Etappe 16/27: Sliedrecht - Gouda Goverwelle 39,6 km

Etappe 16/27: Sliedrecht - Gouda Goverwelle 39,6 km
23 juli 2015

“Ik heb er even geen zin in,…”

Al een week lang heb ik het gevoel alsof ik in een soort droom terecht ben gekomen. Een droom die eigenlijk iets weg heeft van een nachtmerrie. Voor mijn netvlies voltrekken zich de meest gruwelijke gebeurtenissen, die bijna niet waar kunnen zijn. Moordaanslagen in Amerika, gijzelingen met onthoofdingen in Syrië, bomaanslagen in Turkije, roofovervallen in Nederland, verkrachtingen en bloedige slachtpartijen in Afrika. Op m’n werk hoor ik bijna niets anders meer dan dat collega’s ernstig, zoniet ongeneeslijk, ziek worden. Om mij heen lijken alleen maar hele jonge mensen te sterven. De dood van de echtgenoot van een van onze managers gaat mij door merg en been. Jean-Paul werd slechts 38 jaar. Zijn vrouw Janneke blijft alleen achter met twee jonge dochters. Wat een mooie toekomstdroom had moeten zijn voor dit jonge gezin spat als een zeepbel uiteen. Maar mijn droom is de ‘keiharde werkelijkheid’ van de wereld van nu.

Ik neem die droom vandaag mee op de lange wandeling van Sliedrecht naar Gouda Goverwelle. In de hoop dat ik daar wakker wordt geschud, en het niet een nachtmerrie maar een échte droom blijkt te zijn. Ik ben dan ook stil van binnen deze ochtend. Hoewel ik toch veel zin heb in de mooie wandeling door de polders heb ik weinig ‘noten op mijn zang’. Op het perron in Heerlen groet ik maar kort enkele collega’s en neem plaats op een rustig plekje in de trein. Eenmaal onderweg bereiken mij de tonen van het lied ‘Ae Fond Kiss’ van Eddie Reader. Een traan rolt over mijn wang als ik vanuit de trein over een betoverend landschap tuur, dat zich hult in het eerste ochtendlicht. Het lied roept in mij het trieste contrast op tussen de gruwelijke gebeurtenissen van nu en de paradijselijke ‘Tuin’ zoals die oorspronkelijk is bedoeld. In mijn droom zie ik twee tuinen: de ‘eerste’ waar je het liefst voor altijd wilt blijven, de ‘tweede’ die je het liefst zo snel mogelijk wilt ‘inruilen’, voor de ‘eerste’.

Zo hoop ik vandaag tijdens mijn ‘pelgrimage’ een ontmoeting te hebben met die ‘eerste Tuin’, waaruit ik nieuwe kracht mag putten. En in m’n droom wil ik zo graag de mensen laten ‘zien’ hoe mooi die ‘eerste tuin’ is gemaakt. Ik neem mij dan ook voor om vandaag zoveel mogelijk de foto’s te laten spreken in het Zuid-Hollandse polderlandschap. En het is mijn gebed dat Janneke en haar twee dochtertjes in de toekomst ook weer zullen genieten van de ‘eerste tuin’. Als ik aan hen en mijn zieke collega’s denk loopt er een ijskoude rilling over mijn rug. “Wat een vreselijke droom maken zij mee!”; zijn mijn verdrietige gedachten. En opnieuw klinkt er muziek in m’n oren. Vlak voor Sliedrecht luister ik naar de gevoelige versie van het lied ‘I Don’t Wanna Talk About It’,  van Julienne Taylor. Dat zou ik ook het liefste willen doen….

Om iets na achten stap ik uit in het zonnige Sliedrecht. Het is enigszins drukkend warm en ik maak mij op voor veertig pittige kilometers door de grassige polders. Nog geen vijftien minuten later wandel ik langs het eerste poldertafereel. Uitgestrekte weilanden waarin het vee zich in alle rust tegoed doet aan het malse gras. In een ondiepe sloot heb ik de ontmoeting met een ‘opgroeiend’ zwanengezin. En bijna als vanzelf schiet een brok in m’n keel, als ik bedenk dat het opgroeiende gezin van Janneke en haar twee dochters een enorme deuk heeft opgelopen. Hoe moeilijk zal het worden om in diepe gebrokenheid samen op te groeien en te genieten, zoals deze zwanen, in de ‘Tuin’. Met een wat gebogen hoofd trek ik verder voorbij de eerste polders, waarin de wolkenluchten het landschap hullen in mystieke sferen. Na een bruggetje sla ik linksaf en wandel door de eerste hogere grassen langs de ‘Giessendamsche Binnenvliet’.

Na een ijzeren klaphekje en een klimpartijtje over een houten hek hurk ik aan de rand van het water neer. In gedachten schieten mij de woorden te binnen uit mijn ‘Reisgids’ in Prediker.3, waar alles z’n tijd heeft. De korte verzen: ‘… er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen…’, leren mij dat er ook voor Janneke en haar dochters weer andere tijden zullen komen, maar dat je alles ‘tot die tijd, het de tijd moet geven’. In de verte duikt de eerste molen van de dag voor me op. Tussen het hoge gras werp ik enkele bewonderende blikken op de prachtige ‘Middelmolen’. Ik klim opnieuw over een houten afsluiting en steek via een pittoreske boogbrug de ‘Graafstroom’ over. Even verderop neem ik de ‘Hofwegensemolen’ op de kiek en wandel ‘Bleskensgraaf’ binnen. Langs de sloten ‘Brandwijksche Water’ en ‘Achter Wetering’ gun ik mijn ogen het schouwspel van een opstijgende reiger en opnieuw een jong zwanengezin al ‘peddelend’ over het water. Vlak voor het buurschapje ‘De Donk’ wordt ik nagekeken door een enorme kudde koeien. Slechts één van hen loeit mij na, alsof ze zeggen wil; “Komt allemaal goed schatje!”

