17/26 Millingen a/d Rijn - Groesbeek (20,1 km)

17/26 Millingen a/d Rijn - Groesbeek (20,1 km)

22 oktober 2014:

"Als ik plaatsneem op ‘ut bänkske’ begrijp ik pas goed waarom."

Om zeven uur in de ochtend zet ik mijn ‘gsm-wekker’ uit. Het warme bed heeft mijn spieren en lichaam goed gedaan. De weersverwachtingen zien er een stuk beter uit dan gisteren en ik maak me dan ook op voor een mooie wandeldag richting het voormalige dorp van ‘boeren en bezembinders’, Groesbeek. Als ik de gordijnen openschuif kijk ik echter tegen een grijze wolkenlucht aan waaruit enkele druppels regen neerdalen. “Komt allemaal goed.”; ben ik optimistisch. Om 08.00 uur schuif ik aan voor m’n ontbijt. Prima verzorgd door de gastvrouw. Het nog warme gekookte eitje en de koffie, op een heuse brandende rechaud, staan al klaar. Het lunchpakketje voor onderweg is snel gemaakt. Om 08.45 uur neem ik afscheid van de buitengewoon vriendelijke gastvrouw, die mij een fijne wandeldag toewenst.

Ik stel mijn gps in voor de etappe en wandel het trapje af van het statige voormalige lerarenhuis. Na het nemen van een foto van het B&B start ik de wandeling en passeer als eerste het evenzo statige kerkgebouw van Millingen a/d Rijn. Via enkele ‘gewone straatjes’ bereik ik de rand van het plaatsje en laat via de ‘Hoefse weg’ Millingen a/d Rijn achter me. Over een veldweg, langs een rij dikke bomen, kijk ik tegen een nog doorregend landschap aan. De akkers en de veldwegen zijn bezaaid met poelen water en modder. Mijn ‘opgelapte schoenen’ zitten binnen de kortste keren weer onder de blubber. “Komt allemaal goed.”; blijf ik optimistisch.

Bij grenspaal 650v sla ik rechtsaf richting de ‘Zeelandsche Hof’, een boerderijcamping in het open landschap. Als ik de bocht om ben wordt ik overvallen door een enorme hoos en regenbui. De wind duwt mij als het ware even alle kanten uit. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoog boven me de ganzen die zich stilaan verzamelen voor de ‘grote trek’ naar warmere oorden. Even denk ik; “Kon ik maar met ze meevliegen.” Als ik de Zeelandsche Hof passeer wordt ik hartelijk begroet door twee ‘lachende biggen’. Ik kan er ook wel om lachen en denk terug aan de woorden op de kerkdeur in Spijk, ‘Kom binnen met een blij hart’. De hoosbui is snel voorbij en met een kleine glimlach op m’n gezicht wandel ik het schouwpad van de ‘Zeelandsche Wasserung’ op. Een moeilijk begaanbaar graspad waar het natte gras het nodige ‘reinigingswerk’ doet voor mijn schoenen.

Bij de volgende grenspaal rust ik even wat uit bij een klein ijzeren sluisje. In de verte verschijnen heel voorzichtig de eerste blauwe luchten. Na het sluisje passeer ik de opvallende terpboerderij ‘De Plezenburg’ uit 1810. Opvallend is het zeker, want het gebouw ligt er verlaten en enigszins vervallen bij. “Waarom laten mensen toch alles zo vervallen?”; vraag ik mij af. “De stations, de bedrijven en de boerderijen? We hebben ze niet meer nodig, dus laat maar liggen. We zien later wel wat we er mee doen,….. niets dus!”; is de ontluisterende vaststelling die ik maak. Ik stel me zelfs even voor: als we dit nu eens met mensen zouden doen? Je bent niet meer nodig, dus we kijken wel, we zien wel een keer wat we met je doen. Het is nog ontluisterender als ik bedenk dat dit in werkelijkheid ook met veel mensen gebeurt. “Wat zei Jezus ook al weer?”; overdenk ik. ‘Heb je naaste lief gelijk jezelf?’ “Zijn we dát dan helemaal kwijt? Ik hoop van niet.”; zo mijmer ik op die gedachte nog wat voort.

Ik bereik het plaatsje ‘Leuth’ waar de eerste zonnestralen m’n gezicht strelen. Boven de kerktoren kleurt de lucht steeds blauwer. Sommige mensen komen hun huizen uit om na alle nattigheid hun hondjes uit te laten en zelf de frisse lucht op te snuiven. Een aantal van hen heeft de trimschoenen aangetrokken en passeert mij in volle vaart. Bij de ‘Dijkhoeve’ sla ik linksaf langs de plaatselijke begraafplaats en ben getuige van een adembenemend schouwspel tussen wolken en zon. Het geeft mij het gevoel alsof ‘De Tuinman’ zijn tuin even in de spotlight zet. Bij grenspaal 643b begeef ik mij over een smal, nat en modderig graspad langs de ‘Hauptwasserung’. Mijn schoenen zijn al snel weer toe aan een nieuwe schoonmaakbeurt. Bij ‘De Snap’ bereik ik een mooie boogbrug, die eeuwenlang dienst deed als ‘groene grensovergang’ tussen Leuth en het Duitse Zyfflich. Het landelijke tafereel wordt bekroond door twee sierlijke witte zwanen die over het water dobberen.

