09/26 Hardenberg - Ommen (21,5 km)

09/26 Hardenberg - Ommen (21,5 km)
14 augustus 2014:

"Wees bevriend met kleine dingen, en je zult gelukkig zijn."

Na het gebruikelijke ochtendritueel wandel ik, onder een schaapjesachtige wolkenhemel, naar het station van Landgraaf voor de eerste trein. Met nog wat slaperige ogen tuur ik vanaf het perron de mooie luchten af. “Ik zal de ‘schaapjes’ maar niet gaan tellen, anders val ik zo weer in slaap.”; fluister ik mezelf toe. Op het smalle overwegpad verschijnt vanuit het niets een kat, die plotseling aan de rand van de spoorrails in de typische ‘jachthouding’ stil blijft zitten. Ik zie dat de kat met z’n ogen een prooi volgt, en ja hoor, in een flits schiet hij vooruit en heeft zowaar een muisje te pakken. Met het muisje in z’n bek gaat hij er weer vandoor.

Ik verbaas me over het geduld en het gemak, waarmee de kat zijn ontbijt ‘binnenhaald’. “Hoe zit het met mijn geduld?”; overdenk ik opeens. De kat wachtte precies tot het juiste moment. Hoe anders is dat soms bij mensen? Wij kiezen zó vaak het verkeerde moment om iets te zeggen, of iets te doen, of juist iets níet te doen. Met soms desastreuze gevolgen. En dat allemaal omdat we simpelweg niet altijd het geduld hebben, om te wachten op het juiste moment. En bij de kat ging het ook zó gemakkelijk. Ik vraag mij af; “Waarom gaat het bij mij niet altijd zo?” “Misschien zijn wij mensen wel met teveel dingen tegelijk bezig?”; betrap ik mijzelf. De kat had alleen maar oog voor één ding, en daarna…? “Och, ik zie het wel...;” zal die gedacht hebben. Hoe anders is dat bij mensen. We zijn tijdens het ontbijt alweer bezig met de volgende stappen van de dag, of de volgende dagen. “Geen wonder dat we vaak zo opgejaagd zijn in deze maatschappij.”; spreek ik mijzelf vermanend toe. “Dames en heren, we naderen station Sittard, u kunt hier overstappen…”; waarmee de conducteur mijn overdenking beëindigt.

Voorbij Weert zie ik mijn vriend de reiger overvliegen. Als ik goed kijk zie ik dat hij een kikker in z’n snavel heeft. “Waarschijnlijk ook met hetzelfde geduld en gemak gevangen.”; bedenk ik. Wat een contrast met een vrouw die op station ’s Hertogenbosch in de trein stapt. Gepakt en gezakt met een trolley, een té grote handtas en in één hand haar opengeklapte laptop, met op het scherm de tekstverwerker al opgestart. Ze zakt weg in haar treinstoel, laat de tassen gewoon in het middenpad staan en ‘duikt’, met een ongemakkelijke houding, direct in haar laptop. Haar gedrag bevestigd mij dat het niet verbazingwekkend is dat mensen zo opgejaagd zijn in deze maatschappij. Zonder enige vorm van geduld, het ongemak trotserend, is de vrouw vooral bezig met de volgende stappen van de dag. Als ik de vrouw vanuit mijn stoel nader bestudeer vallen mij de wallen onder haar ogen op. “Wat zou ze vannacht gedaan hebben?”; vraag ik mij af. Ik meen het antwoord te weten…

Zonder vertraging kom ik om 09.53 uur aan op station Hardenberg. Ik wordt verwelkomd in een zonvriendelijk dorp en begeef me via het kleine centrum naar het startpunt van de etappe. Het centrum van Hardenberg is ook, net als in Coevorden, ontsiert door velerlei reclame uitingen. En schijnbaar moet het hier allemaal groot zijn. Ik zie op een dak een gigantische bierfles staan. Iets verderop poseer ik zelfs bij een ‘super bloempot’ en een ‘mega ijs’. Op sommige plekjes is getracht de eigen identiteit van het dorp te bewaren, maar ik vrees voor het voortbestaan ervan.