Als ik het buurtschapje doorkruis trekt een kort zinnetje op een deurluifel mijn aandacht. ‘Elke dag is nieuw’, zijn de bemoedigende woorden die het geloei van de koe bevestigen. Het is de mooie weergave dat iedere dag, maar ook iedere fase in je leven, iets nieuws te bieden heeft. Het zijn de symbolische woorden uit een lied, die ik Janneke zo graag wil toeroepen; ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt weer nieuw’. Voorbij ‘De Donk’ steek ik de brug over van het ‘Groote of Achterwaterschap’. Een plezierbootje geeft het landschap dat typische Nederlandse karakter. In een zee van rust en ruimte kijk ik genietend uit over een ‘Oer Hollands landschap’. Onder spectaculaire wolkenluchten rijgen de Oud-Hollandse molens zich aaneen. Langs het kanaal van de ‘Ammersche Boezem’ struin ik kort daarna voorbij de molens. Ik heb mij zelden zo ‘vergaapt’ aan een mooi landschap. Het is een landschap als de ‘eerste Tuin’, waar je het liefst voor altijd zou willen blijven.

‘Groot Ammers’ staat in het teken van de ‘Vakantie Bijbel Week’. Een groot reclamebord, midden in het dorp, laat zien dat ik mij nog steeds begeef in de ‘Bible Belt’ van Nederland. En ik vind het prachtig. Via een korte laan met kleurige bloemen verlaat ik ‘Groot Ammers’ en zet koers richting het veerpont bij ‘Schoonhoven’. Voor slechts zestig eurocent wandel ik aan de andere oever van rivier ‘De Lek’ het historische plaatsje ‘Schoonhoven’ binnen. Onder de mooie ‘Veerpoort’ kom ik terecht in het historische centrum van het plaatsje. De terrasjes zijn gezellig gevuld met ontspannen pratende mensen. Hoewel het er allemaal uitnodigend uitziet besluit ik om mijn wandeling voort te zetten en mijn pauze te nemen op een rustig plekje bij de vijver van het kleine stadsparkje. Bij een kunstige bronzen koepel gun ik mijn benen voor het eerst deze dag even rust.

Vanaf mijn zitplekje zie ik hoe enkele kinderen aan het spelen zijn op de speeltoestellen in het stadsparkje. In het gras zitten de ouders op een picknickkleed, hun kinderen liefdevol gade te slaan. En opnieuw pakt het me bij de keel, als ik bedenk dat Janneke en haar dochters dit nooit meer samen met Jean-Paul of papa zullen beleven. Die gedachten doen mijn emotionele stemming geen goed. Ik besluit om mijn pauze te beëindigen en de wandeling voort te zetten. Langs de sloot van de ‘Noord Zevender Wetering’ zoek ik weer mijn weg door de polders. De passage van de ‘Bonrepasmolen’ en de fraaie doorkijkjes over het polderlandschap beuren mijn stemming weer wat op. Ik wandel het buurtschap ‘Vlist’ binnen en wordt er verwelkomd door een zee van kleurrijke bloemen langs de sloten en de bermen. Even voelt het alsof ‘De Tuinman’ zelf mij een hart onder de riem wil steken. Voor heel even sluit ik mijn ogen en spreek een dankgebed uit.

Het kleine ‘Vlist’ is een streling voor het oog. Halverwege het buurtschap passeer ik een brug met aan de zijkant de woorden; ‘De Twee Waarden’. Ik weet niet welke ‘Twee Waarden’ hier bedoeld worden, maar voor mij is het een mooie weergave van de ‘twee tuinen’ die ik zag in mijn droom. De ‘eerste tuin’ heeft een ‘schoonheidswaarde’, die je het liefst voor altijd wilt tonen, de ‘tweede tuin’ heeft een ‘chaoswaarde’, en is een tuin die je het liefst zo snel mogelijk wilt omspitten’. Ik voel mij plotsklaps een bevoorrecht mens, als ik bedenk dat het Zuid-Hollandse Landschap, waar ik wandel, van grote ‘schoonheidswaarde’ is. Over de sloot, vanaf de ‘West-Vlisterdijk’ heb ik zicht op de ‘Boezemmolen’. Op een zitbank neem ik toch weer even een korte pauze, om mijn inmiddels vermoeide benen even te laten rusten. Vanaf de zitbank heb ik opnieuw een weids uitzicht over de polders. En opnieuw borrelt het besef in mij naar boven; “Wat ben ik toch een bevoorrecht mens!”

Even later zet ik mijn eerste passen door het dorpje ‘Haastrecht’. Het geboortedorp van de bekende Nederlanders Edith van Dijk, de marathonzwemster, en de wereldkampioenen schaatsen Leo Visser  en Hein Vergeer. Het is een typisch Hollands dorp, waar gezelligheid en rust arm in arm gaan. Een grassig wandelpad langs de ‘Hollandse IJssel’ brengt mij tot ‘Gouda Goverwelle’, waar ik om even voor half vijf incheck voor mijn lange treinreis naar huis. In de trein bekijk ik in m’n fotocamera al kort de foto’s van de dag. Tevreden stel ik vast dat ik voor mijn gevoel ’de Tuin’ mooi in beeld heb gebracht, en de foto’s hun ‘sprekende’ werk zullen doen. Echter, mijn droom in de ‘keiharde werkelijkheid’ is gebleven. De gruwelijkheden, ze blijven bestaan. Voor Janneke en haar dochters zal het gemis van Jean-Paul ook altijd blijven bestaan. En ik? Ik heb er even geen zin in, om er veel over te praten; “I Don’t Wanna Talk About It.”