10/26 Ommen - Hellendoorn (20,1 km)

10/26 Ommen - Hellendoorn (20,1 km)
20 augustus 2014:

"Kom verder, hier is ’t leuk..."

Het is een koude zomerochtend als ik naast m’n bed stap. Ik kom maar moeilijk op gang. Het aankleden gaat in slow-motion en het wassen van m’n gezicht maakt dat ik nog meer koude rillingen krijg. Ik ben blij dat ik m’n wandelspulletjes daags tevoren al gereed heb gezet. Dat geeft me de tijd om in alle rust het ontbijt te genieten. Vanuit de keuken hoor ik op de achtergrond hoe de koffie langzaam door het koffiezetapparaat pruttelt. Het heeft iets rustgevends en het geeft me opeens een lekker warm gevoel. Misschien dat daardoor m’n beschuitje met kaas wel lekkerder smaakt dan anders. Om 06.00 uur sluit ik de voordeur, op weg naar een nieuwe wandeldag. Op het station van Landgraaf ontmoet ik een collega die zijn dienst moet beginnen. Omdat hij ook een wandelaar is komen we in gesprek over onze wandelaktiviteiten. Hij is bezig met de GR5, het vervolg zeg maar van het Pieterpad, richting Zuid-Frankrijk. In Heerlen wenst hij mij een fijne wandeldag en ik hem een rustige dienst.
 
Op station Sittard stappen een tweetal wat luidruchtige jongens in de eerste klasse, waar ik met toestemming van de conducteur ook heb plaatsgenomen. Ze hebben nogal praatjes en hun eerste actie is, sloom achterover hangen en voeten op de bank. In m’n buik begint het al te borrelen. Nadat de trein weer in beweging komt schrikt een van hen plotseling op: “Hey man, we zitten eerste klasse. Ik wil geen boete man. Kom, we moeten weg hier man.” Met enige tegenzin verhuizen ze een afdeling verder naar de tweede klasse. Vanachter de glazen tussenwand hoor ik ze nog wat mompelen, totdat het opeens ‘bij de buren’ rustig is geworden. Ik kijk achter me en zie dat de jongens in slaap zijn gevallen. “Zo, feestje?”; mompel ik en begin te lezen in m’n Pieterpadboekje.
 

Een heel stuk voorbij Roermond valt het mij pas op dat de zon ruimhartig schijnt. In plaats van mij te storen aan een paar jongens die in slaap zijn gevallen, krijg ik eindelijk oog voor ‘De Tuin’. Vanuit een sloot duikt de reiger weer op. De vogels zijn sowieso nadrukkelijk aanwezig deze ochtend. Het wemelt in de vroege ochtendzon van gevogelte in de lucht. Het doet me denken aan een bijbeltekst. “Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven?” Het hele tekstgedeelte gaat er eigenlijk over dat we ons niet zo bezorgd moeten maken over van alles. En ik vraag me op dat moment inderdaad af; “Waarom maak ik mij soms zo vaak bezorgd?” Zeker, over sommige dingen mag je je best zorgen maken, maar het maakt me duidelijk dat we ons soms ook zorgen maken over onnodige dingen. Het laat me zien dat we nóg te weinig genieten van alles wat ons wordt gegeven.

Intussen klinkt de ‘Swinging Safari’ van Bert Kaempfert in m’n oor. Na de moeizame start begint m’n dag toch wat te swingen. Zelfs de glinsterende dauw over het landschap lijkt te dansen. In de verte verschijnt zelfs een regenboog aan de horizon. Om 09.37 uur stopt mijn trein, precies op tijd, op station Ommen. Het was het laatste treinreisje voor het Pieterpad met de ‘Vechtdallijn’ van Arriva. Op het kleine stationspleintje, dat er verlaten bijligt, plaats ik mijzelf op ‘de kiek’, onder een breeduit schijnende zon. Ik stel mijn ‘begeleider’ in en maak de eerste wandelschreden van de dag. Hierbij passeer ik Café Wildzang, wat een extra cachet geeft aan Bert Kaempfert’s ‘Swinging Safari’. Het is een prachtig gebouw. Maar ook hier weer, zo jammer, wordt de eigen identiteit van het huis ontsiert door ‘wild’ geparkeerde auto’s voor de hoofdingang. En zo ontsieren we op veel plaatsen in ons mooie Nederland onze eigen identiteit maar ook onze cultuur. “Of ís dat onze cultuur?”; vraag ik mij somber af.

