Etappe 12/27: Oisterwijk - 's Hertogenbosch (23,1 km)

Etappe 12/27: Oisterwijk - 's Hertogenbosch (23,1 km)
17 juni 2015

“No, I’m from Holland…”

Al dagen suist het ‘hemelse gezang’ van de negenjarige Nijmeegse Amira Willighagen door m’n oren, van haar optreden bij André Rieu, op het Maastrichtse Vrijthof. Het ‘You Tube’ filmpje van het lied ‘O Mio Babbino Caro’ heeft een gevoelige snaar in mij geraakt. Ik stelde me daarbij de vraag; “Hoe wordt er in de hemel gezongen?” Het antwoord ligt verborgen in de schoonheid van dít lied en de beelden van het filmpje. En zo begint mijn pelgrimage van vandaag met de zoektocht naar de eigenschappen van ‘hemels gezang’. Menigeen vindt ‘hemels gezang’ maar soft, maar ik richt mijn zoektocht juist op de kracht die verborgen ligt in het ‘hemelse gezang’, voor ieder mens. En op deze vroege ochtend schieten de beelden van het filmpje aan mijn netvlies voorbij, waarmee ik tijdens mijn wandeling ga proberen het ‘hemelse gezang’ samen te brengen, met de schoonheid van ‘De Tuin’ en de mens.

Als ik bij het ontbijt wat voor mij uitstaar realiseer ik mij dat ik vandaag ook een bezoek breng aan het ‘Nationaal Monument Kamp Vught’ en de ‘Fussiladeplaats’, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Een rilling loopt plotseling over mijn rug, als ik besef dat dáár toen weinig reden was voor ‘hemels gezang’. “Of juist wel?”; vraag ik mij opeens af. En opnieuw flitsen beelden door m’n hoofd van een speelfilm, waarin zingende Joden op weg gaan naar hun ‘einde’ in een concentratiekamp. Alsof ze op weg waren naar hun vrijheid, hun eeuwige vrijheid. En ik bedenk dat dát weleens de belangrijkste eigenschap kon zijn van ‘hemels gezang’,….. vrijheid. Ik pak mijn rugtas verder in, trek m’n wandelschoenen aan en wandel om iets voor zessen in de ochtend richting het station van Landgraaf. Opnieuw ontmoet ik mijn Ned Train collega’s die op weg zijn naar hun ‘hobby’. “Tsjonge, en ik maar wandelen!”; zo bemoedig ik hen.

Als we in Heerlen afscheid van elkaar nemen groet ik op het perron nog een tweetal andere collega’s. Eenmaal onderweg, met de intercity, glijden mijn ogen over het zonovergoten landschap. De korenvelden geven een glans af als ware het de oprijlaan naar de hemel. Op dat moment klinkt het bijna hemelse ‘In The Arms Of An Angel’ van Sarah McLachlan uit mijn mp3-speler. De woorden in het lied ‘You’ll Find Comfort Here’, zijn een prachtige weergave van ‘hemels gezang’. Een gezang waarbij je je geborgen en veilig voelt. Het is een verlangen, wat in mijn beleving, ieder mens heeft, niemand uitgezonderd. Laag over het koren vliegend genieten de vogels van het ochtendgloren. Bontgekleurde koeien doen zich tegoed aan het groene gras. Enkele schapen kijken mijn trein belangstellend na. In mijn fantasie hoor ik vanachter m’n treinraam hun ‘hemelse dierengeluiden’, beh beh,….

Op station Eindhoven stap ik over voor het ritje naar mijn startpunt. Station Oisterwijk is gehuld in een ‘strak blauwe jas’. Mijn eerste schreden gaan in oostelijke richting langs de spoorlijn. Een intercitytrein schiet aan mij voorbij als ik Oisterwijk uitwandel. Na enkele honderden meters bereik ik het natuurgebied ‘Nemelaer’. Ik wordt er begroet door een koppel witte zwanen die me nogal dreigend aanstaren. Als ik het ‘verliefde stelletje’ passeer wordt duidelijk waarom. In het gras verscholen ligt hun nakroost te zonnen, en papa en mama beschermen hun kindertjes met bravour. Met gepaste afstand loop ik om het jonge gezinnetje heen. Via een houten klaphekje stap ik het uitnodigende natuurgebied binnen. Op dat moment denk ik terug  aan het filmpje van ‘Amira’. Aan al die verwonderde gezichten op het moment dat Amira haar eerste tonen zingt. Gezichten met een uitdrukking vol ongeloof en vreugde; ‘Is het écht waar? Zó mooi, zó helder en zó puur?’ En ik zie nog het gezicht van die oudere man, die roept; ‘Já, het bestaat écht! Het hemelse gezang! En ik mag het horen! Ik mag erbij zijn!’ In het prachtige ‘Nemelaer’ luister ik naar het hemelse gezang van de natuur. De vogels die fluiten, de insecten die zoemen en het zachte gekabbel van het water; “Ja, het bestaat echt! En ik mag erbij zijn.”

