11/26 Hellendoorn - Holten (15,6 km)

11/26 Hellendoorn - Holten (15,6 km)
27 augustus 2014:

" De poort van werkkamp Twilhaar staat nog steeds."

Met enige tegenzin stap ik uit m’n warme bed. Na de kille regenachtige dag, daags tevoren, is mijn bed een knus en warm ‘nestje’ geworden, waar je ’t liefst in wil blijven liggen. De eerste gedachte die mij wat lacherig te binnen schiet is; “There’s no place like the bed.” Ik verkeer in een opgewekte bui, omdat ik opnieuw een stukje Nederland mag gaan ontdekken. Hoewel nieuw, mijn eindpunt vandaag, Holten, is een ‘oude bekende’. In vroeger jaren bracht ik er veel dagen door bij familie. ‘Ome Gerrit en tante Marietje’, die bij ons thuis in één adem werden genoemd, hadden in Holten een goedlopend tuiniersbedrijf. Vaak in de zomer of rond de jaarwisseling brachten we er een deel van onze vakantie door. Het was altijd een gezellige tijd met elkaar, in een typische Overijsselse sfeer. Regelmatig kwamen ‘Gerrit en Marie’ ook bij ons in Limburg op bezoek. Voor ons kinderen waren dat feestdagen, want dan kwam er altijd wat lekkers op tafel. Daar zorgde mijn moeder wel voor. Met neef Eddy bracht ik geregeld een bezoek aan de Holterberg, die ik vandaag zou passeren.
 
Als ik de buitenlucht instap bespeur ik een verrassende stilte over het Limburgse land. De anders hoorbare achtergrondgeluiden van auto’s verstommen door de laaghangende mist. Het heeft iets mystieks. Eenmaal onderweg in de trein valt het me op dat de dagen toch al wat korter beginnen te worden. Een stuk voorbij Roermond steekt heel langzaam de rode ronding van de opkomende zon boven de horizon uit. De meesten kennen het wel, het majestieuze moment van, zoals we dat in Limburg zeggen, het opkomen van ‘de koperen ploert’. Onder de inmiddels reusachtige rode bol dwarrelt de laaghangende mist over het boerenland en stilaan kleurt de hemel blauw. Langs het raam van de trein schiet een groepje kraaien krijsend voorbij, en ik bedenk opeens; “Wat ben ik toch een bevoorrecht mens, dat ik het ontwaken van ‘De Tuin’ van zo dichtbij mag ervaren.”
 

Als ook de mist verdwijnt neem ik mijn Pieterpadboekje ter hand en luister naar de eerste muziek van de dag: “Walk Through The Bottomland”, van Lyle Lovitt, in duet met Emmylou Harris. Ik zit lekker achterover als ik wordt opgeschrikt door een man die achter me aan het prutsen is met het klaptafeltje in ‘mijn’ rugleuning, die daardoor nogal heen en weer beweegt. Heel even stoor ik mij aan het gedrag van de man, en vraag me af of het niet wat rustiger kan. Ik besluit het maar te laten voor wat het is en begin mij te verdiepen in de wandeling die op me wacht.

Op station Nijverdal wordt ik opgewacht door een zonovergoten dorp. Ik bewonder kort het fraaie kerkgebouw vlak naast het station en begin aan de aanlooproute van 3,4 km naar het beginpunt van de etappe in Hellendoorn. De aanlooproute is de moeite waard. Ik passeer in vogelvlucht een rustige visvijver bij een bos, enkele mooie boerderijtjes en leuke doorkijkjes over de weilanden. Hierdoor raak ik in een opperbeste wandelstemming. Eenmaal in Hellendoorn krijg ik meer oog voor de details van het dorp, wat ik de vorige keer bij mijn aankomst niet had. Al snel blijkt Hellendoorn méér te zijn dan alleen een ‘avonturenpark’. Het is een knus en gezellig klein plaatsje waar opvallend genoeg de eigen identiteit bewaard wordt en een gemoedelijke gastvrijheid heerst. Ik bekijk kort het plaatselijke ‘ijsmuseum’ en begin naast de Protestantse Kerk met de Pieterpad etappe.