Het kermisplein, wat ik de vorige keer aantrof, heeft plaatsgemaakt voor een open ruimte en een kleine rommelmarkt. Ik bekijk nog enkele bezienswaardigheden, waaronder de Stephanus kerk, die er wel een beetje tussenuit springt. Tegen een sfeervolle wolkenlucht en tussen strakke zonnestralen door is de kerk het plaatje waarmee ik het centrum van Hardenberg achter me laat. Ik steek de rivier ‘De Vecht’ over en tuur in de verte naar de ‘Prinses Amaliabrug’, waarover ik de vorige etappe Hardenberg binnenliep. Met de contouren van De Vecht voor me zwaai ik Hardenberg uit. Op enige afstand passeer ik nog een ouderwetse molen en bewonder de bloemenpracht op een terras.

Op de brug over ‘De Molengoot’, een oude loop van de Vecht, werp ik nog een laatste blik op Hardenberg en vervolg kort langs de oevers van ‘De Molengoot’ mijn wandeling. Ter hoogte van Hazenbosch volg ik over het ‘Sumpelpad’ op enige afstand de Vecht richting Rheeze. In de verte, temidden van de Heemser hooilanden, valt mijn oog op een mooie boerderij waar de was nog ‘in lijn’ hangt. In ons drukbevolkte Limburg hangt de was veelal aan de plaatsbesparende droogmolens. Ik moet opeens denken aan mijn moeder, die vroeger thuis ook de was aan een lange waslijn, van de ene kant van de tuin naar de andere kant van de tuin, ophing. Bij het ophangen van een groot laken draaide ik me op in het laken en deed alsof ik een spook was, om mijn moeder te laten schrikken. En dan lachten we allebei hartelijk.

Langs het Sumpelpad strekt zich links en rechts een weids open boerenlandschap voor me uit. Ik heb de wind wat tegen en het is wat frisjes. Het jasje dat ik eerst had uitgetrokken gaat toch weer aan. Na een tijdje passeer ik pas het bordje waarbij je Hardenberg uitloopt. “Nou, Hardenberg is groter dan je denkt.”; stel ik verrassend vast. In de buurt van de Rheezermaten wordt ook aan sport gedaan. Ik passeer het grote ‘Boerengolf terrein’ van Veurink, met wel 18 grote holes. Ondertussen pakken zich donkere wolken samen boven het Overijsselse landschap. De dreigende wolken zien er best wel indrukwekkend uit. Het is een mooi contrast met de kudde koeien die in een weide aan de rand van een maïsveld staan te grazen. De koeien hebben geen enkele boodschap aan de dreigende luchten, maar ik maak me wel wat zorgen…. Vreemd alweer. De koeien zijn onbezorgd, geduldig en ik ben alweer bezig met de volgende stappen.

Na het natuurgebied Rheezermaten bereik ik langs ‘super groene’ akkers de brink van het plaatsje Rheeze. Een werkelijk schitterende dorp, wat zo van een ansichtskaart af is geplukt en in de ‘werkelijkheid’ is geplaatst. Op een zonovergoten bankje, aan de voorkant van een boerderij, neem ik plaats voor een korte pauze. De zon schijnt heerlijk op m’n bol en ik geniet van mijn pilsje, dat ik in Hardenberg al had gekocht. Achter me hoor ik, vanonder de oude poort van de boerderij, een licht geritsel. Even zie ik iets onder de poort door glippen. Heel even later zie ik twee piepkleine oortjes van een muisje onder de poort door naar buiten komen. Stil en rustig kijkt het muisje de wijde wereld in. Hij kijkt zowaar naar mij. Zoals sommigen met hun hond praten, zo begin ik een gesprekje met het muisje. Het muisje luistert zowaar, naar mijn woorden; “Hoe is het vandaag vriendje, kom je buiten spelen? Is de wereld hier buiten niet mooi, kleine man? Kijk maar uit voor de kat!” Ik krijg een glimlach op m’n gezicht en ben zielsgelukkig met de aandacht van het kleine muisje. Enkele andere passerende Pieterpad wandelaars begroeten mij kort. Ze hebben geen idee wat zich daar op het bankje afspeelt.

Via de rechte Peppelweg kom ik aan de rand van boswachterij Hardenberg. Ondanks de lange rechte bospaden die voor mij opdoemen krijg ik een apart gevoel van vrijheid. Ook kom ik wat meer in mijn wandelritme, wat me voorheen nog  niet echt lukte vanwege allerlei geklungel aan veters, jasjes, rugzak en m’n pet. Ik geniet van het bos en de paarse heide die ik passeer. Dan strekt zich opnieuw een lang recht bospad voor me uit en ik verzand wat in eentonigheid. Na een tijdje steek ik de drukke provinciale weg, de N36, over. Ik betrap me erop dat ik niet geheel oplettend ben en te weinig oog heb voor de snel passerende auto’s. 