Over de ‘Leutherstrasse’ bereik ik het langgerekte Duitse dorp ‘Zyfflich’. Ik maak kennis met een stil en verlaten dorpje waar veel Nederlanders wonen. “Geen wonder dat het stil is, die Hollanders moeten toch allemaal bedrijvig zijn?”; fantaseer ik er op los. Een pad door het dorp is gelegen aan de bekende route naar ‘Santiago de Compostella’. Eventjes voel ik mij een échte pelgrim. “Och ja, dat ben ik toch ook?”; overtuig ik mijzelf. Langs uitgestrekte weilanden verlaat ik Zyfflich en wandel via een smalle voetgangersbrug over het ‘Wylermeer’, een voormalige ‘Rijnstrang’. Het is nu een langgerekt meer bij het grensplaatsje ‘Beek’. De zon heeft steeds meer bezit genomen van het landschap en geeft het meer en z’n omgeving een bijzondere kleurrijke glans. Het hemelse blauw spiegelt mooi af tegen het heldere water. Met de herfstachtige kleuren van de bomen krijg ik zowaar een echt vakantiegevoel.

Ik steek een drukke verkeersweg over om de bossen in te duiken van de ‘Duivelsberg’, waar ten tijde van de Tweede Wereldoorlog de harde strijd heeft plaatsgevonden bij de operatie ‘Market Garden’. Via het wandelpad van de ‘Duivelsbergroute’ ga ikzelf ook de strijd aan met de stevige beklimming van de berg. Het gladde pad gaat vanaf het begin steil omhoog. De overgang van het vlakke naar het steile klimwerk kost me zelfs even wat moeite. Maar al snel heb ik het ‘klimritme’ te pakken en ‘zweef’ als een wandelende ‘Pantani’ naar boven. Halverwege de klim, tussen de kastanjebomen door, passeer ik een afgezaagde boom in de vorm van een stoel met de tekst, ‘Rust wat’. Iemand in volle klim zal hier nooit aan toegeven, dus ik ook niet. Ik besluit de klim verder vol aan te gaan en mijn pauze te nemen op de ‘top’. Via een steile bostrap maak ik de laatste meters van de beklimming, naar het uitzichtspunt van ‘de duivelsberg’.

Het kleine uitzichtplateau is omgeven door een lage haag waaroverheen je een prachtig uitzicht hebt over het plaatsje ‘Beek’ en de omgeving. Op het enige bankje op het plateau neem ik plaats en ‘Rust wat’. De gedachte komt in me op dat ik ‘de duivelsberg’ eigenlijk een rare naam vind voor zo’n prachtige plek, want aan de duivel is niets leuks. Aan de andere kant is het een mooi contrast met de schoonheid die alleen ‘De Tuinman’ aan ons mensen kan geven. Hoe graag de duivel ook het middelpunt wil zijn, het échte ‘Middelpunt’ zal die nooit worden. Ik wordt in m’n gedachten bevestigd als ik in de verte een enorme zwerm ganzen voorbij zie trekken naar de warme oorden die voor hen zijn weggelegd.

Ik daal af van de duivelsberg en wandel de bossen in van het ‘Nederrijk’. Nu pas wordt de overgang naar het meer heuvelachtige gebied pas goed zichtbaar. Aan het eind van het bos kom ik via opnieuw een pittige klim tussen de heuvels terecht, die in mij een Limburgs gevoel oproepen. Na een kronkelend pad eerst bergop en weer bergaf kom ik uit bij ‘ut bänkske van Siem’. Het was blijkbaar het favoriete plekje van ene Siem die hier, zo bedenk ik, dagelijks zijn moment van ‘onbereikbaarheid’ genoot. Als ik plaatsneem op ‘ut bänkske’ begrijp ik pas goed waarom. Ik wordt stil en gun mijn ogen de schoonheid om het fraaie vergezicht over de heuvels te aanschouwen, waar ooit Siem getuige van is geweest.

Over een kunstmatig aangelegd rotspaadje bereik ik de rand van de ‘Canadese Ere Begraafplaats’, waar de slachtoffers zijn begraven van hen die gevochten hebben voor onze vrijheid. Het grote witte kruis op de begraafplaats torent boven de heuvels uit, als symbool van de vrijheid die wij mogen genieten. Het kruis geeft mij ook telkens weer het beeld dat de duivel reeds lang geleden is verslagen, door het offer dat Jezus Christus bracht. Via het particuliere boeren landschap van ‘De Hoge Hof’, met mooie en gelukkig droge graspaden, zet ik koers richting Groesbeek. Tegen een steile heuvel kijk ik tegen een kudde grazende koeien aan die een schitterend decor vormen tegen de blauwe luchten en de witte wolken. Vlak voor Groesbeek steek ik de bekende ‘Zevenheuvelenweg’ over die wandelaars passeren tijdens de ‘Nijmeegse Vierdaagse’. In tegenstelling tot de klimmetjes die ik eerder op de dag heb getrotseert vallen de ‘heuveltjes’ van deze bekende weg wat in het niet.

Via het straatje ‘Siep’ wandel ik tot slot van de etappe over de kleine ‘Galgenhei’, waar ik nog heel even op een bankje ga zitten om voor een kort moment de Groesbeekse heuvels in mij op te snuiven. Met een laatste blik over de heuvels begroet ik de eerste huizen van Groesbeek en finish de etappe bij de Protestantse kerk van het plaatsje. Opvallend genoeg is er bij de kerk ook ‘bedrijvigheid’ en straalt het iets van onrust en chaos uit. Voor mij eindigt hier het twee-daagse Pieterpadtreffen met de gedachte dat ik weer ‘bereikbaar’ zal zijn. Vrij snel start ik met de uitlooproute van 4,5 km naar station Mook. Om 14.47 uur stap ik in de Veoliatrein richting Roermond, op weg naar ‘social media’….

 

volgende etappe >>