Via het straatje ‘De Kamp’ bereik ik snel een mooie buitenwijk van Ommen. Het valt mij direct op dat hier die identiteit en cultuur gelukkig nog wél in stand wordt gehouden. Ik passeer enkele zéér fraaie boerderijen met evenzo fraai aangelegde tuinen er omheen, die er vanwege de strak schijnende zon betoverend uitzien. In de verte passeert een Arriva trein die kleurrijk afsteekt tegen de achtergrond van het donkergroene bos en de wit/blauwe luchten. Langs een bos verlaat ik Ommen en kom via de Bergerweg in het buurtschap Besthmen. Ik wandel over heerlijke wegen en paden langs de mooiste boederijen. Het geeft mij een buitengewoon ontspannend gevoel en ik geniet van het boerenland.

Door de bossen, aan de voet van de Beschemerberg, begin ik aan de eerste beklimming van de dag. Deze beklimming is een stuk serieuzer als het klimmetje in Coevorden naar ‘De Poort van Drenthe’. Voor mij als echte ‘wandel klimgeit’ voelt de klim van de Beschemerberg wel even lekker. “Even een beetje pit erin,… heerlijk.”; denk ik. Over de glooiende flanken van de helling opent zich voor me een mooi open heidelandschap. Ook hier doet de zon zijn ‘betoverende’ werk. In de verte duikt, op de top van de berg, een grote uitzichtstoren op. Een andere wandelaar laat de toren links liggen, maar ik besluit de klim naar het dakterras van de toren te maken. Bovenop ben ik getuige van een adembenemend Overijssels landschap. ‘De Tuin’ lacht en straalt me toe. De wolkenluchten geven dat ik mij in een schilderij waan. Genietend neem ik het allemaal in me op. Daarna daal ik de steile ijzeren treden van de toren weer af, om mijn weg te vervolgen door de wat donkere bossen van de Beschemerberg.

Enkele honderden meters verderop in het bos kom ik aan bij monument ‘Kamp Erika’. Het monument is opgericht ter nagedachtenis aan hen die tussen 1941 en 1945, tijdens de tweede wereldoorlog, in gevangenkamp Erika werden vernederd, gemarteld en vermoord. Opnieuw dringt het besef tot me door wat zich in die periode heeft afgespeeld, maar borrelt ook weer boosheid in me op, dat de wereld er nog steeds niets van heeft geleerd. Als ik bedenk in hoeveel landen er vandaagdedag nog steeds mensen worden onteerd, vernederd, gemarteld, verkracht, mishandeld en vermoord, vraag ik me af; “Wat moet er nog méér gebeuren, voordat we écht geleerd hebben dat je vrede niet bereikt door elkaar af te slachten, maar door elkaar te respecteren?” Ik neem een gepast moment om de slachtoffers van toen te gedenken, en een stil moment van gebed en hoop, dat het ooit écht vrede zal zijn. Als ik het monument verlaat draai ik me iets verderop nog een keertje om. Met een brok in m’n keel zie ik dat felle witte zonnestralen tussen de boomtoppen door het monument verlichten….

Bij ‘Eerde’ passeer ik ‘De Steile Oever’, langs een dode rivierarm van de ‘Regge’. Aan de rand van het water slenter ik langs een kleine boerderij waar in een vuurkorf hout gezellig knettert op het terras. Ik heb de neiging om aan te bellen en te vragen of ik er gezellig bij kan komen zitten. “Doe niet zo raar, man.”; spreek ik mijzelf streng toe. Na de Besthmentunnel bereik ik de brug over de ‘Beneden Regge’, waar een schoolklas bij ‘Outdoor Ommen’ probeert zelf vlotten te bouwen van plastic containers, houten balken en touwen. Ik loop verder en heb zo mijn twijfels of de schooljeugd hun pakje wel droog zal houden. Bij ‘Klein Archem’ sla ik rechtsaf en kom in het buurtschap Giethmen. Ik maak kennis met een creatief gedecoreerde boerderij, met allerlei oude kookpannen aan een gevel. Een beetje achteraan, tussen het huis en de stal, zie ik zowaar een ijzeren ‘Witte Koets’ in de tuin staan. Ik zie niemand rondom het huis en kan de verleiding niet weerstaan. Ik plaats mijn fotocamera op zo’n oude betonnen drinkbak en neem plaats in de koets. Heel even waan ik me een koning. Ik mis alleen mijn koningin nog naast me. M'n gezicht straalt als een klein kind…

