Etappe 08/27: Maarheeze - Heeze (27,7 km)

Etappe 08/27: Maarheeze - Heeze (27,7 km)
29 april 2015

“Schijnbaar kom je er moeilijk vanaf...”

Misschien komt het wel door de ‘onrustige wereld’ om ons heen, maar ik heb steeds vaker een indringende behoefte aan rust en stilte. De etappe van het Pelgrimspad vandaag komt dan ook als geroepen. Het is mijn verlangen dat de wandeling, over de bekende ‘Strabrechtse Heide’, mij brengt tot de gekoesterde oase van rust en stilte. Het is mijn gebed dat ik mij mag hullen in de stilte van ‘De Tuin’, zoals die voor ons mensen is bedoeld.

Wachtend op de eerste trein vanaf station Landgraaf kom ik in gesprek met een collega van het technische spoorbedrijf Ned Train. We zijn twee bekenden, want in vroeger jaren speelden we samen in hetzelfde voetbalelftal. Ik verbaas mij over ons gespreksonderwerp, waarbij we verzanden in de problemen en vooral de onrust in de hedendaagse wereld. Het verloop van het gesprek maakt mijn verlangen naar rust en stilte alleen maar groter.

In Heerlen zoek ik een stille plek op in de intercity richting Weert. De mp3-speler gaat al snel aan en ik luister naar het gevoelige “Across The Great Divide” van Kate Wolf. Het is een prachtig ‘luisterlied’, waar ik mijzelf mag relativeren en mij ervan bewust mag worden dat het leven méér is dan die onrustige en drukke maatschappij, waarin ik mij iedere dag maar weer moet bewegen. Het lied leert mij de ‘grote waarde’ te waarderen van de mooie dingen in het leven. Hierbij denk ik aan het mooie van mijn vrouw, het mooie van mijn kinderen, het mooie van mijn vrienden, het mooie van mijn broeders en zusters in de kerk. En het lied leert mij telkens weer de grote waarde te ontdekken van de natuur en de ‘Schepping’ als zodanig. Want ik geloof niet dat deze mooie aarde, waarop wij mensen leven, ‘toevallig’ is ontstaan, omdat er ooit iets ontploft is. Ik geloof in een ‘liefdevolle hand’ die graag wil dat het ons mensen aan niets hoeft te ontbreken.

Buiten voltrekt zich voor mijn ogen ‘het wonder’ van het ochtendgloren. De zon heeft z’n vriendelijkste gezicht opgezet, en ik glimlach terug. De koeien in het zonovergoten weiland geven de rust weer die ik voor ogen heb. Het is hun onbezorgdheid die mij enorm aanspreekt. Als ik even verderop nog een paar koeien in alle rust zie grazen wordt ik overspoeld door een diep gevoel van geluk.

Op dat moment maakt Kate Wolf mijn geluk alleen maar intenser met haar lied “In China or A Woman’s Heart”.  Een lied dat zingt over de plekjes in je hart die ‘niemand’ kent, als alleen jijzelf. Het zijn de diepe geheimen van mij als mens die ik alleen deel met mijn ‘Schepper’. Om iets na zevenen in de ochtend stap ik uit op een verlaten station ‘Maarheeze’. Niet snel daarna struin ik door de eerste bossen van de dag. Opvallend is dat ik in de verte nog lange tijd het rumoer van de ‘werkende wereld’ in m’n oren hoor. “Schijnbaar kom je er moeilijk vanaf.”; is de gedachte die mij daarbij overvalt.

Al evensnel wordt ik omgeven door de prachtige bossen rondom Maarheeze en passeer ik de grens van een heus ‘stiltegebied’. Weliswaar heel langzaam, maar stilaan worden de geluiden van de ‘onrustige wereld’ gedempt en krijg ik wat meer ‘oog en oor’ voor de natuur die mij omgeeft. Een rustig kabbelend beekje prikkelt mijn zintuigen van de rustzoekende mens. Ik passeer enkele fraaie doorkijkjes over de boerenakkers en bereik het gebied van ‘Boswachterij De Pan’. Als ik een lange boslaan opwandel zie ik enkele tientallen meters voor mijn neus een ree midden op de boslaan stilstaan. Uiteraard heeft ze mij al veel eerder ‘gespot’ en kijkt ze mij van een afstandje aan. Als ik mijn fotocamera wil pakken is het majestieuze dier alweer tussen de bomen verdwenen. Ik wandel de lange boslaan af en stuit op de eerste moerassige gebieden van de dag. Voor het eerst deze dag bespeur ik enige vormen van innerlijk rust.

