Etappe 03/27: Schin op Geul - Nuth (33,0 km)

Etappe 03/27: Schin op Geul - Nuth (33,0 km)

24 februari 2015:

“Een zeldzaam vredig gevoel overvalt me,.…..”

De woorden over vrede, tijdens mijn vorige etappe, hebben zo’n twee weken later nog steeds impact op mijn gedachten. Ik slinger een beetje heen en weer tussen ‘fysieke vrede’, die bereikt wordt na een oorlog, en ‘innerlijke vrede’ in het hart van de mens. Vooral de gedachten aan ‘innerlijke vrede’ halen een stukje bezorgdheid naar boven, over de mens die géén ‘innerlijke vrede’ heeft. En zo begin ik deze Pelgrimsochtend met gedachten over de oorzaken en de gevolgen van de ‘innerlijk onvrede’ en ‘onrust’ bij de mens. Want, zo is mijn eerste indruk, ieder mens heeft of krijgt op z’n tijd een stuk ‘innerlijke onvrede’ of ‘onrust’ in zijn leven te verwerken. Mijn besluit ligt vast. Ik neem de gedachten over ‘innerlijke onvrede’ en ‘onrust’ vandaag mee tijdens mijn 33,0 km lange Pelgrimage van Schin op Geul naar Nuth.

Tijdens de tweehonderd meter van mijn huis naar het station van Landgraaf kijk ik tegen donkere luchten aan waaruit de regen elk moment kan neerdalen. Ik heb mijzelf bewapend met een regenponcho en een heuse ‘stormparaplu’. “Zo, nou laat die regen maar komen.”; zijn de woorden die ik uitspreek, waar ik een klein halfuurtje later al spijt van heb. Als ik eventjes vóór half acht op station Schin op Geul uit de trein stap, en ik de trein uit het zicht zie verdwijnen, valt de hagel en de natte sneeuw met bakken op m’n hoofd. In een mum van tijd heb ik een nat pak, zonder dat ik de kans heb gehad om mijn poncho om te slaan en mijn paraplu op te steken. Voordat ik aan de afdaling langs de kerk begin krijg ik met veel ‘gehannes’ mijn poncho omgeslagen. Door de sterke wind waait het ding alle kanten uit. Gelukkig doet de ‘stormparaplu’ wel z’n werk. Vanonder m’n ‘plu’ maak ik de eerste verregende foto van de dag. De kerk en de straat geven de start van de wandeling een triestig beeld. Het geeft mij een beeld van de onrust die in een mens ontstaat als de innerlijke vrede en rust ontbreken. Ook dan gaat onze ziel tekeer en voelt ons lichaam aan als een regenachtige storm. Ik moet denken aan de woorden in een van de Psalmen uit de Bijbel; ‘Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en zijt gij onrustig in mij?’ Het zijn dramatische woorden van een schrijver, die naarstig op zoek is naar rust en innerlijke vrede voor z’n hart, maar deze niet kan vinden.

Met de oversteek van het riviertje ‘De Geul’ en de passage van het standbeeldje van cabaretiër Wim Sonneveld verlaat ik het natte Schin op Geul. Niet ver van mij vandaag doemt de beroemde ‘Keutenberg’ voor me op die ik vandaag niet ga beklimmen. Deze ‘wieler kuitenbijter’ is een mooi symbool voor de zware ‘levensbeklimmingen’ die ik als mens moet overwinnen gedurende de perioden van innerlijke onvrede. En de ‘Keutenberg’ hier ‘hakt’ er echt in met z’n 22 procent steiging. Evenals het gevecht tegen de innerlijke onvrede een ware beproeving. Ik ga echter de ‘beproeving’ van de Keutenberg uit de weg en volg het natuurrijke wandelpad onderlangs ‘De Geul’. Dit brengt mij bij de gedachten dat er genoeg mensen zijn die de eigenlijk ‘nodige’ beproevingen bewust uit de weg gaan. Beproevingen die juist helpen om je sterker te maken en je helpen de onrust in je hart te ‘bestrijden’. Iets verderop geeft de sterk stromende Geul de gevolgen, van het uit de weg gaan van die beproevingen,  indrukwekkend weer. Het is het beeld van de rivier die buiten zijn oevers dreigt te stromen door de enorme kracht van het onstuimige en niet te stoppen water. En ik zie het beeld van de mens wiens innerlijke onvrede alsmaar verder toeneemt, omdat hem de moed ontbreekt om de beproeving aan te gaan.

