13/26 Laren - Vorden (13,9 km)

13/26 Laren - Vorden (13,9 km)
04 september 2014:

"En zo verdwijnen Els en Marian uit ’t zicht..."

Ik ben er bij de start van de dag niet helemaal bij. De normale bezigheden gaan onopgemerkt aan mij voorbij. Het is de ‘ochtendroutine’ die mij helpt om op tijd de voordeur achter me dicht te trekken, op weg naar het wandelavontuur van deze dag. Ook het inchecken is inmiddels een routinehandeling geworden, waarna ik mijn ‘vaste plekje’ in het achterste treinstel van de Euregio Bahn opzoek. In Heerlen stap ik eveneens in het achterste treinstel en zoek een rustig en stil plekje op voor mijn treinreis richting ’s Hertogenbosch, met eindbestemming Lochem. Ik strek me lekker uit en neem al snel mijn Pieterpadboekje ter hand, om de komende wandeling van Laren naar Vorden in me op te nemen. Het is vandaag de laatste etappe van het eerste deel van het Pieterpad. “Bijna op de helft.”; verzucht ik.

Nadat ik het boekje heb opgeborgen in m’n rugzak start ik mijn mp3-speler op. Het eerste lied wordt afgespeeld: Don Williams, met het nummer “Stronger Back”. Het lied neemt me mee in mijn eerste mijmeringen van de dag. Het lied ‘zingt’ een gebed uit om de ‘lasten’, die je dagelijks met je meedraagt, beter aan te kunnen. Die lasten, die iedereen wel heeft, staan ons zo vaak in de weg. Ons dagelijkse leven wordt vaak door velerlei lasten beïnvloed, ook al proberen we ze nog zo hard weg te stoppen, zoals sommigen hardop zeggen; “Lasten? Daar heb ik geen last van! Ik doe altijd rustig aan!” Maar diep van binnen maalt het door, ondanks de ontkenning. In feite neem je jezelf in het ootje.

En ik overdenk mijn lasten van de afgelopen week. “Och, wat had ik er weer problemen mee!”; schiet het door me heen. “Ik was weer zwak, ik was weer sterk. Wat was het toch weer een ‘schone schijn’.”; zo verwijt ik mezelf. De lasten zorgen ervoor dat je eigenlijk niet geheel jezelf bent. Je raakt geïrriteerd en moppert wat af de hele dag. Totdat de lasten te zwaar beginnen te drukken en je eronder dreigt te bezwijken, en je jezelf en anderen tekort begint te doen. Precies dat is waarop Don Williams inhaakt met zijn “Stronger Back”. Hij bidt ervoor, en niet om de lasten van je weg te laten nemen, want die lasten zullen er altijd zijn. Nee, hij bidt voor een ‘Sterkere Rug’, zodat je de lasten beter kunt dragen. Ik vindt het een mooie maar ook geruststellende gedachte, om mijn lasten bij mijn ‘Helper’ te kunnen brengen. Het geeft mij het beeld dat ik mens ben, met zwakheden en tekortkomingen, en ik het alleen niet kan.

Intussen verschijnt de ‘koperen ploert’ aan de horizon, de reiger stijgt op uit een smalle sloot, de omroep klinkt; “Dames en heren, station Eindhoven.” Als de trein weer in beweging is komt de conducteur voor z’n tweede controle-rondje. “Wauw! Die heeft er zin in.”; denk ik. In de buurt van Best kleurt het landschap groen en wordt ik getrakteerd op een strak blauwe lucht. Heel langzaam borrelt het Pieterpadgevoel in me naar boven en komt er échte ontspanning in m’n lijf. In m’n oor klinkt het lied “Fusco”, van de Spaanse Folkgroep Berrogüetto. Een lied dat voor mij ‘leeft’ en ervoor zorgt dat m’n dag nu ook écht begint te ‘leven’. Het is een vreemd contrast als ik opeens alleen maar slapende medereizigers om me heen zie. En ik vraag me af; “Zouden die mensen allemaal zo onbezorgd zijn? Of zouden ze gebukt gaan onder hun ‘lasten’? Of zijn ze gewoon te laat naar bed gegaan?”

