05/26 Rolde - Schoonloo (18,0 km)

05/26 Rolde - Schoonloo (18,0 km)

07 juli 2014:

"Het is stil! Zeldzaam stil!"

Om klokslag 06.00 uur zet ik m’n benen naast het bed. Een beetje suffig slof ik op m’n gemak naar de badkamer om mijzelf op te frissen. Het koude water in m’n gezicht heeft nauwelijks effect. Al even suffig slof ik weer terug naar de slaapkamer om mij aan te kleden. Zoals altijd ligt mijn wandeloutfit klaar. Om mijn vrouw niet wakker te maken loop ik stilletjes de trap naar beneden op weg naar de ontbijttafel. Na het ontbijt pak ik mijn rugzak verder in, trek mijn wandelschoenen aan, en trek om 06.50 uur de voordeur achter me dicht. Ik stap, nog steeds wat suffig, om 06.59 uur in de Euregiobahn richting Heerlen en stap over op de Intercity van 07.14 uur naar Utrecht.

Vanuit de trein is de wereld een beetje onopgemerkt aan mij voorbij aan ’t glijden. Ik heb waarschijnlijk even geen zin in die ‘drukke wereld’ om mij heen. Opvallend genoeg ligt het land er ook al even stil en suffig bij. De dieren, die je normaal vanuit je treinstoel ziet, zijn in geen velden of wegen te bekennen. Vreemd genoeg zie ik ook geen druk rennende mensen onderweg op de stations. De meesten zitten ergens op een bankje of staan rustig in een hoekje een krantje te lezen. Sommigen kijken wat verdwaasd om zich heen alsof ze zoekende zijn. “Blijkbaar ben ik niet de enige die vandaag een suffige start van de dag heeft.”; zo houd ik mijzelf voor. Op station Utrecht neem ik een kopje koffie en maak de overstap op de trein naar Zwolle voor de rit naar Assen, waar mijn aanlooproute naar Rolde begint. Gedurende het ritje naar Assen raak ik mijn suffigheid langzaam kwijt. Het zonnetje steekt glimlachend tussen de wolken door en opeens ziet de dag er weer heel anders uit. Om 10.57 uur, precies op tijd, stap ik op station Assen uit de trein voor mijn twee-daagse Pieterpad avontuur. De aanlooproute is snel ingesteld op mijn gps en al snel verdwijnt station Assen uit het zicht.

Langs de aanlooproute loop ik voorbij een reclamebord in een voortuin. Daarop staat de tekst: “Laat zien hoe mooi je bent.” De slogan, bedoeld als reclame voor een schoonheidssalon, spoort mij aan tot nadenken. En ik stel de slogan in vragende vorm; “Hoe mooi ben je?” En ik begin de vraag in te vullen: Moet ik mooi zijn aan de buitenkant, of mooi zijn aan de binnenkant. Vaak hoor je mensen zeggen; “Het gaat niet om de buitenkant, maar om de binnenkant.” En dat is zeker waar, maar met leuk uitzien is ook niks mis mee. En ik stel mij een nieuwe vraag: “Als het om de binnenkant gaat en ik wil laten zien hoe mooi ik ben, wát laat ik dan voor moois zien vanuit die binnenkant?” en de vraag; “Wat doe ik eraan óm dat moois van de binnenkant te laten zien?” Zo ontstaan er voor mij interessante vragen. Om vanuit die binnenkant iets moois te laten zien mag ik mij ook afvragen; ‘hoe zou het moeten zijn?’ en ‘hoe is het bedoeld?’ Met de gedachten dat het een geweldige uitdaging is om iets moois van mijn binnenkant te laten zien vervolg ik de aanlooproute richting Rolde. Nog geen vijftig meter verderop loop ik wederom langs een reclamebord in een voortuin. Daarop staat: “Interieurs op maat.” Een reclamebord voor een binnenshuisarchitect. Hieruit vormt zich bij mij het beeld dat; als ik iets moois wil laten zien vanuit mijn ‘binnenkant’, ik die ‘binnenkant’ ook moet verzorgen, zodat mijn ‘interieur’ op maat kan zijn.

Eenmaal in Rolde zoek ik het startpunt van de Pieterpadetappe op bij ‘Het dorp van Bartje’. Daar waar ik de vorige keer met Bartje op de foto ging is Bartje van zijn sokkel verdwenen. Ik plaats mijzelf op de sokkel van Bartje en bedenk; “Hij zal wel naar de supermarkt zijn om Bruun bonen te hoalen.” Ik hoop dat hij de spekjes niet zal vergeten, want die maken het extra lekker. Langs een weiland bij de St.Jakobuskerk verlaat ik Rolde. Op de lange rechte weg die voor me ligt passeer ik na zo’n honderd meter twee behoorlijk grote hunebedden. De zogenaamde D17 en D18. Het zijn indrukwekkende bouwsels en even denk ik terug aan mijn overdenkingen bij het hunebed van Midlaren over onze voorouders. De lange rechte weg strekt zich voor mij uit. Ik kom erachter dat het de voormalige spoorlijn is geweest van Assen naar Stadskanaal. Bij het Rolderdiep passeer ik de eerste sloot in het weidse Drentse landschap.