Boswachterij ‘De Pan’ is een pareltje temidden van een landschap dat zo uit een ‘Anton Pieck’ schilderij is weggelopen en zich nu opent voor mijn ogen. Het maakt in mij dankbare gevoelens los dat ik deel mag zijn van dit onbekende stukje Nederland. Als ik het eerste heideveld passeer stuit ik op een bijzonder draaipoortje in het landschap. Al vele poortjes ben ik gepasseerd, maar deze is speciaal gemaakt voor ruiters te paard. Het is een unieke vondst om ook mensen te paard te laten genieten van de natuur. Ik kan het niet laten om een ‘volledig’ rondje te maken door dit speciale ‘tourniquet’. Een diep zanderig bospad zorgt even voor een pittige wandelpassage waar ik mij enigszins moeizaam doorheen worstel. Aan het eind van het pad wacht mij een mooie beloning in de vorm van een prachtig uitzicht over de akkers met statige bomenrijen.

Via een houten klaphekje wandel ik het eerste ‘vengebied’ van de dag binnen. Temidden van de bossen sta ik stil aan de oever van het ‘Keelven’. Als vanzelf wordt ik meegenomen in de rust van het water en het zachte gefluit van de zangvogels in de bomen. Een koude rilling loopt over m’n rug als ik besef dat dít juist mijn gebed voor deze dag was. Opnieuw trek ik over een zanderig bospad verder naar het volgende ven, dat ook deel uitmaakt van het ‘Keelven’. Ik sluis mij opnieuw door een houten klaphekje en wordt letterlijk geconfronteerd met de door mij ‘gekoesterde oase van rust en stilte’. Op een klein ‘strandje’ langs het ven gaat mijn rugzak af en neem ik plaats op een duintje aan de rand van het water.

Tientallen minuten tuur ik over het water en zuig als het ware de rust en de stilte naar binnen. In een stil gebed spreek ik mijn dankbaarheid uit naar ‘De Tuinman’. Diep van binnen groeit het verlangen om mijn ‘lof en eer’ hardop uit te spreken. Ik schuif nog een stukje dichter naar het water en luister naar het zachte gekabbel van de kleine golfjes tegen de oever. Uit mijn rugzak pak ik m’n kleine reisbijbeltje. Mijn gedachten verlangen naar de prachtige woorden van Psalm:104, waar de schrijver mij uitnodigt om de schoonheid van de Schepping onder woorden te brengen. De titel van de Psalm; ‘Des Heren heerlijkheid in de schepping’ spreekt voor zich, en de schrijver begint zijn ‘loflied’ met de woorden; ‘Loof de Here, mijn ziel’. Ik sla de bladzijde bij de Psalm open en spreek hardop, al turend over het golvende water, de 35 verzen uit en eindig met dezelfde woorden; ‘Loof de Here, mijn ziel’.

Ik sla m’n rugzak weer om en wandel vanaf het ven opnieuw het bos in. Ik passeer de plaatselijke golfbaan en duik verder het bos in. Via het zogenaamde ‘Allemanspad’ bereik ik de grens van de échte ‘Strabrechtse Heide’. Via een houten klaphekje betreedt ik een van de bekendste heidegebieden van ons land. Het buitengewoon kwetsbare gebied staat onder zwaar toezicht van Staatsbosbeheer. Het brengt mij bij de gedachten dat ook ik als mens erg kwetsbaar ben en dat ik het ook soms nodig heb om onder ‘zwaar’ toezicht te vallen. Wij mensen denken maar al te vaak alles wel aan te kunnen en alle touwtjes zelf in handen te kunnen nemen. “Maar dan bedriegen we onszelf.”; zo is mijn stellige overtuiging. Wij hebben het allemaal, niemand uitgezonderd, nodig om zo nu en dan op de plaats gezet te worden. De vraag die zich aandient ligt voor de hand; “Wie zou dan mijn toezichthouder moeten zijn?” Soms kun je op je plek gezet worden door liefdevolle mensen om je heen, maar soms is er meer voor nodig. Op die momenten mag ik mij koesteren in de liefdevolle aandacht die ‘De Tuinman’ mij schenkt. En zet Hij mij neer op de plek die voor dat moment het beste voor me is, ook al ben ik het er misschien niet mee eens.