Eenmaal in Lochem tref ik opnieuw een troosteloos stationnetje aan. Zelfs de strak blauwe lucht kan dat niet veranderen. Het oude karakter van het stationsgebouwtje heeft ook wel weer iets charmants. Het herinnert een beetje aan de oude glorietijd bij de spoorwegen. Maar het gebouwtje geeft mij ook een beeld van de verdwijnende nostalgische spoorweg-identiteit in Nederland. De aanlooproute naar Laren begint over de drukke verkeersweg. Ik heb de aanlooproute halverwege gewijzigd en sla linksaf tussen een aantal statige boerderijen door en langs stevige knotwilgen. Het is een mooi stukje Gelderland op weg naar mijn startpunt in Laren.

Vanaf het startpunt wandel ik langs de plaatselijke basisscholen. Mijn eerste ontmoeting in Laren heb ik met de Nederlands Hervormde kerk, vlak naast het centrum van het dorp. Het is een fraai en opvallend bouwwerk in de omgeving. Tegen de blauwe lucht steekt het gebouw contrastrijk af en ik maak er wat foto’s van. Een kijkje binnenin de kerk blijkt nog niet zo eenvoudig. Ik kom niet verder dan het entreehalletje. Daar sta ik voor een op dat moment gesloten deur van de ‘Stilte Ruimte’ en de gesloten doorgang naar de kerkzaal. “Zoek je de stilte, kom je voor een gesloten deur?”; ben ik enigszins verbaasd. “Je zal er maar aan toe zijn?”; vraag ik mij daarop af. Door het sleutelgat van de doorgang maak ik een foto van de fel verlichte kerkzaal. “Wat raar!”; mompel ik, een beetje boos wordend. “Geen wonder dat de kerken leeglopen. Als je er alleen maar door een sleutelgat in kunt kijken? Je ziet het ’licht’, en kunt het niet ontvangen?”

In Laren wordt hard gewerkt aan het opbouwen van de Grote Larense Kermis. Het is een drukte van belang, maar het heeft wel iets gezelligs. Laren is het geboortedorp van de bekende Nederlander Albert Mol. Tussen een aantal bedrijfsauto’s zie ik het standbeeld van de man staan, die vooral bekend is geworden door zijn deelname aan het TV-spelletje “Wie van de Drie”. Ik heb er veel naar gekeken en veel mee gelachen. Bij de slijterij, naast het standbeeld, zie ik een houten reclamebord met de tekst “Puur & Oorspronkelijk”. Albert Mol is altijd puur & oorspronkelijk gebleven, zijn leven lang. En ik vraag mij opeens af ; “Hoe zit dat met mij?” Ik denk daar even over na en stel vast dat het alles te maken heeft met je identiteit en vooral het behouden ervan. “Met puurheid & oorspronkelijkheid geef je het beste van jezelf aan anderen.”; besluit ik de gedachte.

Vanuit het centrum van Laren kom ik al snel in de open velden terecht. Langs de buurtschap Lenderink ontmoet ik twee andere Pieterpadwandelaars. Het zijn Els en Marian(ne). Els uit Abcoude en Marian is zowaar uit Limburg, uit Born. Langs de veldweg staat een grote oude weegschaal, waarvoor beiden een voor een poseren om op de foto te gaan. Met hun eigen gsm fotocamera maak ik een foto waarmee ze samen ‘op de weegschaal’ staan. Het is even hilarisch, want ik ben (nog) geen ‘smartphone bediener’ en het afdrukken wil niet meteen lukken. “Tsja, ik ben een echte senior.”; zo stel ik hen gerust. Al wandelend praten we wat over onze Pieterpad belevenissen, waarna we elkaar begroeten en elkaar een fijne dag toewensen.

