07/26 Sleen - Coevorden (22,9 km)

07/26 Sleen - Coevorden (22,9 km)

24 juli 2014:

“Mama, ik was bang, ik heb uren lang de ogen dicht gehad..."

Na een heerlijke nachtrust sta ik redelijk opgewekt om 05.00 uur naast m’n bed. Buiten schijnt al een ‘uitbundig zonnetje’. Alles voor een mooie wandeldag ligt gereed. De wandelkleren heb ik snel aan en al evensnel ben ik onder een koude waterkraan opgefrist. M’n rugzak wordt volgestouwd met eten en drinken. “Het wordt een drukkend warme dag, dan kun je maar beter genoeg bij je hebben.”; zo houd ik mezelf voor. Ik geniet van het ontbijt en struin nog snel even teletekst af voor het laatste nieuws, dat vooral bestaat uit berichten over de vreselijke vliegramp van vlucht MH17 in de Oekraine. De berichten dempen even mijn opgewekte gevoel. Ik laat het maar los en loop ietsjes voor 06.00 uur naar het station van Landgraaf voor mijn lange treinreis naar Emmen, waar de aanlooproute richting Sleen moet beginnen.

Bij mijn overstap op station Heerlen begroet ik enkele collega’s en stap in een rustig gedeelte van de intercity naar Utrecht. Nadat de trein in beweging komt neem ik mijn Pieterpadboekje ter hand om al een beetje te lezen wat ik zoal kan verwachten tussen Sleen en Coevorden. Na Sittard stop ik het boekje weer terug in m’n rugzak om m’n seniorentelefoontje om te toveren tot mp3-player. “Wat een leuk dingetje is dat toch.”; fluister ik mezelf toe. Er verschijnt een glimlach op m’n gezicht als ik besef dat het apparaatje slechts 18 euro heeft gekost.

De eerste muziek, die ik altijd willekeurig afspeel, klinkt in m’n oren en ik zak lichtelijk wat onderuit. Met het uitrijden van Roermond hoor ik plotseling het lied ‘Aucensia’ van de Spaanse Folkgroep Berroguëtto. De tonen van het lied brengen mij op dat moment spontaan aan het huilen. Het instrumentaal gevoelige lied brengen mijn gedachten terug naar twee gebeurtenissen die ik daags tevoren van dichtbij mocht gadeslaan tijdens m’n werk op station Heerlen, op de “dag van nationale rouw”. Bij het vertrek van de intercity van 11.14 uur zie ik een moeder vanaf perron.5 haar dochter uitzwaaien. In haar rechterhand houd ze haar mobiele telefoon vast, waarmee ze de vertrekkende trein met haar dochter, die achter het raam zit, filmt. Met haar linkerhand zwaait de moeder haar dochter na. Ze blijft dit doen totdat de trein helemaal uit het gezichtsveld is verdwenen. Op dat moment besef ik dat veel familieleden van de slachtoffers van vlucht MH17 ditzelfde wellicht ook hebben gedaan. Ik vond het een vreselijke gedachte: de moeder die afscheid neemt in de onzekerheid dat ze haar dochter lange tijd niet meer zou zien en dat ze enkele uren later moet horen dat je elkaar nóóit meer zult zien. En het laatste tastbare wat er dan nog is, is dat ene filmpje….

Gedurende dat moment staat op hetzelfde perron een groep mensen te wachten op bekenden en familie die om 11.21 uur aan moeten komen met de trein in Heerlen. Een man vertelt me dat zij een groep van zo’n 30 mensen, veelal jongeren, komen verwelkomen die lange tijd in Ghana geweest zijn. Ze hebben daar meegewerkt aan de stichting Hannukah Children’s Home, die kansarme kinderen in dat land helpen opgroeien en studeren. Na het openen van de deuren van de trein vallen al die mensen elkaar in de armen. Ik ben getuige van hartverscheurende beelden, van mensen die elkaar met dikke tranen omhelsen. Ik hoor kreten van blijdschap en opluchting. In de verhalen die ik opvang hoor ik jonge kinderen zeggen dat ze ontzettend bang zijn geweest gedurende de vliegreis, nadat hun de gevolgen van vlucht MH17 ter ore waren gekomen. “Mama, ik was bang, ik heb uren lang de ogen dicht gehad en heb gehuild. Ik ben zo blij dat ik je zie.”; hoor ik een meisje, nog steeds huilend, tegen haar moeder zeggen terwijl ze elkaar in de armen vallen. En ik denk: “Wát een contrast!” Het pak me bij de keel, te beseffen dat de nabestaanden van de slachtoffers van vlucht MH17 geen verwelkomingen en omarmingen meer van hun dierbaren zullen hebben. Het lied ‘Aucensia’ loopt ten einde en ik sluit die gedachten af met het gevoel dat ik dankbaar mag zijn voor het leven dat ik mag leven. En dat ik dankbaar mag zijn dat ik vandaag, hoe contrastrijk dan ook, in vrijheid kan wandelen en genieten. Even voorbij Weert zie ik een reiger in de zon en in een weiland enkele grazende koeien. Het landschap glimt en spreekt me toe; “Kom op Ad, we gaan weer verder.”