Ik vervolg mijn wandeling langs de natte oevers van het onstuimige riviertje in de richting van het kleine dorpje ‘Wijlre’. Het vele water begint zijn weg ook al te zoeken in de weilanden die drassig zijn geworden. Ik heb moeite droge graspollen te vinden om op te staan. Met enig ‘kunst en vliegwerk’ bereik ik met droge voeten de rand van het weiland. Als ik het mooie ‘Kasteel Wijlre’ passeer is het inmiddels gestopt met regenen en kan ik mijn poncho en paraplu weer een plekje in mijn rugzak geven. Voorbij de ‘Kwakkerpoel’ begin ik aan de super steile en vrij lange beklimming bij ‘Beertsenhoven’. Meerdere malen heb ik de klim in het verleden bedwongen. Begin je te snel ben je halverwege volledig buiten adem, begin je te langzaam kom je halverwege bijna niet meer vooruit. “Oefening baart kunst.”; is mijn ‘professionele’ antwoord op déze kuitenbijter. Het juiste ritme pakken en zonder te stoppen naar boven is het ‘recept’. Als ik geniet van de uitzichten over Wijlre bedenk ik dat het met het zoeken naar je innerlijke rust vaak niet anders is. Soms willen we te snel, soms gaan we te langzaam om met de onrustige situaties in ons leven. Juist dan is het zaak om het juiste ritme weten te vinden. De opgedane levenservaringen helpen dan, om zeg maar ‘boven’ te komen.

Als ik de top van de beklimming bereik heb ik een overweldigend uitzicht over het plaatsje ‘Gulpen’ en de wijde omgeving richting ‘Vijlen’ en ‘Vaals’. Het proeft telkens weer als een overwinning en verademing deze top te bereiken. En zo proeft het ook als je als mens je innerlijke vrede en rust weer hebt gevonden. Met het prachtige uitzicht voor me spreek ik een gebed uit, dat mensen hun innerlijke rust mogen vinden, in deze wereld van toenemende onrust. Met de bekende ‘Gulperberg’ in het vizier bereik ik ‘Gulpen’ en wandel langs het kleine riviertje ‘De Gulp’ het plaatsje weer uit. Bij het bruggetje over het riviertje neem ik heel even rust en besef dat het ‘nemen’ van rust een belangrijk ‘medicijn’ is tegen innerlijke onvrede en onrust. Ik steek voor een tweede maal het eveneens onstuimiger wordende riviertje ‘De Gulp’ over en wandel voorbij het mooie kasteel van ‘Cartils’. Het houten wegkruis bij de ‘Eyserbeek’ herinnert mij eraan dat ik mijn vrede en rust mag vinden in Hem, die gezegd heeft; “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”

Langs de paar huizen bij het buurtschap ‘Cartils’ sta ik oog in oog met een aandoenlijk ‘mini-kunstwerkje’, waarin, zonder woorden, het beeld van rust en vrede wordt weergegeven door de ogen van een kind. Ik ‘sluis’ mijzelf, door een weiland van modder, in de richting van het natuurgebied ‘De Piepert’. Niet snel daarna sta ik aan de voet van het ‘Eyserbos’ waar ik, tussen de bomen door, begin aan de pittige klim naar de top van de berg waar Michael Boogerd als wielrenner vaak soleerde tijdens de ‘Amstel Gold Race’. Opnieuw zwabber ik mij een weg over de bemodderde paden, en mijn broek wordt alsmaar bruiner en bruiner en zwaarder en zwaarder. Maar ook nu geeft het fantastische uitzicht over de Limburgse heuvels vanaf de top een enorme verademing en voldoening. Vanaf een zitbank kijk ik uit over het plaatsje ‘Eys’, een van de mooiste vergezichten die je in Limburg kunt tegenkomen. De zon knipoogt tussen de witte wolken door als ik via een groen ‘hellingweiland’ het buurtschap ‘Eyserheide’ bereik. Als ik bij een boom stilsta hoor ik boven m’n hoofd hoe een specht zijn nestje ‘hakt’ in een boom. Als ik recht naar boven kijk betrap ik het vogeltje bij z’n werk. Ik twijfel geen moment en leg het tafereel enigszins rillend van opwinding vast.

Vanaf de ‘Eyserheide’ strekken de panorama’s zich steeds verder uit, nu in de richting van de ‘Oostelijke Mijnstreek’, waar ooit mijn wieg stond in ‘Ubach over Worms’. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd besef ik dat mijn ouders er altijd alles aan hebben gedaan om de innerlijke vrede en rust binnen het gezin te bewaren. Ondanks de moeilijke tijden, met vier opgroeiende kinderen, wisten zij toch op een of andere manier het gezin tot een hecht geheel te maken. Niet dat alles ‘koek en ei’ was, maar de vrede overheerste het beeld. Nu, jaren later, besef je pas dat je hen dat veel te weinig of eigenlijk nooit echt gezegd hebt. Als ik mijn weg vervolg in de richting van ‘Trintelen’ vraag ik mij af hoeveel mensen lopen er niet  rond met innerlijke onvrede, omdat ze niet gezegd hebben wat ze moesten zeggen? Hoeveel mensen zijn niet onrustig of hebben onvrede, omdat verstoorde of versleten relaties niet zijn hersteld? Ik huiver bij de gedachte dat dat in ons kleine Nederland misschien weleens duizenden relaties kunnen zijn, waardoor duizenden mensen hun innerlijke vrede en rust zijn kwijtgeraakt. “En die van jou?;” is mijn ontstellende gedachte. Bij het betonnen wegkruis in Trintelen raap ik mijn moed bijeen met de passende woorden op de steen ‘Geloofd zij Jesus Christus’. En bedenk dat ik als mens veel relaties in m’n eentje niet kan herstellen,  maar de hulp nodig heb van Hem en wijze mensen om mij heen. Opnieuw leert de ‘Pelgrimage’ mij een harde les.