Ik heb amper dertig meter afgelegd of ik verbaas me over een apart detail aan de zijkant van de kerk. In de gevel zie ik dat een oude deuropening van de kerk is dichtgemetseld. En al snel gaan de gedachten met mij aan de haal en stel mij het volgende beeld voor. “Is dit niet precies wat veel kerken doen tegenwoordig? Worden van veel kerken niet totaal ontoegankelijke (dichtgemetselde) oorden gemaakt, in plaats van de kerk juist een open en gastvrije gemeenschap te maken, waar mensen écht welkom zijn? Waar mensen troost, bemoediging, steun, kracht en zingeving kunnen vinden? Moet de kerk niet een soort ‘thuis’ zijn, waar mensen geestelijke genezing en vergeving kunnen ontvangen, in plaats van veroordeling? Zijn we niet toe aan een kerk die mensen uitlegt hoe God het werkelijk heeft bedoeld met ons mensen?” Ik betrap mezelf op een stuk boosheid en de neiging om de dichtgemetselde muur af te breken. En daarna zou ik het bordje, van de mooie rustplek bij ’t Glint, in de deuropening ophangen; “Kom verder, hier is ’t leuk.”

Ik vervolg de wandeling en verlaat Hellendoorn langs een prachtig weiland. Met het grote kruis op de kerktoren, uitstekend boven de boomtoppen, laat ik Hellendoorn achter me. Ik trek de bossen in van ‘Landgoed De uitkijk’ en beland op een lang recht bospad. De bossen strekken zich links en rechts van me uit. Heel even zing ik “Und ewig singen die wälder”, totdat ik voorbij ‘De Klinkbelt een mooie boerderij zie opduiken. In de verte hoor ik zowaar een treingeluid. Snel daarna wandel ik door de spoortunnel van ’t Ravijn’. Een doorgraving van de ‘Hellendoornse berg’ ten behoeve van de spoorlijn Zwolle-Almelo (1881). Als ik de redelijk moderne spoortunnel gepasseerd ben bereik ik het ‘Nijverdalse Spoorbos’. Na zo’n 50 meter kom ik aan bij het Joods monument van ‘Rijks werkkamp Twilhaar.

Opnieuw bevind ik mij op een plek van voormalige ‘verschrikking’. “Blijkbaar moet het zo zijn.”; houd ik mijzelf voor. Maar niet eerder was ik zó dichtbij een plek waar een Joods werkkamp door de Duitse bezetter werd ingericht. Vanuit dit werkkamp werden vele Joden, onder het mom van gezinshereniging over de Grote straat via het station van Nijverdal naar Westerbork gestuurd. De meesten van hen gingen direct door naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor. De poort van werkkamp Twilhaar staat nog steeds. Iets verderop staat een infobord met nog iets verderdoor het monument, met naast elkaar twee grote fotolijsten. Als ik de foto’s goed bekijk zie ik dat de linkse foto in een goede afdruk is geplaatst. Op de rechtse foto vervagen de afgebeelde personen, alsof ze uit beeld verdwijnen. Boven op beide fotolijsten liggen honderden opgestapelde steentjes, zoals ik eerder had gezien bij de Joodse begraafplaats Altinge Maten, tussen Sleen en Coevorden. De steentjes staan symbool ter nagedachtenis aan hen wiens beeld uit het oog van de nabestaanden is vervaagd, zoals op de rechtse foto is te zien. De gedachte komt in mij op om ook een steentje op het monument te leggen. Mijn oog valt vrij direct op een grijsachtig afgebrokkeld steentje, met rondom een witte streep. Dit steentje staat voor mij symbool voor de ‘gebrokenheid’ wat werkkamp Twilhaar met zich heeft meegebracht. En het steentje staat, met de witte streep die rondom loopt, voor mij symbool voor hoop, dat het leven doorgaat en ook weer vreugde mag en zal brengen in de levens van hen die dierbaren hebben verloren, toen en nu. Met respect leg ik het steentje op de fotolijst met de ‘goed’ afgedrukte personen, om aan te geven dat we ‘onze’ beelden juist wél moeten bewaren en ons mogen koesteren in de dierbare herinneringen die we met elkaar hebben beleefd. Want juist die, geven troost en helpen het verdriet in ons leven te verwerken.