Blijkbaar zorgt eentonigheid ervoor dat je in gevaarlijke situaties terecht kunt komen. Dagelijkse sleur heeft dat kenmerk wel. In de rangeerdienst lag het gevaar inderdaad op de loer als alles ‘gewoontjes’ werd. “Zou het zo ook in het leven van alledag zijn en binnen relaties?”; vraag ik mij af. Ik wandel door een houten klaphekje en mijmer nog wat voort over de gedachten, dat dagelijkse sleur en eentonigheid voor veel mensen ‘werkelijkheid’ is. Eigenlijk een triest beeld, als ik denk aan al die ouderen in verzorgingstehuizen, mensen die eenzaam en alleen zijn of die zwerver aan de kant van de weg. Die gedachten maken me stil van binnen, totdat plotseling bij ‘Watersteeg’, midden in het bos, een kleine boerderij voor me opduikt. De sleur is doorbroken…

Na een klein regenbuitje kom ik, over de Karshoekweg, bij het gehuchtje ‘Junne’. Daar heb ik een ontmoeting met de brug en de Stuw van Junne over De Vecht. Ik neem op het bankje bij de stuw even rust en geniet van het fraaie graslandschap langs de oevers van De Vecht. Ik steek de brug over en bekijk nog de heuse ‘vistrap’ die langs de stuw omhoog loopt. Ik sla rechtsaf over het ‘Landgoed Junne’ en wandel door de bossen van ‘De Heetdelle’. Opnieuw worstel ik mij over een lang en eentonig bospad. Ik doorbreek zelf de eentonigheid door het Pieterpad parcours even te verlaten en een kunstmatige uitzichtsheuvel te beklimmen bij ‘Groote Mars’. Ik heb een mooi breed uitzicht over de kronkels van De Vecht. Op het bankje op de heuvel neem ik plaats en bemerk dat ik de gedachten over sleur en eentonigheid nog niet kwijt ben.

En ik stel mijzelf de vraag; “Hoe zat het alweer met míjn sleuren?” Een antwoord vinden valt mij lastig. Wat ik weet is dat je als mens vast kunt lopen als je ergens langer mee bezig bent dan je zou moeten of willen. Hierdoor ontstaat sleur en eentonigheid en beleef je weinig of steeds minder plezier in de dingen die je doet. De kunst is het dan, zo bedenk ik, om variatie te vinden in hetgeen je wilt doen. Ik besluit de gedachten met; “Het leven is te kort, te mooi, te boeiend, om te laten verzanden in een leven van sleur en eentonigheid. Help elkaar, om samen te kunnen genieten van al het mooie dat het leven op aarde ons te bieden heeft.”

Over het parcours van het Pieterpad zie ik onderaan de heuvel opnieuw enkele wandelaars passeren. Bij boerderij ‘De Hutten’ ontmoet ik dezelfde Pieterpad wandelaars van eerder op de dag in Rheeze. Opnieuw begroeten we elkaar kort. Door het ‘Zeesserbosch’ loop ik langs een klein bosven en kijk uit over het plateau van een zandverstuiving. Langs een van de bospaden door het Zeesserbosch kom ik bij een houten zitbank met in de rugleuning een tekstbordje dat luidt; ‘Wees bevriend met kleine dingen, en je zult gelukkig zijn.’

Bij ‘De Stekkenkamp’ mag ik mij verwonderen over enkele fraaie doorkijkjes over de boerenweilanden met paarden. Ik trotseer de kronkelende bospaden richting de spoorwegovergang naar het bosgebiedje ‘De Zeesse’. Langs de ‘Olde Vechte’ passeer ik een mooie boerderij die nu dienst doet als groepsaccomodatie. Zo’n tweehonderd meter verderop bereik ik de grenzen van Ommen. Onder begeleiding van de ‘Olde Vechte’ loop ik verder Ommen in. Aan de graskade van de Vecht kijk ik naar de horizon van het ‘Oude Ommen’ en sla linksaf in de richting van het station. “Weer terug naar de sleur?”; zo bedenk ik opeens. “Ik hoop van niet…..”

In de trein op weg naar huis vraag ik mij af wat mij deze dag het meeste bij zal blijven. “Het gesprek met het muisje!”; zo ben ik vast overtuigd. Een betere illustratie van vriendschap, maar ook van het doorbreken van jou sleur en eentonigheid, kon ik niet krijgen. “Wees bevriend met kleine dingen, en je zult gelukkig zijn.”

 

volgende etappe >>