige legers van ‘IS’ of ‘Boko Harem’. En net als het volk van Israël, die 40 jaar door de woestijn trokken met allerlei problemen, komen de vluchtelingen van nu ook voor allerlei problemen te staan, onderweg naar hun ‘beloofde land’. Er is echter één groot verschil. Het volk van Israël had een grote leider, Mozes, die hen bijeen hield. De vluchtelingen hebben niemand, geen grote leider, maar in feite zijn het allemaal individuen, die zelf hun weg moeten zien te vinden naar het grote onbekende.

Ik probeer de zorgwekkende gedachten over de vluchtelingen los te laten in de hoop een ontspannen wandeling te maken door het voor mij onbekende stukje Nederland. “Als ik maar geen 40 jaar onderweg ben.”; spreek ik mijzelf wat lacherig toe. Vanaf het station van Landgraaf reis ik in ieder geval, om even na zessen, met een paar overstapjes, over bekend ‘spoorland’ naar het station van Breukelen. Onderweg in de trein heeft de sprookjesachtige sfeer van mijn woonkamer plaatsgemaakt voor dreigende grijze luchten, waaruit ieder moment de bliksem naar beneden kan schieten. Enkele regendruppeltjes op de ruit beloven niet veel goeds. Het is precies half negen in de ochtend als ik op het nogal kille station van Breukelen op het perron stap. Met het zicht op de ‘Kortrijkse molen’ wandel ik de stationstrap af en sla linksaf de ‘onbekende wereld’ in. En als een klein wondertje breken de grijze luchten langzaam uiteen en is de dreiging van de bliksem en de regen verdwenen. Hierbij bedenk ik toch: wat zou het geweldig zijn voor de vluchteling, als de dreiging van die onbekende wereld plaats zou maken voor een gastvrij ontvangst, in vrede en vriendelijkheid.

Vanaf de oever van ‘De Grote Heicop’ heb ik een mooi uitzicht op de ‘Pieterskerk’ van Breukelen. Het geeft mij direct iets rustgevends. En ook dat is iets wat ik de vluchteling zou gunnen, een rustgevende omgeving waar die op rust kan komen. Ik steek de ‘Breukelerbrug’ over en zet, langs het ‘Amsterdams-Rijnkanaal’, koers naar rivier ‘De Vecht’. Hierbij passeer ik de eerste typische Hollandse ophaalbrug van de dag. Vlak voor de rivier sta ik oog in oog met een oorlogsmonument uit de Tweede Wereldoorlog. ‘Ter Herinnering aan onze bevrijding, 5 mei 1945’, is het opschrift op de gedenksteen. Ik maak even een pasje op de plaats en verzink wat in gedachten aan hen die hebben gezorgd voor ónze vrijheid nú. Wat was Nederland blij en opgelucht dat er ‘helpers’ waren die ons bevrijdden van dat ‘gewelddadige leger’. In stilte vraag ik mij af of er straks ook een monument wordt opgericht voor de vluchtelingen van nu? Wie komt hen te hulp in hun gevecht tegen dat ‘gewelddadige leger’, dat nergens voor terugdeinsd? Een rilling loopt over m’n rug als ik de beelden voor me zie van het vreselijke geweld in de landen waar de vluchteling vandaan komt….

Na de passage van een tweede ophaalbrug wandel ik langs de oevers van rivier ‘De Vecht’. Hierbij heb ik een mooi zicht op de ‘St.Johanneskerk’, die de omgeving een nostalgisch tintje geeft. De kades worden gesiert door de meest uiteenlopende plezierbootjes. En ieder bootje met z’n eigen tekstopschrift. Een van de bootjes heeft de titel ‘Symphonie’. “Is het niet mooi als er muziek in je leven zit?”; bedenk ik ter plekke. “Maar het is triest als dat niet zo is”; is de gedachte die daarop volgt. Het volgende bootje geeft symbolisch weer hoe je je met muziek in het leven zou voelen: ‘Prinsheerlijk’. Ik wandel verder langs het riviertje en verwonder mij over de enorme hoeveelheid aan luxe villa’s en statige huizen. Sommigen zijn van ‘Koninklijke adel’. Even later wandel ik het buurtschap ‘Nieuwersluis’ binnen. Opnieuw valt mijn oog op een van de vele ophaalbruggen, die de omgeving dat typische karakter geven.

Via een houten bruggetje met trapjes bereik ik het dorpje ‘Loenen aan de Vecht’. En alweer heb ik zicht op een fraaie historische ophaalbrug. De kerk van Loenen aan de Vecht steekt contrastrijk af tegen het water. Enkele momenten later sta ik aan de poort van het statige kerkgebouw. Het is een bijzonder pittoresk en vooral gastvrij dorp waar ik doorheen wandel. Ik krijg van iedere voorbijganger een vriendelijke groet en een lach. Het geeft mij ’t gevoel écht welkom te zijn in deze onbekende omgeving. En het gevoel direct geaccepteerd te worden door volstrekt onbekende mensen, die jou met hun vriendelijkheid en lach het beste toewensen. En ik vraag mij af; “Hoe zou de vluchteling zich voelen met het welkom dat hem vaak ten deel valt in dit onbekende land?” Maar al te vaak vallen afwijzende blikken en scheldwoorden hem ten deel, en is er van een vriendelijke lach geen enkele sprake. “Ja, hoe zou de vluchteling zich voelen?”; mijmer ik opnieuw voor me uit.

