Etappe 09/27: Heeze - Eindhoven (17,4 km)

Etappe 09/27: Heeze - Eindhoven (17,4 km)
6 mei 2015

“Wat leven we in een roerige wereld!”

Als ik mijn ‘wandeldag’ begin, met het traditionele beschuitje met kaas en een grote kop melk, flitsen de vele nieuwsberichten van de afgelopen dagen door m’n hoofd. Als ik me vervolgens door de pagina’s op teletekst heb geworsteld verbaas ik mij over de enorme contrasten van de nieuwsberichten. Voor mij is het ‘De week van de contrasten’. De jaarlijkse ‘Dodenherdenking’ maakt bij velen verdrietige emoties los. Een dag later op ‘Bevrijdingsdag’ lijkt het wel of we het verdriet alweer snel vergeten zijn en overheerst de blijdschap en wordt er feest gevierd.

Dan is er de zware storm op diezelfde ‘Bevrijdingsdag’, die heel veel materiële schade aanricht en menigeen financiële hoofdbrekens gaat bezorgen. De voetbal bekerfinale, met winst voor FC Groningen, was een voetbalfeest wat je tegenwoordig nog zelden ziet. Het contrast met de ellende en de vele dodelijke slachtoffers, na de hevige aardbevingen in Nepal, wordt daarmee des te groter. Ik wordt triest van binnen als ik het ‘feest van de vrijheid’ afzet tegen de 214 bevrijdde vrouwen in Nigeria, die allemaal zwanger blijken te zijn als gevolg van massale verkrachtingen door rebellen. Het maakt me zelfs al boos op deze vroege ochtend.

Voor me zie ik de beelden van de pasgeboren Engelse prinses, die onder veel media-aandacht wordt ‘geshowed’ aan het opgetogen Engelse volk. Het maakt het contrast met de noodlottige dood van twee jongens van veertien jaar, die bij Geleen-Oost op hun scooter worden geschept door een aanstormende intercity, alleen maar groter. “Wat leven we in een roerige wereld?!”; zijn de verontrustende woorden die ik in stilte voor me uitmompel, waarbij mijn maag een ‘spreekwoordelijke’ draai naar links en weer naar rechts maakt.

Tussen al die contrastrijke gebeurtenissen gaat de ‘Pelgrim’ vandaag op pad. Op zoek naar zingeving, op zoek naar vrede, op zoek naar rust en ontspanning. En misschien gaat die wel op zoek, naar het antwoord op de grote vraag die velen bij al die gebeurtenissen bezighoudt; “Waarom?” Het ‘reisje’ naar station Heeze verloopt soepel en ik stap om iets na zevenen uit in een zonovergoten Brabants landschap. De eerste begroeting die mij ten deel valt komt van de grote verscheidenheid aan bomen rondom het kleine station van Heeze. Ze steken magistraal af tegen de strak blauwe lucht. Via een klein ‘stadsparkje’ verlaat ik al snel het plaatsje en trek ik de ‘Groote Heide’ in.

Ik kom terecht in een buitengewoon mooie ‘groene wereld’. De lente is hier duidelijk zichtbaar in de groei van de natuur. Het ene doorkijkje is nog mooier dan het andere, en de zon maakt het lentefeestje compleet. Temidden van de bossen en de doorkijkjes kom ik in een prachtig open heide –en weide landschap te wandelen. De gele bremstruiken geven een stralend contrast tegen de blauwe luchten en het frisse groen, en ze maken mij van binnen héél erg blij. Op een klein houten bankje neem ik danook even plaats om in alle rust dit kleine ‘wonder der natuur’ in me op te nemen.

Voorbij een klein ven passeer ik een weiland met rustig grazende paarden. Ik voel me bijna als een cowboy op een of andere grote ranch in Amerika. Snel daarna ben ik getuige van het contrast tussen deze rustige en stille ‘groene wereld’ en onze jachtige voortrazende maatschappij als ik de brug oversteek van de lawaaierige autobaan de A2. Maar het geluid van het voortrazende autoverkeer dempt al snel als ik opnieuw de bospaden bewandel. Ik maak een korte stop bij de houten zitbanken van het gesloten café ‘Hut van Mie Pils’. Jammer, want een pilsje in deze gastvrije natuurrijke omgeving had niet misstaan. Even verderop laat een informatiebord zien dat de zogeheten ‘Eikenprocesssierupsen’ jaarlijks een behoorlijk natuurlijk ongemak vormen voor de omgeving en de bewoners. Waarschijnlijk ben ik net op tijd, want de grootste ongemakken vinden plaats eind mei en in de maanden juni en juli.