Bij de ‘Essche Stroom’ passeer ik een mooi sluisje, dat contrastrijk afsteekt tegen het groen van de natuur en de strak blauwe lucht. Over de brug van de ‘Essche Stroom’ komt mij een vrouw op de fiets tegemoet; “Wat is het hier mooi he?”; roept ze me toe. En ik begroet haar enthousiast met de woorden; “Ja, klopt,… en wij mogen erbij zijn!” Als de vrouw al een stukje bij mij vandaan is hoor ik haar roepen; “Ja, geweldig!” En ik krijg een grote glimlach op m’n gezicht. Ik steek bij de ‘Van Beckhovenbrug’ nogmaals de ‘Essche Stroom’ over en wandel via de ‘Belversedijk’ rechtsaf de landerijen in, richting het kleine plaatsje ‘Esch’. Een schitterend boerenlandschap, met veel boeren-bedrijvigheid, opent zich voor mijn ogen. Als uit het niets sta ik bij de ‘Jofrahoeve’ stil bij een kleine kapel. Het is een kleine en eenvoudige plek van bezinning, waar de plaatselijke inwoners zich even kunnen terugtrekken. Om te luisteren naar de stilte, die als een ‘hemels gezang’ de oren vult. Voor even denk ik weer aan het filmpje van ‘Amira’. Waar een oudere grijze vrouw haar tranen de vrije loop laat bij de tonen van het ‘hemelse gezang’ van de kleine Amira. Alsof ze in een flits alle leed en verdriet van haar leven aan zich voorbij ziet gaan. Het ‘hemelse gezang’ van Amira brengt haar bij de troostende gedachte dat ze het eindelijk ‘los kan laten’.

Ik vervolg mijn pelgrimage langs het buurtschap ‘Schorvert’. Temidden van akkers, groene weilanden en dichtbegroeide bossen nader ik ‘Vught’. Mijn onderbuikgevoelens verraden mij dat ik de dramatische ‘Fussiladeplaats’ nader, in de bossen nabij Vught. Na enkele smalle bospaden en een kort klimmetje over een zandpad sta ik aan de poort van een van de meest gruwelijke plekken van Nederland, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Ik bekijk kort het informatiebord bij de ingang en wandel, met een houding van diep respect, voorbij de ijzeren poort, in de richting van het gedenkteken. Gedurende mijn ‘wandelgang’ over de lange oprit dwalen mijn gedachten af, naar de gebeurtenissen die zich op deze plek hebben afgespeeld. Het is de plek waar landgenoten werden ‘vermoord’,… door landgenoten. Verzetstrijders werden voor een vuurpeloton geplaatst, dat hoofdzakelijk bestond uit Nederlandse SS’ers. Ik gruwel bij die gedachte.

Even later sta ik op dezelfde plek waar Prinses Juliana ooit het monument onthulde. Aan de achterzijde torent een groot ruwhoutenkruis boven het monument uit. De bloemen van eerdere herdenkingen liggen er nog. Ik kan niet anders dan diep van binnen stil worden, mijn hoofd buigen en bidden dat een dergelijke tragedie nóóit meer zal plaatsvinden. Ik neem plaats op een van de zitbanken bij het monument en neem mijn reisbijbeltje ter hand. Mijn ogen richten zich op het ruwhoutenkruis achter het monument. Wat moeten het verschrikkelijke laatste momenten zijn geweest voor de mensen die hier werden geëxecuteerd. Volledig verlaten en eenzaam, weggevoerd van familie en vrienden. Het roept in mij de woorden op die Jezus riep aan het kruis, op het moment dat Hij zijn hoofd boog en stierf; ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ De mensen die op deze plek werden gedood hebben wellicht ook zoiets dergelijks geroepen, in hun angst en verlatenheid. Ver weg van het ‘hemelse gezang’. Maar het kruis, het ruwhoutenkruis, staat voor rechtvaardigheid. Daarmee ga ik in gedachten toch weer terug naar het filmpje van Amira. Als ik denk aan de blik van die jonge blonde vrouw, die terugkijkt op haar leven vol teleurstellingen en tegenslagen, die door het ‘hemelse gezang’ volledig teniet worden gedaan. Haar overvalt het overweldigende gevoel van bevrijding en de gedachte dat rechtvaardigheid bestaat. En dat is ook mijn hoop voor al die geëxecuteerde mensen, als ik opkijk naar het ruwhoutenkruis. Als ik de lange oprit weer verlaat zie ik hoe één kleine gele bloem boven het groene gras uitsteekt. Hierbij ontstaan warme gedachten, die ik echter diep in m’n hart bewaar.

Aan de oever van ‘Lunet2’ mijmer ik nog wat door op die gedachten en zet koers richting het ‘Nationaal Monument Kamp Vught’. Ik koop mijn entreekaartje bij de kassa en wandel het museum binnen, waar je een mooi beeld krijgt van de gebeurtenissen van toen. ‘Herdenken is nadenken’, zijn de eerste woorden die ik in het museum tegenkom. Bij die woorden denk ik alweer terug aan het filmpje van Amira, waar een vrouw van middelbare leeftijd ook haar hele leven aan zich voorbij ziet gaan. In een flits ziet zij haar mislukte leven en buigt zich vol schuldgevoelens voorover. Maar in haar zee van tranen beseft zij; ‘ik mag opnieuw beginnen’, ‘ook voor mij is er een tweede kans’.

