Etappe 15/27: Gorinchem - Sliedrecht 23,0 km

Etappe 15/27: Gorinchem - Sliedrecht 23,0 km
16 juli 2015

“Ja, het is voor ons een gezegende plek,…”

Op deze bewolkte grijze ochtend maak ik mij op voor een wandeling door de Nederlandse ‘Bijbelgordel’. Misschien beter bekend onder de Engelse benaming ‘Bible Belt’. Ik vind het wel een toepasselijke benaming voor een ‘pelgrimage’. Wat wil je nog meer; wandelen door een gebied waar Gods Woord nog alle aandacht krijgt. En voor mij is daar niets mis mee. Echter, de reputatie van de ‘Bible Belt’ staat bij sommigen niet zo hoog aangeschreven. En ik bedenk dat dat alleen maar komt, omdat de meerderheid van de mensen in dit gebied andere keuzes hebben gemaakt, ten aanzien van geloof en de manier waarop wij mensen met elkaar zouden kunnen samenleven. En wat anderen er ook van mogen vinden, ik heb respect voor deze mensen, die nog echt staan voor de keuzes die zij hebben gemaakt in hun leven. “Daar kan menigeen zich een puntje aan zuigen.”; is mijn eerste reactie daarop.

Want, wat is er mis met geloof in de Bijbel. Met een ‘geschonken Woord’ door de ‘Tuinman’, die niets liever wil dat het ons mensen aan niets ontbreekt. En bij een juiste toepassing van ‘dat Woord’ hoeft het ons mensen ook inderdaad aan niets te ontbreken. En de eerste bedenking van deze dag komt in mij op, als ik besef dat er mensen zijn, die het ‘geschonken Woord’ níet op de juiste wijze toepassen. Ja, zelfs alleen maar gebruiken voor het ‘eigen gewin’. Neem daarbij het gegeven dat er ook mensen zijn die, zonder eerst onderzoek te hebben gedaan, maar gewoon iets roepen over dat ‘geschonken Woord’, en je begrijpt dat een reputatie, op onterechte gronden, snel kan worden aangetast. Voor mij roepen het interessante gedachten op, die ik tijdens mijn wandeling vandaag een plek probeer te geven. Ik trek de voordeur achter me dicht en wandel goedgemutst naar de eerste trein van de dag.

Op station Landgraaf begroet ik voor de zoveelste keer mijn ‘zwoegende’ Ned Train collega’s. Een van hen, waarmee ik vroeger op de LTS zat, laat mij de foto zien van de diploma uitreiking van toen. Ik hurk daar naast mijn ‘toekomstige’ collega, met beiden onze diploma’s in de hand. We nemen daarbij nog even onze oud-medeleerlingen onder de loep. En we wisselen in de trein nog wat leuke herinneringen uit over die schooltijd. Op het perron in Heerlen groet ik de collega’s Roy en Diana, en vertrek vanuit een wat mistig Heerlen op weg naar de ‘Bible Belt’. Ondanks de mist reis ik door een ‘groene wereld’, waarin het dierenleven prominent aanwezig is. Het zijn schapen, koeien, paarden, kippen, eenden en zelfs enkele fazanten, die op dit vroege uur de ‘show stelen’ in moeder natuur. Ik neem het dankbaar in ontvangst als een feestelijke zegen.

In Gorinchem stap ik uit op een zonovergoten station, waar de strakke blauwe hemel de show van de dieren heeft overgenomen. Mijn Gps vertoont kort wat haperingen, maar na een ‘zachte reset’ heb ik mijn ‘track’ over 23,0 km naar Sliedrecht alweer snel bij de hand. Vanaf het station wandel ik langs enkele moderne ‘spiegelende’ gebouwen. Maar hoe verrrassend kan het gaan, nog geen twee honderd meter verder begeef ik mij in een ‘klein groen wereldje’ met enkele geiten en kleurrijke bloemen. Een artistiek kunstwerkje nodigt mij uit om ‘Effe te komen zitte’, maar ik bedank voor de eer. Bij het opdraaien van de dijk, langs het ‘Kanaal van Steenenhoek’ passeer ik het eerste rood/witte paaltje ter aanduiding van het ‘pelgrimspad’. De mooie groene dijk kent haast een overbevolking van schapen, die mijn pad zowat iedere twintig meter kruisen. Als de schapen mij even wat ruimte geven tuur ik genietend naar het gevogelte langs het kanaal.