Aan de prachtige bossen schijnt geen einde te komen en ik sta plotseling oog in oog met een bijna ‘mediterraan’ blauw gekleurd bosven. Het ‘Meeuwven’ nodigt mij uit om mijn rugzak af te doen en plaats te nemen op het bankje op een klein verhoogd heuveltje. Ik ben ‘betoverd’ door het natuurschoon en de stilte om me heen. Zelden heb ik mij zó rustig gevoeld als op dit bankje. En opnieuw kan ik het niet laten en neem ik mijn kleine reisbijbeltje ter hand, om mijn gevoelens van dat moment onder woorden te brengen. Mijn gedachten gaan even terug naar de vroege ochtend, naar al die contrasten in de gebeurtenissen de afgelopen tijd. Het ‘waarom?’ laat ook mij niet los. En ik bedenk dat wij als mensen nu waarschijnlijk nóóit een antwoord zullen krijgen op die vraag. Maar door alle gebeurtenissen heen staan voor mij twee woorden centraal, waarop ik als mens met al mijn vragen mag steunen. Het zijn de woorden aan het begin van Psalm 62 die mij uitzicht geven op een hoopvolle en nieuwe toekomst, voor al die mensen die zo gebukt gaan onder het verdriet en het gemis van dit moment. De woorden ‘Stilheid en Vertrouwen’ geven mij aan, dat ik mijn toekomst mag toevertrouwen aan ‘De Tuinman’, ook al begrijp ik er niets van. De woorden ‘Stilheid en Vertrouwen’ geven mij als mens de kans om díe vragen los te laten waarvan ik weet dat ik daar nóóit antwoord op zal krijgen.

Na een tijdje gaat de rugzak weer over de schouders en vervolg ik mijn weg langs het mooie ‘Meeuwven’. Ik kan mijn ogen er bijna niet vanaf houden. Maar uiteindelijk trek ik weer een stukje door het bos om aan de grens van het plaatsje ‘Aalst’ te komen. Ik passeer de straten van het ‘boomrijke’ dorp en wandel opnieuw onder de autobaan door om al snel bij het plaatsnaambord van ‘Eindhoven’ te komen. “Goed dat je er bent.”; zegt het opschrift onder het bord. “Nou, da kunde wel zegge, hè.”; is mijn lacherige ‘Brabantse’ antwoord. Het gallopperende witte paard, bij de manege die ik passeer, steekt zijn blijdschap over mijn aanwezigheid niet onder stoelen of banken. Met hoge snelheid galloppeert het dier mij voorbij en hinnikt er vrolijk op los. Ik voel me zowaar vereert…

Bij een nogal drukke verkeerspassage passeer ik een van de bekendste motelketens van Nederland. Vreemd genoeg lijkt het logo op de hoge toren niet eens op een ‘Valk’. Maar goed, dat is mijn ‘vrije meningsuiting’. “Als ik daar maar geen problemen mee krijg?”; bedenk ik opeens. Naast de ‘Torenvalk’ steek ik het eerste bruggetje over van het riviertje ‘De Tongelreep’. En als een enorme verrassing stap ik van die prachtige ‘groene wereld’ over in een ‘idyllische waterwereld’ die zijn weerga niet kent. Ook nu is het ene doorkijkje nog mooier dan het andere. En het rustig stromende water van het riviertje geeft mij een niet uit te leggen gevoel van ‘vrijheid’. Een tweetal ‘verliefde’ ganzen en de noeste knotwilgen maken het ‘Oud-Hollandsche’ tafereel compleet.

Als ik de schaatsijsbaan van Eindhoven passeer kom ik de nóg idyllischere waterwereld binnen van een van de bekendste riviertjes van Nederland, ‘De Dommel’. De eerste ontmoeting is die met de ‘Kanogoot’ vlak voor ‘Elzent’. De ‘Genneper Watermolen’ is het volgende ‘pareltje’ in deze ‘waterwereld’. Nadat ik ben achtervolgd door een soort ‘Tekkel’ struin ik langs enkele sportvelden verder langs ‘De Dommel’. Ik steek de ‘Elzenterbrug’ over en heb een ‘liefdevolle omhelzing’ met een reuzenboom. Even heb ik de neiging om, net als ‘Sjakie van de Bonenstaak’ de boom in te klimmen. Ik bedenk me echter snel en bedenk; “Je kunt me de boom in.”

De eerste contouren van de stad ‘Eindhoven’ komen in zicht. Het ‘Van Abbemuseum’ is het eerste grote en kunstzinnige bouwwerk van de dag. Een aantal keren steek ik links en rechts ‘De Dommel’ over. De fraaie bruggetjes geven de wandelroute een mooi afwisselend karakter. Het vele groen rond het riviertje geven je, zelfs midden in de stad, een ‘natuurrijk’ gevoel. Tussen de beuken en de berken verschijnen de eerste echte hoge gebouwen van de stad. Ook hier verbaas ik mij over het contrast. Aan de ene kant van je camera rust en ontspanning, en aan de andere kant van de lens de ‘prestatiegerichte’ wereld.

Ik steek nog twee keer ‘De Dommel’ over en bereik de drukke verkeersweg richting het station. Als ik een laatste blik werp op het riviertje valt mijn oog op een soort tuinafscheiding, met allerlei woorden daarop geverfd. Het zijn woorden die op passende wijze de contrasten weergeven waarmee wij mensen in deze wereld te maken hebben of krijgen. Het zijn natuurlijk niet alle woorden, maar deze geven op illustratieve wijze weer waar jij en ik dagelijks mee te maken hebben. De woorden, verlangen, genieten, treuren, feesten, zwerven springen er voor mij uit. Het zijn woorden die niet zijn weg te denken in het ‘dagelijks leven’ van de mens. Het zijn woorden die je goed doen, maar ook woorden die je pijn kunnen doen. Maar voor mij blijven de twee woorden ‘Stilheid en Vertrouwen’ overeind. De twee woorden die uitzicht geven op een hoopvolle en nieuwe toekomst voor al die mensen die worstelen met de vraag; “Waarom?”