Vanuit het museum wandel ik de binnenplaats op en sta oog in oog met de overblijfselen van de zwaar bewaakte afrasteringen van ‘Kamp Vught’. Op de binnenplaats is een maquette aangebracht van het toenmalige kamp. Langs het prikkeldraad baan ik mij een weg naar de barakken en de overige gebouwen. De slaapzaal, de wasruimte en de toiletten roepen een huiveringwekkend gevoel in me op. “Hoe kun je mensen zoiets aandoen?”; zijn de woorden die mij te binnen schieten. Aandachtig neem ik alles in me op. Voor mij uit zie ik plotseling een groep Joodse toeristen lopen. Enkelen hebben een Israëlische vlag om zich heen hangen. De mannen, met hun ‘keppeltje’ op, luisteren aandachtig naar hun gids. Als ik samen met de groep de verbrandingsruimten betreedt wordt het angstvallig stil. Een andere Engelstalige toeriste vraagt belangstellend of ik ook uit Israël kom. “No, I’m from Holland”; is mijn fluisterende antwoord.

Op een open ruimte van het museum staat het herdenkingsmonument, aan de 1800 Joodse kinderen die vanuit ‘Kamp Vught’ werden getransporteerd naar de vernietigingskampen. Van 1269 kinderen staan de namen gegraveerd in het monument. ‘Mogen hun zielen gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven’, is de tekst op een van de plaquettes bij het monument. “Wat zou ik graag hun rechtvaardige hemelse gezang willen horen?”; is het verlangen dat in me opkomt. De tekst onderaan op het monument zelf luidt: ‘Het kind is er niet…… en ik, waar moet ik heen!’ Voor mij klinkt het als de oorverdovende hulproep van een ouder die z’n kinderen heeft verloren. Ik zoek rondom het monument naar een steentje wat ik graag op het monument wil leggen, naast enkele andere steentjes. Het is raar maar waar, maar mijn oog valt op het enige steentje dat er ligt. In het gras verscholen naast een gele bloem. Ik raap het steentje op en leg het met diep respect, onder toeziend oog van een Engelse toerist, op het monument. Een groep scholieren verzameld zich daarna rondom het monument en krijgt uitleg van hun gids. Ik zie hoe enkelen onbegrijpend turen naar de steentjes op het monument. Ik ben ervan overtuigd dat de gids hen de betekenis ervan zal uitleggen.

Aan het eind van mijn rondgang breng ik een bezoek aan de bezinningsruimte van het museum. Ik ga zitten op de ronde bordeauxrode bank en buig mijn hoofd voor gebed. In de stilte dringt het ‘hemelse gezang’ van de kleine Amira tot mij door. Opnieuw zie ik het beeld van ongeloof, maar ook van vrede, vreugde en bevrijding voor ogen, uit het filmpje van Amira. Ik zie het gelaat van een vrouw die het gezang aanhoort met de ogen van ‘had ik dit maar eerder geweten’. En ik zie het beeld van die oudere bebaarde man, die met z’n hand voor ’t gezicht alle levenspijn uit z’n lichaam voelt verdwijnen. Met de uitdrukking: ‘Eindelijk vrij!!’ Ik verlaat het museum en stuit bij mijn afscheid op de woorden: ‘Eigen lijden niet tellen, als het erom gaat het lijden van een ander te verlichten’. Misschien wel de mooiste eigenschap van het ‘hemelse gezang’ wat wij mensen aan elkaar kunnen geven.

Ik vervolg mijn wandeling langs het ‘Afwateringskanaal ’s Hertogenbosch-Dongen’. Hierbij passeer ik de ‘Isabella Kazerne’ en steek ik via een fraaie brug het spoor over in de richting van ’s Hertogenbosch. Heel even heb ik weer een ontmoeting met het riviertje ‘De Dommel’. Deze ‘oude bekende’ toont z’n vriendelijkste gelaat en ik geniet het uitzicht vanaf de stadswallen van ‘s Hertogenbosch. Al snel begeef ik mij in de drukte van de stad en wandel langs de kades van het kleine riviertje de ‘Dieze’, wat prominent in de gezellige straatjes zichtbaar is. Voorbij de markt passeer ik de kolossale ‘St.Janskerk’ en bereik ik via enkele gezellige winkelstraatjes het station. Eenmaal in de trein, op weg naar huis, gaan mijn gedachten nog eenmaal terug naar het filmpje van Amira. Ik zie de diepe zucht van een of andere ‘coole vent’, voor niets en niemand bang. Zijn vochtige ogen verraden zijn gedachten; “Is dít ook voor mij?” “Ja, dít is ook voor jou!”; hoor ik ‘De Tuinman’ zeggen. Kort daarna klinkt het ‘In The Arms Of An Angel’ van Sarah McLauchlan opnieuw in m’n oren……

Diashow bezoek Nationaal Monument Kamp Vught