Voorbij een immens korenveld maak ik een scherpe bocht naar rechts richting het Andersche Diep. Een oud tractorpad brengt mij langs een soort ‘compensatiebos’ met grote sparrenbomen. Even denk ik verdwaald te zijn in de Belgische Ardennen. Via een houten ‘overstapje’ loop ik het Andersche Diep binnen, een ongerept beekdal met meanderende beek en bloemrijke graslanden. In het hoge gras ligt links van me een gigantische witte stier te slapen of uit te rusten. “Zo, een albino stier, dat zie je niet vaak.”; stel ik verbaasd vast. Hoewel er een hekwerk tussen mij en de stier staat ben ik toch wel blij dat de stier een vermoeide indruk maakt.

Na nog een aantal houten ‘overstapjes’ sta ik voor de meanderende Andersche beek. Een buitengewoon idyllisch plekje met aan de overzijde van de beek een grote boom, met rondom houten bankjes. Om daar te komen heb ik twee keuzes. Ik loop door het gras via een smal houten bruggetje er gewoon naar toe. Of ik stap via enkele rotskeien, die in het water liggen, over de beek, waarbij ik mezelf moet ondersteunen middels een touw. Een ‘avonturier’ zoals ik kiest uiteraard voor de oversteek met het touw. Een beetje wiebelig en wankelend bereik ik de overzijde van de beek en neem plaats op de houten bankjes bij de grote boom.

Ik benut het idyllische plekje om een korte pauze te maken, om wat te eten en te drinken. Al turende naar het touw met iets verderop het houten bruggetje moet ik denken aan de keuzes die ik gemaakt heb in mijn leven. Hoe vaak stond ik niet voor keuzes om een bepaalde weg te gaan. Gemakkelijke en moeilijke keuzes, net als hier: het makkelijke houten bruggetje of het moeilijke wankele touw? De keuze die ik nu hier heb gemaakt laat mij zien dat ik in mijn dagelijkse leven ook vaak kies voor de moeilijke weg. Met alle risico’s van dien, net als hier. Ik had kunnen uitglijden en een nat wandelpak er aan over kunnen houden. Die overweging, zo bedenk ik, had ik ook gemaakt, voordat ik overstak. Tóch maak ik die moeilijke keuze. “Hoe vaak heb ik niet keuzes gemaakt die mij in moeilijkheden hebben gebracht?”; beleer ik mijzelf. Maar op een of andere manier zit het er bij mensen gewoon in om te kiezen voor een moeilijke weg. Terwijl je simpelweg over een houten bruggetje had kunnen lopen, zonder risico’s. Want, ook die keuzes heb ik in mijn dagelijkse leven. Hoe het ook zij, ik zal de consequenties moeten dragen voor de keuzes die ik ooit heb gemaakt, hoe pijnlijk die soms ook kunnen zijn.

Ik besluit de wandeling te vervolgen, maar de gedachten over het maken van keuzes houden mij nog een hele tijd bezig. Niet veel verder liggen, in hetzelfde weiland als de stier, een hele kudde koeien. De Bertha’s 1 tot en met 40 in ruste. “Geen wonder dat die stier moe is en even alleen wil zijn.”; roep ik de dames toe. Alhoewel, de dames zelf liggen er ook niet al te fris meer bij. “Zal wel een zware nacht geweest zijn.”; mompel ik. Via een (gemakkelijk) bruggetje steek ik de beek nog een keertje over en kom in de uitgestrekte bossen van het Gasselterveld terecht. Ik doorkruis enkele hele lange rechte bospaden alvorens bij het kleine heide –en vennengebiedje te komen van het Meindersveen. Op een bepaald moment ga ik als vanzelf heel langzaam lopen, totdat ik bij een open veld stil blijf staan. “Waarom doe ik dit?”; vraag ik mijzelf af. En heel langzaam dringt het tot mij door. Het is stil! Zeldzaam stil! Ik sta op een plek, gewoon in Nederland, waar het dus écht stil is. Geen achtergrondgeluiden van verkeer of stadsleven, geen ruisende wind, helemaal niets. En ik spreek mijzelf toe met de woorden; “Je kunt hier de stilte horen, voelen en zelfs aanraken.”

Ik doorbreek de stilte door de wandelpas er weer in te zetten door het bos met veel jong groen en allerlei soorten mos. Middels een houten sluisje loop ik het open heide gebied van het Grolloërveld in. Even lijkt het erop of de stilte alleen maar toeneemt. Je wilt eigenlijk stoppen, maar dat gaat niet, je hebt een bestemming te halen. Ik passeer een kudde ‘gewone’ Hollandse koeien en ervaar een dankbaar ‘Holland gevoel’. Ik kom aan bij een rechte asfaltweg richting Schoonloo, de eindbestemming van de dag.

In Schoonloo heb ik voor de nacht een B&B geboekt bij Pension De Hofstede, zo’n 900 meter van het etappe-eindpunt vandaan. Ik wordt er zeer gastvrij ontvangen door de huiseigenaresse. Ik krijg een lekker koud biertje aangeboden en een korte rondleiding door de accommodatie. Een heerlijke warme douche verkwikt m’n spieren die toch enigszins vermoeid zijn. Daarna zoek ik het plaatselijke restaurant op voor een maaltijd. Ik maak met de huiseigenaresse de afspraak dat ik ’s anderdaags vroeg weg wil, en dat zij het ontbijt ’s avond al gereed zou zetten. Ik maak mij op voor een ontspannen avondje met wat TV kijken en het maken van notities van de wandeldag. De rustige omgeving en de kamer met veel privacy maken dat ik blij en dankbaar kan terugkijken op een wandeldag om stil van te worden.

 

volgende etappe >>