Een stukje voor mij uit hoor ik plotseling het nogal kermachtige geluid van een schaap; “ehh, beh, erghhh, beh, ehh….” “Dat klinkt niet gezond.”; is mijn eerste analyse. Een minuutje later sta ik bij een gaaswerk waarin een volwassen schaap zijn kop door het gaas heeft gestoken en er niet meer uit krijgt. Het dier ligt al enigszins versufd in het gras, met z’n kop scheef hangend in de ijzers van het gaaswerk. Aan één kant heeft hij al wat snijwondjes in de hals opgelopen. Zijn ademhaling is duidelijk niet zoals die zou moeten zijn. Als een voleerd ‘Ehbo’er’ kniel ik voor het schaap neer en begin hem eerst gerust te stellen door tegen hem te praten. En ik beloof hem dat ik hem uit z’n benarde postie ga bevrijden. Met stevige kracht zet ik mijn vingers tussen het ijzerdraad en de kop van het schaap, en probeer de opening wat groter te maken. Enkele broeddruppels van het schaap verdwijnen in het gras. Geen resultaat. Ik probeer het schaap duidelijk te maken dat hij zelf ook een beetje moet meewerken, maar ook dat helpt niet. “Luister vriend, ik ben best wel een dierenvriend, maar het mag best wel een beetje moeite kosten, ook van jou kant.”; zo spreek het schaap vermanend toe. “En als je dat niet wilt, dan help ik je een beetje.”; is mijn laatste waarschuwing. En met een ferme schop onder z’n kont lukt het me om het schaap in beweging te krijgen. Ik zet mijn handen voor op de kop, vlak tussen z’n ogen, en duw hem met nog meer stevige kracht door het ijzeren gaas. Tien seconden later wandelt het dier, al schuddend en mekkerend, over de dijk. Met enkele beh’s beh’s spreekt het schaap zijn dankbaarheid uit. “Graag gedaan, vriend.”; roep ik hem na, en wandel verder over de dijk, tussen de rest van de schapen.

Na wat klimwerk, over ijzeren poorten, steek ik het ‘Kanaal van Steenenhoek’ over en wandel het natuurgebied ‘De Avelingen’ in. Het is een zeldzaam mooi stukje natuur langs de oevers van het ‘Avelingerdiep’ en de ‘Merwede’. Er heerst een ongekende rust en de uitzichten over het water zijn een zegen voor de ziel. En ik bedenk dat rust en zegen misschien wel de mooiste synoniemen zijn voor de ‘Bible Belt’. Want, rust en zegen is waar deze mensen naar verlangen. Hun leven wordt bepaald door het zoeken naar innerlijke rust en vrede. Maar ook door hun afhankelijkheid, in de zegeningen die ze mogen ontvangen. Zij stellen zich afhankelijk op naar ‘De Tuinman’, die ons wil voorzien van alle dingen die wij als mens nodig hebben, om in alle rust te kunnen leven.

Dieper en dieper wandel ik het prachtige natuurgebied in en val van de ene in de andere ‘natuurverbazing’. Met de passage van een ijzeren klaphek komt een einde aan deze fraaie natuurervaring. Ik wandel de ‘Tiendweg’ op en passeer via een korte betonnen trap een houten vlechtscherm. Toepasselijker kon ik het niet krijgen: ‘In The Garden’, is het opschrift op het tekstbordje aan het vlechtscherm. Het voelt voor mij als een warm welkom door ‘De Tuinman’ zelf, als Hij zegt; “Welkom Ad, in de ‘Tuin’, en geniet van je zegeningen en de rust die Ik je zo graag wil geven.” Ik doorkruis het plaatsje ‘Boven-Hardinxveld’ en passeer enkele wonderschone landerijen, waar ook nu het dierenleven de show steelt.

Ik steek opnieuw het ‘Kanaal van Steenenhoek’ over en bereik via de ‘Neerpolderseweg’ de oevers van het riviertje ‘De Wijde Giessen’. En mij overvalt het gevoel dat, evenals in ons gezegende Limburgse land, de mensen van de ‘Bible Belt’ leven in een gezegend land, waar nog liefde is voor de ‘Schepping’, net als in Limburg, en waar God Zijn zegen graag aan wil geven. Het roept in mij het contrast op, dat er mensen zijn die dit van Limburg wél kunnen accepteren, maar van de ‘Bible Belt’ blijkbaar niet. En ik vraag mij oprecht af; “Waar zit dat dan in?” Twee verschillende gebieden in ons land, die beiden de reputatie van diep geloof in zich herbergen. En toch wordt het ene wel, of meer, geaccepteerd dan het andere. Van Limburg vinden de meesten het allemaal heel normaal, het gelovige leven met de vele kerken en wegkruisen. Maar de ‘Bible Belt’ vinden velen maar een raar gebied, omdat het geloof volledig in het teken staat van het ‘geschonken Woord’.

Bij een zogenaamd ‘Pelgrimsbankje’ gaat mijn rugzak af. “Zo’n bankje zou in Limburg niet misstaan.”; is mijn gedachte, als ik op het bankje plaatsneem voor een kort rustmoment. Het bankje toont mij alleen maar aan dat geloof niet gebonden is aan tijd en zeker niet aan een gebied, land of provincie. En het geloof hier is een geloof in het ‘geschonken Woord’, een ‘Woord van liefde, rust en zegen’ voor iedereen. En op dit eenvoudige ‘pelgrimsbankje’ mag ik dat opnieuw beseffen,…. heerlijk! Een tiental meter verderop sta ik voor een tuinzitje, met aan de boom een beeltenis van ‘Maria’ die de diepe zorg op zich neemt van het kind ‘Jezus’. Het is een mooie ‘eyeopener’ van hoe de ‘moderne mens’ z’n kinderen kan opvoeden. Maar helaas horen we, meestal van ouderen, maar al te vaak de woorden, over kinderen die in de problemen zijn geraakt: ‘Ja, die zal we een slechte opvoeding hebben gehad!’ Maar verwijzen we met zo’n uitspraken dan niet naar onszelf? En mijn gedachten gaan naar al die mensen in de ‘Bible Belt’, die de grootste moeite doen om hun kinderen op waardige wijze te doen opgroeien, en vervolgens het hele land over zich heen krijgen, omdat zij het niet doen op de manier zoals de maatschappij dat van hen vraagt.