Bij het betreden van het ‘Overijssels Landschap’ begint het lichtjes te regenen. Over een breed bospad kom ik bij een waterpomp met een groot draaiwiel. Het is een drenkplaats voor dieren. Ik geef een flinke zwengel aan het wiel om de waterbak te vullen. Daarna gaat het een stuk steviger bergop, over de heidevelden van de Archemerberg. Gaandeweg de beklimming worden de uitzichten weidser. De horizon is gevuld met majestieuze wolkenluchten. Het maakt mij kleiner en kleiner. Het geeft mij een beeld van de kwetsbaarheid van mij als mens in het grote geheel. Aan de andere kant maakt het mij ook dankbaar dat ik als ‘klein mens’ onderdeel mag uitmaken van dit unieke schouwspel. Als ik, na nog wat stevig klimwerk, de top van de Archemerberg bereik kijk ik van bovenaf over een prachtig kleuren landschap van bos, heide en wit/blauwe luchten. Het is een 360 graden-view, maar dan niet op een pc-scherm of TV, maar ‘in het echt’. Ik neem een korte pauze en bekijk de oriënteringstafel die de richtingen aangeeft van diverse plaatsen in de omgeving.

Tussen de Archemerberg en de Lemelerberg stuit ik op een grote zwerfkei. Waarschijnlijk de grootste van Nederland. Door de bossen, langs de rand van natuurreservaat ‘Lemelerberg’, kom ik in een open weideveld. Ik wordt begroet door een stel hinnekende paarden. Ik passeer enkele geel gekleurde bloemenweilanden en krijg opnieuw een hinnekende groet van een van de paarden, die wel erg veel oog heeft voor mijn fotocamera. Ik stel hem gerust door hem op de ‘gevoelige plaat’ vast te leggen. Bij de ‘Glinthaar’ wordt ik voorbij gestoofd door een groep luid schreeuwend fietsende scholieren. “Wat is dat toch, met die jongeren? Altijd maar schreeuwen en luidruchtig zijn?”; vraag ik mij af. Schijnbaar hoort geschreeuw er op een of andere manier bij. Ik begrijp er niets van.

Als de rust is weergekeerd kom ik iets verderop, aan de kant van de weg, voorbij een versierde damesfiets. Op een bordje staat ‘Rustpunt’. Ernaast loop ik, tussen wat bomen en struiken, door een smal paadje en langs een ander bordje met de tekst ‘Kom verder, hier is ’t leuk’. Wat schuchter ga ik het bordje voorbij en kom in een van de meest pittoreske rustpunten die ik ooit heb bezocht. Het is een landelijk ‘plaatje’ van ruimte, rust en vooral gastvrijheid. Het is een plekje om meteen ‘van te houden’. Ik treedt het theehuisje binnen en ben aangenaam verrast door het gastvrije karakter van de inrichting. Mijn rugzak gaat af en, nadat ik mijzelf voorzien heb van een drankje, zak ik weg in de eenvoudige rieten tuinstoel voor het theehuisje. Ik droom wat weg en denk na over de dingen in m’n leven die ik nog een plekje zou moeten geven. Ik kom erachter dat het niet eenvoudig is om aan alle gebeurtenissen en herinneringen in je leven het juiste plekje te geven. Als ik ze al een plekje zou kunnen geven, zou het zó uit moeten zien als dit pittoreske plekje bij theehuisje ’t Glint’, waar ‘gastvrijheid’ en ‘openheid’ de sleutels zijn voor rust in je leven. Ik laat een boodschap achter in het gastenboek en vervolg mijn weg over het Pieterpad.

Via de Knollenhaarweg bereik ik de voorposten van de ‘Sallandse Heuvelrug’. Bij ‘Loobos’ en ‘De Hollander’ stuit ik op een gebiedsverbod, als gevolg van stormschade. Het bos is ontoegankelijk en gevaarlijk geworden voor wandelaars. Met mijn gps in de hand is snel een alternatieve route gevonden. Eenmaal terug op het oorspronkelijke Pieterpad ontmoet ik op een zandpad een prachtige rups. Ik leg m’n vriendje vast met een super-macro foto. Bij de Noord-Esweg verlaat ik de bossen en duikt Hellendoorn voor me op. Bij het naderen van het eindpunt van de etappe hoor ik op de achtergrond het ‘gillende avonturenpark’, iets verderop. Boven de toppen van de bomen zie ik de karretjes van de reusachtige achtbaan verschijnen, met allemaal omhooggestoken armpjes. Met een enorme vaart en onder een oorverdovend gegil verdwijnen de karretjes en de armpjes tussen de bomen door naar beneden, waarmee plotsklaps de rust, op de anders verlaten veldweg, terugkeert. Via de plaatselijke supermarkt, waaruit ik nog een versnapering meeneem, bereik ik het eindpunt van de etappe naast de Protestantse Kerk van Hellendoorn. Bij de molen zwaai ik Hellendoorn uit, om via een korte uitlooproute naar station Nijverdal te wandelen voor mijn thuisreis.

 

volgende etappe >>