Bij het verlaten van Loenen aan de Vecht passeer ik stellingmolen ‘De Hoop’. Iets verderop staat het ‘Ichtus’ symbool van het dorp. Het is de uiting van het dorp aan passanten waarmee zij welkom worden geheten in de Naam van Jezus Christus. Ik als Pelgrim krijg er een buitengewoon warm gevoel van, dat er mensen zijn die de liefde van Gods Zoon op deze manier tot uiting brengen. Want díe liefde heet iedereen welkom en wijst niemand af. Met een laatste blik op rivier ‘De Vecht’ verlaat ik het gastvrije Loenen aan de Vecht. Met uitzicht op een dubbele ophaalbrug en een korte afdaling van een trap wandel ik het ‘stiltegebied’ binnen van de ‘Loosdrechtse Plassen’. Eén lange wandeldijk voert mij tussen de grote plassen door. Vanwege de aangewakkerde wind golft het water onstuimig langs de oevers. In de verte zie ik een kleine witte vissersboot over het water glijden. In mijn fantasie zie ik mijzelf al als Petrus over het water naar de boot wandelen. En Jezus komt mij over het water tegemoet. Velen kennen dit verhaal uit de Bijbel. Voor mij staat het verhaal symbool voor de manier waarop wij mensen elkaar tegemoet kunnen treden. Het is het symbool om elkaar, ondanks alle moeilijkheden en tegenstellingen, in vertrouwen tegemoet te gaan en elkaar de hand te reiken als de ander in problemen komt. En de vraag borrelt in me op; “Doen we dat nog, reiken we elkaar nog de hand?”

Vanuit een vogelspotplaats heb ik een verhoogd uitzicht over de uitgestrekte waterplassen en verwonder ik mij over de bonte mengeling aan vogels. In de verte steken de molen en de kerk van het gastvrije Loenen aan de Vecht boven de bomen uit. Een honderdtal meter verderop sta ik stil op een houten vlonder, met aan mijn voeten het onstuimige water van de ‘Loosdrechtse Plas’. En ik ga in mijn gedachten terug naar Mozes, die met het volk van Israël plotseling voor die grote zee stond en geen kant meer op kon. Het gewelddadige leger was nabij, vluchten bijna niet mogelijk. “Wat nu te doen?”;  moet de vraag van Mozes geweest zijn, zo stel ik mij voor. Het vervolg van dit verhaal kennen we allemaal. De zee spleet open en het volk kon tussen de wateren ontsnappen aan de gewelddadige hand van het leger van de Farao. Ook nu is het voor mij een prachtige weergave van vertrouwen en geloof dat je een betere toekomst tegemoet kunt gaan. Mijn vertrouwen daarin is gericht op ‘De Tuinman’ die niets liever wil dan dat het goed met me gaat.

Aan het eind van de dijk wandel ik langs het buurtschap ‘Oud-Loosdrecht’ en even later langs ‘Kortenhoef’. Tussen hoge grassen door bereik ik de onbekende ‘Kortenhoefse Plassen’ die mijn ogen strelen in een aaneenschakeling van kleurrijke flora en fauna. De vele rode besjes zorgen voor prachtige doorkijkjes over de wateren rondom ‘Kortenhoef’. Ik doorkruis het natuurgebied ‘Het Hol’ en bereik de oevers van het kleine riviertje ‘De Aa’. Enkele kanovaarders hoor ik duidelijk genieten van hun tocht over het strakke water. De hoge grassen strekken zich haast eindeloos voor mij uit. Bij het buurtschap ’s-Graveland’ trek ik, via een houten klaphekje, nog verder de ‘Kortenhoefse Plassen’ binnen. Ik ben getuige van een buitengewoon rustgevend polderlandschap, waar koeien, schapen en vogels in een stille vrede met elkaar samenleven. “Wat zou het toch geweldig zijn als wij mensen ook op deze manier konden samenleven?”; is de hoop die ik zachtjes uitspreek. Ik hurk naast het water neer en spreek het gebed uit, dat meer en meer mensen zullen gaan beseffen dat het met vertrouwen in elkaar mogelijk is om, ondanks alle verschillen, met elkaar in harmonie samen te leven. Ik verlaat opnieuw via een ouderwetse ophaalbrug ’s-Graveland en wandel via een verkeersweg langs een serie bruggetjes, die de oprit vormen naar de huizen. Het geeft mij een beeld dat ieder huis, of anders gezegd ieder mens, in staat is een brug te bouwen naar de ander. Het geeft blijk van ‘elkaar de hand reiken’ in moeilijke situaties. En misschien is dat wat de vluchteling nodig heeft in zijn moeilijke strijd: mensen ontmoeten die een brug van vertrouwen willen bouwen, op weg naar een waardige toekomst,…. misschien wel in dit onbekend land.

Ik steek de ‘Smidsbrug’ over en wandel de bossen in van ‘Hilverbeek’. Het is een contrastrijke overgang van de polder naar het bos. Van de hoge grassen naar de hoge bomen. Van de pittoreske ophaalbruggen naar de historische boerderijen. Van de doorkijkjes over het water naar de doorkijkjes over de weilanden met grazende paarden. Genietend en met een gemoed van rust wandel ik het ‘Goois’ natuurreservaat ‘Spanderwoud’ in. Het mooie glooiende hellingbos laat mijn sportieve wandelhart sneller slaan. Via de ‘Mies Bouwman-Boulevard’ bereik ik het station van Hilversum Media Park en stap twee minuten later in de trein naar Utrecht Centraal en naar huis. Het onbekende land bleek een verademing voor mij te zijn. Ik kreeg een warm welkom in gastvrijheid en een vriendelijke lach. Ik kreeg het vertrouwen en de acceptatie die nodig waren voor de nodige rust. Ik kreeg het aanbod van liefde en het aanbod van de helpende hand. Met het lied ‘What Makes You Stay’ van Deana Carter in mijn oren stel ik mij de vraag; “Hoe anders is het met de vluchteling….?”