De Nederlands Hervormde kerk van Laren verdwijnt uit beeld en ik kom via de ‘Dochterense Weg’ in ‘Groot Dochteren’. Voorbij een smalle sloot passeer ik hier enkele zeer mooie boerderijen. Langs de ‘Nengersteeg’ steek ik de spoorlijn Zutphen-Hengelo over om voorbij ‘’t Ross Bos’ het Twentekanaal over te steken. Ik krijg opeens een bevoorrecht gevoel om door dit mooie Gelderse landschap te mogen wandelen. Opnieuw besef ik de schoonheid van ‘De Tuin’. Voorbij het Twentekanaal bij ‘Zweverinck’ krijgt de schoonheid van dit stukje ‘Tuin’ een extra dimensie als ik plaatsneem bij enkele eenvoudige sinaasappelkistjes langs de weg. De boer heeft er op zeer simpele wijze een ‘tuinsetje’ van gemaakt, waar wandelaars even op adem kunnen komen. Het plekje leert mij vooral dat genieten niet afhankelijk is van luxe en comfort, maar ook op de meest eenvoudige wijze kan. En dat dat laatste zelfs nog mooier is. Genietend van de warmte en het boerenland passeren Els en Marian. We zwaaien even naar elkaar. “Moeten we je op de foto zetten?”; vraagt Els. “Och nee, dat doe je zelf hè, heb je verteld.” En zo verdwijnen Els en Marian uit ’t zicht.

Na de passage van het riviertje ‘De Berkel’ kom ik via een prachtige beukenlaan in de bossen bij ‘Velhorst’. De lange rechte ‘Oude Vordenseweg’, die ik nog passeer, is niet zo saai als die er op het eerste gezicht uitziet. Het blijkt een gevarieerde veldweg langs fraaie weilanden en vergezichten. Via de oversteek van de drukke N346 over de ‘Larense weg’ kom ik in de uitgestrekte bossen van ‘Het Grote Veld’. Ondanks het lange rechte en brede bospad opent zich een gastvrij natuurlandschap waar zonnebloemen en zelfs paddestoelen elkaar de loef proberen af te steken. Met de ‘super-macro’ instelling van mijn kleine Olympus fotocamera maak ik een foto van de onderkant van een grote bruine paddestoel. Normaal zie je zoiets niet, maar de foto toont mij aan dat de ‘Schepper’ wel heel veel oog heeft gehad voor detail.

Aan het eind van de lange Larense weg sla ik rechtsaf naar ‘Landgoed Enzerinck’. Opnieuw wordt ik getrakteerd op mooie boerderijen en doorkijkjes over groene weilanden en bossen. Ik raak mij ervan bewust dat het landschap, na Overijssel en Drenthe, nu totaal anders is. De openheid en de vlaktes hebben plaatsgemaakt voor een meer intiemer landschap. Over het Landgoed passeer ik ‘Kasteel Enzerinck’, waar de kasteeltuin nu niet eens aan de achterkant van het kasteel ligt maar gewoon aan de voorkant, de voortuin dus. Bij ‘Veldwijk’ ga ik over de Almense weg rechtsaf richting ‘Kasteel Bramel’. Het is een van de vele kastelen die deze omgeving rijk is. Tegenover het kasteel strekt zich een heuse kasseienstrook uit in de richting van Vorden. Even waan ik mij in de wielerklassieker ‘Parijs-Roubaix’. Mijn ‘sporthart’ begint zowaar iets sneller te kloppen.

Via een dichte beukenlaan bereik ik Vorden om langs enkele gerenoveerde boerderijtjes het station van Vorden te bereiken. Gaf het station van Lochem al een troosteloze aanblik, het station van Vorden geeft een nog sterker beeld van de teloorgang van ‘mijn’ oude spoorbedrijf. De ramen zijn dichtgetimmerd en de binnenkant is slechts te zien door het sleutelgat. Ook hier schetst zich voor mij een beeld af van ‘ontoegankelijkheid’. “Ja, en het is in alle lagen van ons mooie land doorgedrongen. Zou het zó bedoeld zijn?”; vraag ik mij aan het eind van deze wandeldag een beetje triest af.

 

volgende etappe >>