Maar gelukkig trekken de mensen van de ‘Bible Belt’ zich daar weinig van aan, en blijven zij hun kinderen opvoeden op een moedige manier. Ik wordt in mijn gedachten bevestigd als ik over het water van de ‘Wijde Giessen’ enkele jonge jongens met een klein motorbootje over het water zie dobberen. Ik zie onbezorgde kinderen, zonder iPhone, oortjes of andere speeltjes. Het zijn onbezorgde kinderen die  nog genieten van een simpel bootje, het water en elkaar. Ze zijn op geen enkele wijze luidruchtig en roepen in mij een jeugdgevoel op van tientallen jaren geleden, toen ik met vriendjes ging voetballen op het veldje in de buurt. Het bootje, met een van de jongens voor op de boeg, met z’n benen in het water, trekt aan mij voorbij. Op de boeg van het bootje prijkt de mooie naam, ‘Ukkepuk’.

Ik wandel het dorp ‘Hardinxveld-Giessendam’ binnen, waar de was nog mooi ‘in lijn’ hangt te drogen. Ik passeer het museum ‘De Koperen Knop’ en verlaat via de ‘Molenweg’ het pittoreske dorp. In de verte zie ik een superlange goederentrein voorbijrijden over de bekende ‘Betuwelijn’. En even later nog twee goederentreinen. “Zou die lijn dan tóch winstgevend worden?”; is mijn verwonderde vraag. Vanaf de brug over de spoorlijn heb ik een verhoogd uitzicht op de prachtige polder die zich voor mij uitstrekt. Voordat ik de ‘Tiendweg’ opwandel passeert nóg een hele lange trein met de glimmende contouren van gloednieuwe auto’s. “Schijnbaar gaat het toch erg goed met Nederland. Van crisis is volgens mij geen sprake. Of is die crisis gecreeërd?”; zijn mijn overpeinzingen op weg naar de ‘Tiendwegse molen’.

De ‘Tiendwegse molen’ is een prachtig historisch monument, temidden van een polderlandschap dat zijn weerga niet kent. Over een smal pad, met links en rechts van me het water van de sloten nader ik de molen. Op het erf zie ik hoe de molenaarsvrouw haar tuintje aan het verzorgen is. Na het bruggetje bij de molen kom ik in een kort gesprekje met de molenaarsvrouw. “Wat een prachtige plek om te wonen.”; zeg ik tegen haar. “Ja, het is voor ons een gezegende plek, waar we heel dankbaar voor zijn.”; verteld ze me in alle oprechtheid. “Waren maar meer mensen dankbaar voor hetgeen hen onverwacht ten deel valt. We vinden alles zo vanzelfsprekend.”; zijn haar laatste woorden. Ik wens haar een gezegende voortzetting van de dag en zwaai haar vanaf de achterzijde van de molen uit. “Was dat nou een van die rare mensen?”; spreek ik in stilte de rest van Nederland toe. Aan een ijzeren bankje, iets verderop in de wijdse polder, prijkt een tekstbordje met de toepasselijke woorden: ‘Zit en Bewonder’. Het is een dankbare uiting aan het gezegende land waar de mensen van de ‘Bible Belt’ mogen wonen en werken.

Met nog steeds links en rechts van me het water trek ik verder door de polder. Tussen enkele statige knotwilgen zie ik een ‘witte zwanen gezinnetje’, die zichtbaar geniet van het warme weer. Een van de zwanen kijkt mij met een scheve kop aan, alsof die zeggen wil; “Hoe zit het eigenlijk met jou dankbaarheid, wandelende mens?” En ik sta meteen weer met twee benen op de grond, als ik besef dat ik mijn dankbaarheid, voor de zegeningen die mij ten deel vallen, te weinig uitspreek. En ik denk terug aan de wijze woorden van de molenaarsvrouw; “We vinden alles zo vanzelfsprekend.” Het moment leert mij een belangrijke les in dankbaarheid. Leert mij een belangrijke les in het tellen van mijn zegeningen. Leert mij de belangrijke les dat het ‘De Tuinman’ is, die alleen maar wil dat het mij aan niets ontbreekt. Via de ‘Kweldamweg’ nader ik ‘Sliedrecht’, waar ik via de ‘Provinciale weg’ het station bereik. Vijf minuten later zit ik alweer in de trein op weg naar huis. Met in m’n oren het zacht fluwelen geluid van Tish Hinojosa, met haar vertolking van het lied ‘Song For The Journey’. Een lied voor op reis, met de mooie woorden: ‘If you don’t count your blessings, we are wasting our time.’