Na de overstappen in Utrecht en Zwolle kom ik met de Arrvivatrein om 10.15 precies op tijd aan op station Emmen. Daar waar ik de vorige keer een verregend Emmen achterliet stap ik nu een zonovergoten Drentse stad binnen. Tijdens het instellen van de gps voelt het al broeierig warm aan. “Het wordt afzien vandaag, vriend.”; pep ik mijzelf wat op. Nog geen vijftien minuten later verlaat ik Emmen en kom terecht in de buitengebieden van de stad. De aanlooproute naar Sleen is 8,3 km met veelal lange rechte wegen. Halverwege neem ik toch een afwijkende route, dwars door een mooie polder met smalle slootjes en hoog gras. Via het dorpje Diphoorn kom ik om 11.45 uur, exact volgens plan, aan bij het startpunt van de etappe in Sleen.

Ik maak een kennismakingsrondje in het zeer gastvrije dorp en maak wat foto’s van de kerk en de molen. Op een hoek stap ik het kleine souvenirwinkeltje van het dorp binnen, want ik wil toch wel graag een typisch Pieterpad souveniertje hebben. Mijn oog valt op een klein flesje speciale ‘Pieterpadlikeur’. De keuze is gemaakt. Naast een ‘Sleens Bittertje’ koop ik het likeurtje en beloof mezelf deze op de laatste etappe mee te nemen de St.Pietersberg op. Daar zal die geopend worden en zal ik mijn Pieterpad (li)keurig afsluiten. Ik heb nog een kort praatje met de medewerkster van het winkeltje. Zij loopt momenteel ook het Pieterpad en zij is met haar vrienden al tot Vierlingsbeek gevordert. “Misschien haal ik jullie nog wel in tegen het eind van het jaar.”; zeg ik wat lacherig, “dan drinken we samen dat likeurtje.” “Doen we.”; zegt ze en we begroeten elkaar.

Ik verlaat Sleen en passeer al snel twee andere Pieterpadwandelaars. Een man en vrouw uit de omgeving van Arnhem zijn hun Pieterpad begonnen van zuid naar noord tot op de helft. En nu zijn ze van noord naar zuid aan het lopen tot op de helft. Het scheelt hun veel reistijd vanwege hun woonplaats bij Arnhem. Ik doe mijn loopplannen uit de doeken en vertel dat ze mijn belevenissen kunnen volgen via mijn website. Ik neem afscheid en speer er tussenuit voor mijn verdere etappe van 22,9 km richting Coevorden.

Ik kom op een mooi maar glibberig pad, langs een maïsveld, door de akkers van ‘De Zwollings’. Het stikt er van de insekten die ik amper van me af kan houden. Over de Zetelveenweg loop ik langs de ‘Jongbloedvaart’ waar ik via een bruggetje oversteek naar de mooie bosrand van ‘Breegroen’. Opnieuw begeef ik mij op een nogal modderig pad waar ik opnieuw belaagd wordt door een horde aan insekten. “Gauw wegwezen hier.”; roep ik en zet er even flink de pas in, totdat ik bij de ‘Verlengde Hoogeveense vaart’ aankom. Daar neem ik op een bankje een korte pauze en staar in stilte enkele plezierbootjes na die over het kanaal varen. Voor het eerst deze dag krijg ik een gevoel van rust over me. Ik besluit de pauze daarom iets te verlengen en tuur de polders af die zich aan de overkant van het kanaal uitstrekken.