Op een bankje bij een dikke boom, vlakbij het monument, neem ik een korte drink en eetpauze. Er passeren enkele andere luidruchtige wandelaars op weg naar het monument. “Wat is hier te zien?”; hoor ik een van hen roepen. Het duurt niet lang of achter me wordt het opeens heel stil. Ik hoor de wind in de dikke boom fluisteren; “Zo, die zijn effe rustig.” Na zo’n tweehonderd meter bereik ik een mooie schaapskooi. Een pittoresk plaatje in het rustige landschap van het Nijverdalse Spoorbos. Als ik de ‘Noetselerberg’ oversteek voel ik de warmte van de zon pas echt. Ik besluit m’n ritsbroek een stukje in te korten. Al snel bereik ik het prachtige heidegebied ‘Noetselerveld’, waar zich een paars ‘heidevloerkleed’ voor me opent. Het is ‘De Tuin’ in optima forma, met een veelzijdigheid aan kleuren en lichten.

De paden kronkelen zich door het paradijselijke heidelandschap. Geen wonder dat er zoveel wandelaars onderweg zijn in dit gebied. Ik kom ze tegemoet en ik passeer er. Opvallend genoeg hebben de meesten geen oog voor de medewandelaar. Een begroeting kan er amper af bij de meesten. Hoezeer ik ook mijn best doe om contact te krijgen met wandelaars, het mag niet zo zijn. Zelfs oogcontact wordt vermeden, alsof men wil zeggen; “Laat me met rust.” Schijnbaar creëren mensen om een of andere reden toch een eigen wereldje om zich heen. Heel even vraag ik mij af; “Wat is die reden?” Ik bedenk dat het een vorm van ‘veiligheid’ creëren is. Een soort van bescherming tegen een onbekende ‘buitenwereld’ waarvan ik niet wil dat die míjn wereldje binnenkomt. “Geen wonder dat mensen zo ver uit elkaar groeien. Op die manier lijken we allemaal op ‘dichtgemetselde deuren’.”; bedenk ik opeens.

Op een NAP-hoogte van 58m bereik ik de top van de bekende ‘Holterberg’. Ook hier wordt ik getrakteerd op weidse heidelandschappen. Na een laatste blik op de oriënteringstafel wandel ik de uitgestrekte bossen van de Holterberg in. Na een tijdje passeer ik het natuurdiorama op de berg en het natuurwandelpad voor de jeugd ‘Daantje Das’. Ik passeer zelfs een witte muur waar ik ooit een foto nam van mijn vrouw. Na vele jaren kan ik eindelijk op dezelfde muur ook op de ‘kiek’. Het sluitstuk van de etappe is een langgerekte beukenlaan met rechts van het pad kleine vierkante paaltjes met tekstkubussen eraan vastgemaakt. De teksten vertolken de wereldgeschiedenis van de laatste decennia. Zo lees ik dat Yvonne van Gennip in 1988 drie keer goud won op de Olympische Spelen in Calgary en het Nederlands voetbalelftal Europees kampioen werd in Duitsland, na die fantastische goal van Marco van Basten.

Dan lees ik een tekst, ook uit 1988, die, voor mij, het wereldgebeuren van nu opeens in een ander daglicht plaatst. “De Amerikanen schieten bij vergissing een Iraans vliegtuig met 290 passagiers uit de lucht.” Ik huiver bij de gedachte dat vlucht MH17 straks ook weleens afgedaan kon worden als een vergissing. In stilte wandel ik, over een pad door een groot maïsveld, de laatste meters van de etappe naar het station van Holten. Een uur later dan verwacht stap ik in de trein, om via Deventer en ’s Hertogenbosch weer huiswaarts te keren.

 

volgende etappe >>