Over een langgerekt houten vlonderpad, waar ik van de ene in de andere landschappelijke verbazing val, kom ik aan bij het sluisje van ‘Peelrijt’. Een buitengewoon liefelijke en rustgevende plek in het bos. Ook nu overvalt mij de gedachte, dat wij mensen maar al te vaak een gebrek hebben aan een liefelijke en rustige plek in ons leven, waar we even de drukte van de maatschappij achter ons kunnen laten. “Ga ernaar opzoek mensen!”; is mijn roep aan hen die nog steeds denken de hele wereld zelf aan te kunnen. Na het kleine sluisje bereik ik het uitgestrekte vennengebied van het ‘Beuven’. Temidden van een van de kwetsbaarste gedeelten van de Strabrechte Heide neem ik, onder een prachtige dennenboom, plaats op een houten zitbank. Het stukje natuur voor mijn ogen maakt op mij een overweldigende indruk en opnieuw schieten de woorden van Psalm:104 door m’n gedachten.

Ik kuier in de richting van een zogeheten ‘vogelspotplaats’ die de toepasselijke naam ‘Laot ut Zo’ heeft. En daar ben ik het volledig mee eens. Vanachter enkele ‘rietschermen’ kijk ik uit over het domein van de vogels en ik wordt stil,….. heel stil. “Alsjeblieft, lieve mensen, ‘Laot ut Zo’.”; is mijn stille ‘noodoproep’ aan iedereen die de aarde liefheeft. “Laat je niet meeslepen in wat deze maatschappij normaal vindt en de natuur gebruikt als z’n ‘eigen bezit’, maar besef dat het een ‘geschenk’ is, waarop je in dankbaarheid mag leven.” Na een tijdje passeer ik het ‘Waschven’ en zet stilaan koers richting mijn eindpunt station Heeze.

Ik doorkruis de ‘Herbertusbossen’ en sta daar oog in oog met de grazende Galloway runderen. Ze trekken zich van mij niets aan, en gelijk hebben ze. Het is opnieuw zo’n tafereel wat weergeeft waar wij in onze maatschappij zo’n tekort aan hebben,……….. ‘rust’! Aan het eind van de ‘Herbertusbossen’ bereik ik, na vele kilometers natuur, de eerste bebouwing van ‘Heeze’. De prachtige boerderijen liggen verscholen langs de oevers van het riviertje ‘De Kleine Dommel’. Het landschappelijke tafereel wordt pas compleet als ik tegenover het ‘Kasteel van Heeze’ sta met z’n fraaie slotgrachten.

Ik steek de ‘Kleine Dommel’ over en passeer nog enkele rustgevende weilanden, waar een kudde koeien ligt te luieren. Als uit het niets wandel ik het plaatsje Heeze binnen en wandel langs de kerk in de richting van het station. Mijn wandeldag in de ‘oase van rust en stilte’ zit erop. Weliswaar toch wat moe maar uiterst voldaan en dankbaar zak ik onderuit in de eerste klasse stoel van mijn trein naar huis. Het is opnieuw Kate Wolf die mijn emotie en ontroering diep van binnen raakt met haar lied ‘Where The Time Goes’. En inderdaad: ‘Waar gaat de tijd heen?’ Met een brok in m’n keel overdenk ik hoe wij mensen met de tijd, die ons in ons leven is gegeven, omgaan. We gebruiken onze kostbare tijd vaak zo slecht, onbenut en doelloos. Vanuit de woorden van Psalm:104 mag ik weten dat ‘De Tuinman’ ons juist ‘de tijd’ heeft gegeven om ten volle te benutten. En ik besluit mijn wandeldag met de woorden, ‘Laot ut Zo’.