Ik vervolg mijn weg langs Holsloot waar ik enkele ophaalbruggen oversteek. Bij een oud brugwachtershuisje ‘Hoolbrug’ leun ik even op de reling van de brug om me te verwonderen over de glinsteringen van het water. In het gehuchtje Den Hool ligt een paard in het zand te tollen en te draaien. Het stof zwabbert omhoog terwijl het paard zich op z’n rug rolt. Vlakbij sta ik stil. Hij ziet me staan maar draait nog een paar keer op z’n rug en op z’n zij in het mulle zand. Plotseling staat het paard op, komt heel langzaam op mij aan en blijft vlak voor mij staan. Ik aai het dier zachtjes over z’n hoofd en het lijkt wel alsof die instemmend knikt. Ik ben zo blij als een kind.

Langs prachtige uitgestrekte korenvelden kom ik via het gehucht De Haar in het kleine dorpje Dalerveen. Echt zo’n typisch dorpje waarvan je zegt: “Daar gebeurt nou nóóit wat.” Ik heb zelden een dorp gezien waar de rust zo vanaf druipt. Ineens valt mijn oog op een bord langs de oprit van een boerderij, die als mini camping is ingericht, waarop staat: ‘Gezond Boeren Verstand’. Het eerste wat ik denk is: “Ach zo doen ze dat hier.” Ik verlaat Dalerveen waar mij op de Drifstraat een jongeman met grote rugzak tegemoet komt lopen. We begroeten elkaar en komen in gesprek. De jongeman, uit België, loopt zonder onderbrekingen het Pieterpad en is nu al drie weken iedere dag aan het lopen. Slapen doet hij op campings, in een tentje wat hij in z’n rugzak heeft. Op een of andere manier straalt de jongeman iets rustgevends uit. “Iets typisch Belgisch.”; bedenk ik later. En een heel klein beetje raak wel jaloers, want iets van die typische Belgische ‘gemütlichkeit’ zou ik ook wel willen hebben. “Maar ja, ik ben ik.”; houd ik mijzelf maar voor.

Er ontpopt zich een enorm open polder en akkerlandschap voor mij richting Coevorden. Wat volgt zijn enkele lange rechte en saaie asfaltwegen. Luttele kilometers voor Coevorden passeer ik bij ‘Altinge maten’ een Joodse begraafplaats. Ik zie een omheining met de bekende Davidssterren erin verwerkt. Op het kerkhof is in 2003, nadat het kerkhof lange tijd buiten gebruik is geweest, voor het eerst weer een Joodse medeburger begraven. Het is het enige graf op de begraafplaats. Aan de voorkant van de omheining ligt een enorme steen. Aandachtig neem ik de plaats in mij op en bestudeer de grote steen. Bovenop die grote steen liggen allemaal kleine steentjes. En mijn gedachten gaan direct naar de prachtige film ‘Schindler’s List’. Aan het eind van de film leggen Joodse medemensen uit respect ieder afzonderlijk ook een klein steentje op het graf van Oskar Schindler. En precies dat hebben hier bij die grote steen ook mensen gedaan. Respect tonen voor die ene persoon die hier ligt begraven. En precies dat soort respect mochten wij met z’n allen ook terugzien, toen de eerste slachtoffers van vlucht MH17 terugkwamen in Nederland. Bij de picknicktafel vlakbij neem ik even plaats en maak een moment vrij voor een gebed, dat respect een plaats mag krijgen in de harten van álle mensen.

Via het Stieltjeskanaal kom ik aan in Coevorden. Ik voel mij moe van de benauwdheid en de benen voelen zwaar als ik door een klein stadsparkje mijn weg vervolg naar het centrum van de stad. Langs het voormalige kasteel van Coevorden bereik ik het centrum. Een centrum dat een centrum is als al die andere in het land. Met de bekende zelfde winkels als elders en dezelfde straatvervuilende reclame uitingen, die de ‘eigen identiteit’ van onze dorpen en steden verloren laten gaan. Om 16.20 uur zet ik de eerste stappen op het station van Coevorden waar om 16.31 uur mijn trein huiswaarts vertrekt. Met muziek in m’n oren verloopt de thuisreis vlotjes. Met station Heerlen in zicht klinkt het lied ‘Aucensia’ weer in m’n oren. En ik kon het opnieuw niet tegenhouden,.... er lopen tranen over mijn wangen.

 

volgende etappe >>