Enkele typische Limburgse draaipoortjes reigen zich aaneen als ik de molen nader van ‘Vrouwenheide’ bij ‘Mingersborg’. Via een kort klimmetje achterlangs de molen heb ik, tussen de bomen door, een mooie kijk op het kleine ‘Ubachsberg’. Ik vind een stukje innerlijke rust terug als ik het vredige tafereel bekijk van een paar hooi etende pony’s. Ze kijken me aan alsof ze willen zeggen; “Doe eens rustig man.” En ik kan ze geen ongelijk geven. Ik passeer het bekende ‘Wijngoed Fromberg’ en glibber mij opnieuw een weg over het bemodderde wandelpad naar ‘Kunrade’. Na ‘Kasteel Cortenbach’ trek ik door de straten van het plaatsje ‘Voerendaal’. Voorbij de plaatselijke kerk steek ik het beekje ‘De Retersbeek’ over. Tijdens de passage van een wat drukkere verkeersweg valt opnieuw de natte sneeuw met grote hoeveelheden uit de lucht. In de beschutting van een doornenhaag ‘worstel’ ik mij opnieuw in m’n poncho en steek m’n stormparaplu weer in de lucht. Als ik het buurtschap ‘Weustenrade’ binnenwandel zie ik een kleine ‘Mariakapel’ met het opschrift ‘Open’. Ik aarzel geen moment en zoek de droogte en vooral de ‘stilte’ op van het kleine gebedshuis.

Eenmaal binnen ontdoe ik mij van mijn poncho en klap de ‘plu’ weer dicht. Het is gek, maar de kleine kapel nodigt mij uit om uitgebreid tijd te nemen voor ‘rust’. “Laat ik dat dan ook maar doen.”; zijn de vermanende woorden die ik mijzelf toespreek. Ik schenk mezelf een kopje hete bouilion in en neem plaats in een van de kapelbankjes. Een zeldzaam vredig gevoel overvalt me, als ik mij de diepe stilte van het kleine gebedshuis bewust wordt. Wat zou ik graag willen dat meer mensen de stilte zouden opzoeken, om hun innerlijk tot rust en bezinning te brengen. ‘Rust’, omdat je dat gewoon nodig hebt, en ‘bezinning’, omdat het voor ieder mens goed is zichzelf te onderzoeken hoe het werkelijk is met z’n ‘innerlijke gestel’. Want, zo ben ik overtuigd, zodra je weet waar je innerlijke onvrede en innerlijke onrust vandaan komen, kun je ook werken aan het bestrijden ervan. Als ik enigszins opgewarmd en opgedroogd ben steek ik een kaarsje aan bij het altaar en spreek een stil gebed uit, waarvan ik de woorden in m’n hart bewaar.

Ik verlaat de kapel en wandel verder via ‘Brommelen’, en alweer een ‘moddergala’, naar ‘het plaatsje ‘Wijnandsrade’. Ik passeer een wegkruis en een stenen ornament met de ‘Steniging van de apostel Stefanus’. Aan het eind van de ‘Stokskensweg’ sla ik rechtsaf richting de molen van ‘Hunnecum’. Via een klein vijverparkje en de drukke verkeerstraten bereik ik mijn eindpunt van de dag, station Nuth. Een paar minuutjes later stap ik al in de trein richting Heerlen. Het korte stukje is voor mij net genoeg om even wat muziek op m’n oortjes los te laten. Ik luister naar het gevoelige ‘Alone’ van Holly Williams. Het lied leert mij dat we soms het gevecht tegen onze innerlijke onvrede en innerlijke onrust te snel opgeven, waardoor het probleem ervan blijft sluimeren en ons terneerdrukken. Het lied leert mij dat angst ons soms zodanig beheerst dat we zelfs de ‘liefde’ van bemoediging, troost en hulp van ons af houden. Het lied leert mij dat, als ik niet probeer iets aan mijn innerlijke onrust te doen, ik nooit zal weten of mijn inspanning helpt. Het lied leert mij dat ik niet te ‘trots’ moet zijn om hulp van anderen te aanvaarden. En soms zijn we zelfs bang om anderen pijn te doen, terwijl het uitspreken van elkanders pijn juist de beste ‘heelmeester’ is om onze innerlijke onvrede te bestrijden. Ik stap over op station Heerlen met het verlangen in m’n hart, dat mensen moed mogen vatten om iets aan hun innerlijke onrust te doen. “Je hoeft niet ‘Alone’ te zijn.”; zijn de woorden waarmee ik deze Pelgrimsdag afsluit.